Voyage Musical Reine Elisabeth Muzikale Reis Koningin Elisabeth
Transcription
Voyage Musical Reine Elisabeth Muzikale Reis Koningin Elisabeth
Voyage Musical Reine Elisabeth Muzikale Reis Koningin Elisabeth Queen Elisabeth Musical Voyage 13/10/2007 - 20/10/2007 QUEEN ELISABETH COLLEGE OF MUSIC Main Sponsors Co-sponsor Compagnonnage Nous y sommes! Après 18 mois d'élaboration et de préparation minutieuse, la Chapelle Musicale, ses musiciens et ses mélomanes avertis embarquent pour une semaine de passion et de découverte. La passion de la musique anime tous ceux qui se joignent au voyage: les artistes invités bien sûr, tous au sommet de leur art: Maria Joao Pires, Christopher Warren Green & Jean-Bernard Pommier, Jian Wang ainsi que trois maîtres en résidence, Augustin Dumay, Abdel Rahman El Bacha et José Van Dam. Douze jeunes solistes magnifiquement doués, plongés ici dans une expérience musicale et humaine déterminante. Le Sinfonia Varsovia: fleuron des orchestres internationaux de jeunes, totalement impliqué dans l'aventure. Un public de mélomanes de qualité: vous, pour lesquels toute cette croisière fut imaginée, avec ses rencontres, ses partages, ses émerveillements. Ce Voyage Musical associe également la musique à un environnement significatif: des sites exceptionnels par leur beauté, leur histoire et leur ouverture à l'art, un navire où tout est confort et raffinement, une ouverture aux arts de la table grâce à la venue d'Alain Deluc et de Pierre Marcolini. Autant d'éléments qui symbolisent le niveau de qualité et d'exigence auquel nous plaçons notre projet pédagogique. Notre plus grand souhait étant que ce voyage, aux allures emblématiques, jette les bases d'une fidélité nouvelle entre les mélomanes et les jeunes musiciens, entre le grand public et la musique. Prenons le large tous ensemble! Bernard de Launoit Metgezellen We zijn er! Na 18 maanden van zorgvuldige voorbereiding en uitwerking schepen de Muziekkapel, haar musici en muziekliefhebbers in voor een week van hartstocht en ontdekkingen. Alle medereizigers zijn bezeten door muziek: de uitgenodigde artiesten natuurlijk, die allemaal aan de top staan in hun kunst: Maria Joao Pires, Christopher Warren Green & Jean-Bernard Pommier, Jian Wang en ook drie meesters in residentie, Augustin Dumay, Abdel Rahman El Bacha en José Van Dam. Twaalf zeer begaafde jonge solisten die hier in een bepalende muzikale en menselijke ervaring duiken. De Sinfonia Varsovia: de parel van de internationale jeugdorkesten die volop de schouders onder het avontuur zet. Een publiek van melomanen van kwaliteit: u, voor wie heel deze cruise werd uitgedacht, met de bijhorende ontmoetingen, uitwisseling, verwondering. Deze Muzikale Reis koppelt de muziek ook aan een omgeving van betekenis: uitzonderlijke locaties, door hun schoonheid, hun geschiedenis en hun verbondenheid met de kunst, een schip waar alles comfort en verfijning ademt, met oog voor de kunst van het tafelen, dankzij Alain Deluc en Pierre Marcolini. Al deze elementen staan symbool voor het kwaliteitsniveau en de vereisten die wij voor ons pedagogisch project hanteren. Het is onze grootste wens dat deze reis, die zelf als een symbool kan gelden, nieuwe banden van trouw smeedt tussen melomanen en jonge musici, tussen het grote publiek en de muziek. Laten we allemaal samen zee kiezen! Bernard de Launoit Apprenticeship All aboard! After 18 months of painstaking planning and preparation, the College of Music, its musicians and well-informed music lovers are to embark on a week of passion for and discovery of music for all on board. The guest musicians, all at apex of their art: Maria Joao Pires, Christopher Warren Green & Jean-Bernard Pommier, Jian Wang as well as three masters in residence: Augustin Dumay, Abdel Rahman El Bacha and José Van Dam; twelve gifted young soloists, for an unrivalled musical and human experience. The Sinfonia Varsovia: a jewel among international youth orchestras, fully committed to the adventure. A public of sophisticated music lovers - you, and your marvellous cruise, that combines music with a splendid setting: an exceptionally beautiful, historical and artistic site, a luxury liner, plus fine dining thanks to Alain Deluc and Pierre Marcolini. All these elements reflect the quality and demands of our educational project. Our greatest wish is for this emblematic voyage to create new bonds between music lovers and young musicians, between the general public and music. Off we go then! Bernard de Launoit Partenaire de vos émotions La naissance de Pasteels - Central Tourisme, en 2002, résulte de l'alchimie issue de la fusion de deux des plus prestigieuses agences de voyages belges: Central Tourisme, le spécialiste du voyage sur-mesure et à la carte, et Croisières Pasteels, la seule agence de voyage entièrement consacrée à la croisière. L'union de ces 2 incontournables du voyage donna naissance à une agence de passionnés où savoir-faire, écoute, conseil et dialogue restent les maîtres mots d'une approche à visage humain. La philosophie de Pasteels - Central Tourisme se résume en quelques mots, qui, dans notre monde de plus en plus automatisé et impersonnel, prennent valeur d'exception: l'écoute, la souplesse, la personnalisation de toutes les relations avec sa clientèle, la compétence et le sens du conseil. La valeur ajoutée de cette approche se ressent très rapidement à tous les niveaux, de la simple “billetterie”, aérienne ou ferroviaire, à la recherche d'un Palace ou d'hôtel à moindre prix, en passant par, la réservation d'un séjour au Club Med ou d'une croisière de rêve, à l'élaboration d'une escapade romantique ou d'un grand voyage familial qui marquera à jamais votre existence et celle de ceux qui vous sont chers. Patrice Janssens Partner van uw emoties Pasteels - Central Tourisme, is in 2002, ontsproten uit de alchemie van de fusie van de twee meest prestigieuze Belgische reisbureaus: Central Tourisme, de specialist van reizen op maat en à la carte, en Cruises Pasteels, het enige reisbureau volledig gewijd aan cruises. Het huwelijk van deze twee onvermijdelijke spelers op de reismarkt, in 2002, deed een bureau ontstaan waar enthousiaste mensen werken die vakmanschap, luisterbereidheid, advies en dialoog, gebundeld in een menselijke aanpak, hoog in het vaandel voeren. De nieuwe filosofie van Pasteels - Central Tourisme kun je dan ook in enkele woorden samenvatten die in onze alsmaar meer geautomatiseerde en onpersoonlijkere wereld een uitzondering worden: luisterbereidheid, flexibiliteit, alle klanten persoonlijk benaderen, vakbekwaamheid en bereidheid om advies te geven. De toegevoegde waarde van deze aanpak is heel snel op alle niveaus voelbaar: van de eenvoudige "ticketverkoop" voor vliegtuig of trein tot het zoeken naar een Palace of hotel tegen de laagste prijs, over het reserveren van een verblijf bij Club Med of een droomcruise, tot het uitwerken van een romantisch uitje of een grootse familiereis die u uw hele leven, en dat van degenen die u dierbaar zijn, zal bijblijven. Patrice Janssens Partner of your dreams Pasteels - Central Tourisme was born in 2002 from the merger of two prestigious Belgian travel agencies: Central Tourisme, a specialist of both a la carte and made to measure travel and Croisières Pasteels, the only travel agent specialising solely in cruise holidays. The resulting new company offers its customers the very best in service and choice in the travel market. Based on a firm background of competence and experience, it retains an essential human dimension. Pasteels - Central Tourisme's new philosophy offers customer awareness, highly competent advice and personalised contacts with its clients, which, in today's increasingly automated and impersonal world, is exceptional. Pasteels - Central Tourisme aims to meet every customer's requirements by proposing an efficient personalised assistance in an unrushed family orientated atmosphere. The benefit of this very special style can be felt at all levels : from the train and plane 'ticket office', to finding a luxury or 'cheap' hotel, making a Club Med reservation, searching for a dream cruise, a romantic escapade or a family holiday, which will mark your - and your loved ones' - life. Patrice Janssens Lise Berthaud alto / altviool / viola De nationalité française, née en 1982, Lise Berthaud commence l’étude du violon à 5 ans. A l’adolescence, elle opte pour l’alto et poursuit ses études au Conservatoire de Paris dans les classes de Pierre-Henry Xuereb et Gérard Caussé. A 18 ans, elle est lauréate du Concours Européen des Jeunes Interprètes. Après son prix de perfectionnement au CNSM, elle remporte en 2005 le Prix Hindemith du Concours International de Genève. La même année, la revue Classica lui consacre un numéro spécial et publie un CD Brahms-Schumann. En 2006, en tant que lauréate de l’AFAA-Radio France, elle enregistre le quatuor K 478 de Mozart sur instruments d’époque. Lise se produit dans la plupart des grands festivals français, aux côtés d’artistes comme Pierre-Laurent Aimard, Eric Le Sage, Renaud Capuçon, Jérôme Ducros, Bertrand Chamayou, et collabore avec de nombreux compositeurs dont Philippe Hersant, Thierry Escaich et György Kurtág. En 2004, elle crée le Concerto pour alto de Marc-Olivier Dupin. En 2006, avec David Grimal, François Salque et Floriane Bonani, elle fonde le Quatuor H20 et entreprend une intégrale des quatuors de Beethoven. Lise Berthaud joue un alto réalisé pour elle par Stephan von Baehr. De Franse Lise Berthaud werd geboren in 1982. Ze start met viool als ze vijf is. Als jong meisje kiest ze voor altviool en gaat verder studeren aan het Conservatorium van Parijs, bij Pierre-Henry Xuereb en Gérard Caussé. Op haar achttiende is ze laureate van het Concours Européen des Jeunes Interprètes. Na haar vervolmakingsprijs van het CNSM behaalt ze in 2005 de Prix Hindemith van het Concours International de Genève. Dat zelfde jaar wijdt het tijdschrift Classica een speciaal nummer aan haar en publiceert een CD met muziek van Brahms en Schumann. In 2006 neemt ze als laureate van AFAA-Radio France het quatuor K 478 van Mozart op instrumenten uit die tijd op. Lise staat op de podia van de meeste grote Franse festivals, naast artiesten zoals Pierre-Laurent Aimard, Eric Le Sage, Renaud Capuçon, Jérôme Ducros, Bertrand Chamayou. Ze werkt samen met tal van componisten, onder wie Philippe Hersant, Thierry Escaich en György Kurtág. In 2004 creëert ze het Concerto voor altviool van Marc-Olivier Dupin. In 2006 sticht ze samen met David Grimal, François Salque en Floriane Bonani het Quatuor H20 en voert ze de quatuors van Beethoven integraal uit. Lise Berthaud bespeelt een altviool die Stephan von Baehr speciaal voor haar vervaardigde. A French national born in 1982, Lise Berthaud started to study the violin at the age of 5. In her teens she opted for the viola and continued her studies at the Paris Conservatoire in the classes of Pierre-Henry Xuereb and Gérard Caussé. At 18, she won the European Competition of Young Performers. After earning her advanced diploma from the Paris Conservatoire, she won the Hindemith Prize of the Geneva International Competition. That same year, the periodical Classica devoted a special issue to her, and published a BrahmsSchumann CD. In 2006, as winner of the AFAA-Radio France, she recorded Mozart’s quartet, K 478, on period instruments. Lise has performed in most of the major festivals of France, alongside artists such as Pierre-Laurent Aimard, Eric Le Sage, Renaud Capuçon, Jérôme Ducros, Bertrand Chamayou, and has cooperated with many composers, including Philippe Hersant, Thierry Escaich and György Kurtág. In 2004, she premiered Marc-Olivier Dupin’s Concerto for Viola. In 2006, she founded the H20 Quarter, along with David Grimal, François Salque and Floriane Bonani, and embarked on the complete set of Beethoven’s string quartet. Lise Berthaud plays a viola made for her by Stephan von Baehr. Augustin Dumay violon / viool / violin Augustin Dumay se présente comme l’un des violonistes les plus raffinés de notre époque. Il fut révélé au public grâce à sa rencontre avec Karajan, ses concerts avec l’Orchestre Philharmonique de Berlin et ses enregistrements. Durant ces dernières années, à contrecourant du marketing ambiant, il a décidé de consacrer une partie importante de son activité à l’approfondissement du répertoire classique et romantique. Ce travail de fond s’est concrétisé par quelques enregistrements remarquables - notamment l’intégrale des sonates pour violon et piano de Beethoven avec Maria João Pires, et les concertos de Mozart avec la Camerata Academica Salzburg - salués avec enthousiasme par la critique internationale. Augustin Dumay se produit avec les orchestres et les chefs les plus réputés du monde, cumulant parfois les fonctions de soliste et de chef. Maître à la Chapelle Musicale Reine Elisabeth, il est également directeur musical de l’Orchestre Royal de Chambre de Wallonie depuis 2003. A partir de 2008, il sera Principal Guest Conductor du Kansai Philharmonic Orchestra (Osaka). Sa discographie, qui comprend une quarantaine d’enregistrements, est disponible chez Deutsche Grammophon et EMI. Augustin Dumay is onmiskenbaar één van de meest verfijnde violisten van deze tijd. Het publiek leerde hem kennen dankzij zijn ontmoeting met Karajan, zijn concerten met het Filharmonisch Orkest van Berlijn en zijn opnames. In de voorbije jaren besloot hij, tegen de heersende marketingopvattingen in, om zich grotendeels te wijden aan de verdieping van het klassiek en het romantisch repertoire. Dit diepgravend werk kreeg concreet vorm met enkele opmerkelijke opnames - onder meer de integrale van de sonates voor viool en piano van Beethoven met Maria João Pires, en de concerto’s van Mozart met de Camerata Academica Salzburg - die veel bijval kenden bij de internationale kritiek. Augustin Dumay treedt op met de meest vermaarde orkesten en dirigenten ter wereld en combineert vaak de functie van solist en dirigent. Meester aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth en hij is sinds 2003 ook directeur van het Orchestre Royal de Chambre de Wallonie. Vanaf 2008 wordt hij Principal Guest Conductor van het Kansai Philharmonic Orchestra (Osaka).Zijn discografie, die uit een veertigtal opnames bestaat, is beschikbaar bij Deutsche Grammophon en EMI. Augustin Dumay is one of the most refined violinists of our age. He was discovered thanks to his meeting with Karajan, his concerts with the Berlin Philharmonic Orchestra and his recordings. In recent years, going against the grain of the prevailing marketing, he decided to devote an important part of his activity to deepening his classical and romantic repertoire. This fundamental endeavour has led to some remarkable recordings, in particular the complete sonatas for violin and piano by Beethoven with Maria João Pires, and Mozart’s concertos with the Salzburg Camerata Academica - that have been acclaimed by international critics. Augustin Dumay has performed with the world’s most famous conductors and orchestras, at times combining the duties of soloist and conductor. Master at the Queen Elisabeth College of Music, he is the music director of the Royal Chamber Orchestra of Wallonia since 2003. In 2008, he will become the Principal Guest Conductor of the Kansai Philharmonic Orchestra (Osaka). His discography comprises some forty recordings and is available from Deutsche Grammophon and EMI. Abdel Rahman El Bacha piano Né à Beyrouth en 1958, Abdel Rahman El Bacha vit en France, où il se perfectionne dès l’âge de seize ans dans la classe de Pierre Sancan, au Conservatoire National Supérieur de Paris. Il en sort avec quatre premiers prix (piano, musique de chambre, harmonie et contrepoint). Depuis l’éclatante révélation de son talent, au Concours Reine Elisabeth de Belgique en 1978 qu’il remporte à l’unanimité, et après un temps d’arrêt qu’il consacre à accroître son répertoire, il se produit dans les salles les plus prestigieuses d’Europe et du monde. Il joue avec des orchestres tels que le Philharmonique de Berlin, l’orchestre de Paris, le NHK de Tokyo, l’English Chamber Orchestra... Depuis son premier disque, consacré aux Premières Oeuvres de Prokofiev, qui obtient le Grand Prix de l’Académie Charles Cros, il enregistre de nombreuses oeuvres (Bach, Ravel, Schubert, Schumann, Rachmaninov) chez Forlane, ainsi que les 5 concertos de Prokofiev (live) chez Fuga Libera. Ses intégrales des sonates de Beethoven et de l’oeuvre pour piano seul de Chopin - en ordre chronologique - sont un très grand succès, tant au concert qu’en CD. Abdel Rahman El Bacha, maître de piano à la Chapelle Musicale Reine Elisabeth, est également compositeur. Abdel Rahman El Bacha werd in 1958 in Beiroet geboren en woont in Frankrijk. Op zijn zestiende gaat hij zich vervolmaken aan het Conservatoire National Supérieur van Parijs, bij Pierre Sancan. Hij behaalt er vier eerste prijzen (piano, kamermuziek, harmonie en contrapunt). Nadat hij in 1978 de Koningin Elisabethwedstijd overweldigend wint, neemt hij een adempauze om zijn repertorium uit te breiden. Nadien treedt hij op in de meest prestigieuze zalen van Europa en de rest van de wereld. Hij speelt samen met orkesten zoals de Philharmoniker van Berlijn, het orkest van Parijs, het NHK van Tokio, het English Chamber Orchestra. Sinds zijn eerste plaat, die gewijd is aan de Premières Oeuvres van Prokofjev en die de Grand Prix de l’Académie Charles Cros krijgt, neemt hij nog tal van andere werken op (Bach, Ravel, Schubert, Schumann, Rachmaninov) bij Forlane, evenals de 5 concerto’s van Prokofiev (live) bij Fuga Libera. Zijn integrale uitvoeringen van de sonates van Beethoven en van het werk voor piano alleen van Chopin - in chronologische volgorde - oogsten veel succes, zowel tijdens concerten als op cd. Abdel Rahman El Bacha is pianomeester aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth, maar ook componist. Born in Beirut in 1958, Abdel Rahman El Bacha lives in France where he attended advanced classes from the age of sixteen in Pierre Sancan’s class at the Paris Conservatoire, and earned four first prizes (piano, chamber music, harmony and counterpoint). Since the dazzling revelation of his talent at the Queen Elisabeth International Competition in 1978, which he won unanimously, and after a hiatus to extend his repertoire, he has performed in the most prestigious venues in Europe and throughout the world, with such orchestras as the Berlin Philharmonic, the Paris Orchestra, the Tokyo NHK, the English Chamber Orchestra, etc... Since his first record, devoted to Prokofiev’s Early works, for which he won the Charles Cros Academy’s Grand Prize, he has recorded numerous works (Bach, Ravel, Schubert, Schumann, Rachmaninov) at Forlane, as well as Prokofiev’s 5 concertos (live) at Fuga Libera. His complete sonatas of Beethoven and works for piano solo by Chopin - in chronological order - are a resounding success, in the concert hall and on CD. Abdel Rahman El Bacha, who teaches piano at the Queen Elisabeth College of Music, is also a composer. Maria João Pires piano Née à Lisbonne en 1944, Maria João Pires se forme au Conservatoire de Lisbonne où elle étudie le piano, la composition, la théorie musicale et l’histoire de la musique, et poursuit ses études auprès de Rosl Schmid, à Munich, de Karl Engel à Hanovre. En 1970, elle obtient le premier prix du Concours International du bicentenaire Beethoven de Bruxelles. Invitée régulière du Berliner Philharmoniker, du Boston Symphony Orchestra, du Koninklijk Concertgebouworkest d’Amsterdam, du London Philharmonic Orchestra, elle pratique également la musique de chambre au plus haut niveau, notamment avec le violoniste Augsutin Dumay, le violoncelliste Jian Wang, le pianiste Ricardo Castro. Sa réflexion à propos de l’influence de l’art sur la vie, la collectivité et l’école, l’amena à mettre en oeuvre de nouvelles voies pédagogiques. En 1999, elle fonda le Centre d’étude des arts de Belgais (Portugal), étendu ensuite à Salamanque (Espagne) et Bahia (Brésil), et, en 2005, l’Impressões d’Arte, compagnie expérimentale de théâtre, danse et musique. Sa discographie est disponible chez Erato et Deutsche Grammophon. Maria João Pires est titulaire du Prix International du Conseil de la Musique de l’UNESCO (2002). Maria João Pires werd geboren in Lissabon in 1944. Ze krijgt haar opleiding aan het conservatorium van Lissabon waar ze piano, compositie, muziektheorie en -geschiedenis studeert. Ze zet haar studies voort bij Rosl Schmid in München en Karl Engel in Hannover. In 1970 behaalt ze de eerste plaats op de ‘Internationale Wedstrijd van de Tweehonderdste verjaardag van Beethoven’ in Brussel. Ze wordt regelmatig uitgenodigd door de Berliner Philharmoniker, het Boston Symphony Orchestra, het orkest van het Koninklijk Concertgebouw van Amsterdam, het London Philharmonic Orchestra, en beoefent ook kamermuziek op het hoogste niveau met onder meer violist Augustin Dumay, cellist Jian Wang en pianist Ricardo Castro. Haar denkwerk over de invloed van kunst op het leven, de samenleving en de school, doet haar nieuwe pedagogische wegen inslaan. In 1999 sticht ze het Centrum voor kunststudies van Belgais in Portugal, dat zich later uitbreidt naar Salamanca in Spanje en naar Bahia in Brazilië. In 2005 richt ze Impressões d’Arte op, een experimenteel gezelschap voor theater, dans en muziek. Haar discografie is uitgegeven bij Erato en Deutsche Grammophon. Maria João Pires behaalde de Prijs van de Internationale Muziekraad van UNESCO (2002). Born in Lisbon in 1944, Maria João Pires trained at the Lisbon Conservatory, where she studied piano, composition, music theory and the history of music, and continued her studies with Rosl Schmid in Munich and Karl Engel in Hanover. In 1970, she won first prize at the International Beethoven Bicentennial Competition in Brussels. A regular guest at the Berliner Philharmoniker, the Boston Symphony Orchestra, the Koninklijk Concertgebouworkest in Amsterdam, the London Philharmonic Orchestra, she also performs chamber music at the highest level, notably with violinist Augustin Dumay, cellist Jian Wang, and pianist Ricardo Castro. Her thoughts concerning the influence of art on life, the community and school, led her to implement new ways of teaching. In 1999, she founded the Centre For the Study of Arts of Belgais (Portugal), subsequently extended to Salamanca (Spain) and Bahia (Brazil), and in 2005 the Impressões d’Arte, an experimental theatre, dance and music company. Her discography is available from Erato and Deutsche Grammophon. Maria João Pires holds UNESCO’s International Music Council Prize (2002). Jean-Bernard Pommier chef d'orchestre / dirigent / conductor De nationalité française, pianiste et chef d’orchestre, Jean-Bernard Pommier donne son premier concert public à l’âge de sept ans. Il suit sa formation à Paris, auprès d’Yves Nat et de Pierre Sancan pour le piano et d’Eugène Bigot pour la direction d’orchestre ; et à New York auprès d’Eugène Istomin. Il ne tarde pas à se distinguer sur le plan international et est, en 1962, le plus jeune soliste du Concours Tchaïkovski. Dix ans plus tard, sa carrière de chef d’orchestre prend son essor, notamment à travers une collaboration suivie avec le Berliner Philharmonik - tant à Berlin qu’à Salzbourg - et avec l’Orchestre de Paris. Au cours des années 90, il est le directeur musical du Northern Sinfonia England et de l’Orchestre Philharmonique de Turin, sans cesser de se produire comme chef, comme pianiste soliste et comme chambriste. Il est régulièrement invité à donner des master classes. Depuis quelques années, Jean-Bernard Pommier dirige son propre festival à Fontfroide, dans son Languedoc natal. Jean-Bernard Pommier, pianist en dirigent van Franse nationaliteit, gaf zijn eerste publiek concert op de leeftijd van zeven jaar! Hij volgde piano-opleiding in Parijs bij Yves Nat en Pierre Sancan ; voor dirigeren bij Eugène Bigot en in New York bij Eugène Istomin. Hij onderscheidde zich al snel op internationaal vlak en werd in 1962 de jongste solist op de internationale Tchaïkovski-wedstrijd. Tien jaar later kwam zijn loopbaan als dirigent uit de startblokken o.m. door een ononderbroken samenwerking met de Berliner Philharmonik in Berlijn en Salzburg en met het Orchestre de Paris. In de loop van de jaren 90 was hij muzikaal directeur van de Northern Sinfonia England en van het filharmonisch orkest van Turijn, terwijl hij ook bleef optreden als solopianist en in kamermuziek. Hij wordt regelmatig uitgenodigd om master classes te geven en dirigeert sinds enkele jaren zijn eigen festival in Fontfroide , in zijn geboortestreek Languedoc. Of French nationality, a pianist and conductor, Jean-Bernard Pommier gave his first public concert at the age of seven! He pursued his training in Paris, with Yves Nat and Pierre Sancan for the piano and Eugène Bigot for orchestral conduction, and in New York with Eugène Istomin. It was not long before he distinguished himself internationally and in 1962 was the youngest soloist in the Tchaikovski Competition. Ten years later, his conducting career took flight, notably through a collaboration with the Berliner Philharmonik - both in Berlin and Salzburg - and with the Paris Orchestra. During the nineties, he was musical director of the Northern Sinfonia, England, and the Turin Philharmonic Orchestra, whilst continuing to perform as conductor, solo pianist and chambrist. He is regularly invited to give master classes. For some years. Jean-Bernard Pommier has directed his own festival in Fontfroide, in his native Languedoc. José Van Dam baryton basse / bariton bas / baritone bass De nationalité belge, José Van Dam fait ses études au Conservatoire de Bruxelles, sa ville natale. Lauréat de plusieurs grands concours, il est engagé à 21 ans par l’Opéra de Paris où il fait ses débuts dans Les Troyens de Berlioz. Depuis lors, il est l’invité des plus grandes scènes et festivals du monde, de Covent Garden au MET, d’Aix-en-Provence à Saito Kinen, marquant de son empreinte - de chanteur et d’acteur - tous les rôles qui lui sont confiés, y compris en création, tel le rôle titre de Saint-François d’Assise d’Olivier Messiaen, créé à Paris, à l’Opéra Garnier. A cet égard, sa contribution au succès des productions auxquelles il participa à la Monnaie est inestimable. José Van Dam domine également un vaste répertoire de concert, d’oratorio et de lied, qu’il eut l’occasion de donner sous la direction de chefs éminents, tels Abbado, Muti, Ozawa, Karajan ou Pappano. Sa discographie, riche et éclectique, lui a valu de très nombreux prix; il s’est également distingué dans deux films devenus des références: Le Maître de musique de Gérard Corbiau et Don Giovanni (rôle de Leporello) de Joseph Losey. Outre diverses distinctions internationales prestigieuses, José Van Dam a été anobli par le Roi Albert II. Il est maître en résidence, pour le chant, à la Chapelle Musicale Reine Elisabeth. De Belgische bariton-bas José Van Dam studeerde aan het conservatorium van Brussel, zijn geboortestad. Hij won verschillende grote wedstrijden en werd op zijn 21ste aangeworven door de Parijse opera waar hij debuteerde in Les Troyens van Berlioz. Sindsdien wordt hij gevraagd op de grootste podia en muziekfestivals ter wereld, van Covent Garden tot de MET, van Aix-en-Provence tot Saito Kinen, waar hij zijn eigen stempel - als zanger en acteur - drukt op alle rollen die hem worden toevertrouwd, waaronder ook eerste vertolkingen, zoals de titelrol in Saint-François d’Assise van Olivier Messiaen voor het eerst opgevoerd in Parijs in de Opéra Garnier. In dit opzicht is zijn bijdrage aan het succes van de producties waaraan hij meewerkte voor de Munt van onschatbare waarde. José Van Dam beheerst ook een groot repertorium op vlak van concerten, oratorio en lied, dat hij al ten beste gaf onder leiding van eminente dirigenten, zoals Abbado, Muti, Ozawa, Karajan en Pappano. Zijn overvloedige en eclectische discografie bracht hem al heel wat prijzen op. Hij onderscheidde zich ook in twee films die echte referenties zijn geworden: Le Maître de musique van Gérard Corbiau en Don Giovanni (waarin hij Leporello vertolkt) van Joseph Losey. Naast verschillende prestigieuze internationale onderscheidingen, werd José Van Dam onlangs ook in de edelstand verheven door Koning Albert II. Hij is meester in residentie in de Muziekkapel Koningin Elisabeth. Of Belgian nationality, the baritone-bass José Van Dam studied at the Conservatory in Brussels, his home town. Laureate of several major competitions, at twenty-one he was engaged by the Paris Opera where he made his debut in The Trojans by Berlioz. Since then, he has been a guest on the greatest stages and at the greatest lyric festivals in the world, from Covent Garden to the MET, from Aix-en-Provence to Saito Kinen, leaving his imprint - as singer and actor - on all roles that are entrusted to him, including in creation, such as the title role in Olivier Messiaen’s St Francis of Assisi, created in Paris at the Garnier Opera. In this respect, his contribution to the productions in which he took part at the Monnaie is inestimable. José Van Dam also commands a vast concert, oratorio and lied repertoire, which he has had the opportunity to present under the direction of eminent conductors, such as Abbado, Muti, Ozawa, Karajan and Pappano. His abundant and eclectic discography has earned him numerous prizes; he also distinguished himself in two films which have become referenced: Gérard Corbiau’s Le Maître de musique and Joseph Losey’s Don Giovanni (where he sang Leporello). In addition to various prestigious international distinctions, José Van Dam was recently ennobled by King Albert II. He is master in residence for the vocal section, at the Queen Elisabeth College of Music. Jian Wang violoncelle / cello / cello Jian Wang commence l’étude du violoncelle avec son père, à l’âge de quatre ans. Au cours de ses études au Conservatoire de Shanghaï, il est amené à figurer dans le film De Mao à Mozart: Isaac Stern en Chine, et à cette occasion est encouragé par Isaac Stern à se perfectionner à la Yale School of Music, dans la classe d’Aldo Parisot, aux Etats-Unis. Il obtient son premier engagement à Carnegie Hall en 1986 et mène depuis lors une carrière internationale, notamment en compagnie de l’Orchestre Gustav Mahler dirigé par Claudio Abbado, du Koninklijk Concertgebouworkest d’Amsterdam dirigé par Riccardo Chailly, ainsi que des plus grands orchestres des Etats-Unis, du Japon et d’Europe, sous la direction de chefs tels que Charles Dutoit, Emmanuel Krivine, Wolfgang Sawallisch, Paavo Berglund, Christoph Eschenbach, Thomas Dausgaard, Richard Hickox, Mark Wigglesworth et Daniel Harding. Soliste et chambriste, invité par de nombreux festivals internationaux, Jian Wang a gravé des enregistrements remarqués, allant de l’intégrale des Suites de Bach au Quatuor pour la fin du Temps de Messiaen, ainsi que des oeuvres de musique de chambre de Brahms, de Mozart et de Schumann, avec Maria João Pires et Augustin Dumay.Il a signé un contrat d’exclusivité avec le label DGG. Jian Wang, cellist begon op vier jaar cello te leren bij zijn vader. In de loop van zijn studies aan het conservatorium van Shanghaï kreeg hij een figurantenrol in de film From Mao to Mozart: Isaac Stern in China. Bij deze gelegenheid werd hij door Isaac Stern aangemoedigd om zich te perfectioneren aan de Yale School of Music in de Verenigde Staten in de klas van Aldo Parisot. Zijn eerste professioneel optreden was in Carnegie Hall in 1986, wat meteen de start betekende van een internationale carrière vol opmerkelijke prestaties o.m. in het gezelschap van het Gustav Mahler Orkest onder leiding van Claudio Abbado en het Koninklijk Concertgebouworkest van Amsterdam gedirigeerd door Riccardo Chailly. Er volgden tal van engagementen met de grootste orkesten van de Verenigde Staten, Japan en Europa, onder leiding van dirigenten als Charles Dutoit, Emmanuel Krivine, Wolfgang Sawallisch, Paavo Berglund, Christoph Eschenbach, Thomas Dausgaard, Richard Hickox, Mark Wigglesworth en Daniel Harding. Als solist en als kamermuziekspecialist werd Jian Wang uitgenodigd door tal van internationale festivals en heeft hij heel wat opmerkelijke opnames gemaakt, gaande van het integrale werk van de Suites van Bach tot Quatuor pour la fin du Temps van Messiaen, alsook kamermuziekwerken van Brahms, Mozart en Schumann met Maria João Pires en Augustin Dumay. Hij tekende een exclusiviteitsovereenkomst met het label DGG. Jian Wang began learning the cello with his father at the age of four. During his studies at the Shanghai Conservatory, he was led to appear in the film From Mao to Mozart: Isaac Stern in China, and at that time was encouraged by Isaac Stern to perfect himself in Aldo Parisot’s class at the Yale School of Music, in the United States. He obtained his first professional engagement at Carnegie Hall in 1986 and has since pursued an international career, punctuated by outstanding performances, notably accompanied by the Gustav Mahler Orchestra, directed by Claudio Abbado, the Koninklijk Concertgebouworkest of Amsterdam, directed by Riccardo Chailly, as well as the greatest orchestras of the United States, Japan and Europe, under the direction of conductors such as Charles Dutoit, Emmanuel Krivine, Wolfgang Sawallisch, Paavo Berglund, Christoph Eschenbach, Thomas Dausgaard, Richard Hickox, Mark Wigglesworth and Daniel Harding. Soloist and chambrist, guest at numerous international festivals, Jian Wang has made remarkable recordings, from the complete Bach suites to Messiaen’s Quartet for the End of Time, as well as works of chamber music by Brahms, Mozart and Schuman, with Maria João Pires and Augustin Dumay. He has signed an exclusive contract with the DGG label. Christopher Warren-Green chef d'orchestre / dirigent / conductor Christopher Warren-Green est directeur musical du London Chamber Orchestra depuis 1988. Il fut nommé premier chef invité du Nordic Chamber Orchestra en 1998 et chef principal, en 2001. En 2004, il succéda à Sir Neville Marriner comme chef principal de l’Orchestre de Chambre du Megaron, à Athènes. Au Royaume-Uni, il dirige régulièrement le Philharmonia, le Royal Philharmonic, le Royal Liverpool Philharmonic, le BBC Concert, et le London Philharmonic. Il fit ses débuts aux Etats-Unis avec le National Symphony de Washington D. C. et dirigea ensuite les orchestres de St. Louis, du Minnesota, d’Indianapolis, de Vancouver et de Victoria, et établit d’étroites relations avec le Seattle Symphony. La saison dernière, il fit des débuts à la tête du NHK Symphony Orchestra lors d’une tournée au Japon. Violoniste de formation, il fit ses débuts comme soliste avec le Berliner Philharmoniker et se produisit sous la direction de chefs tels que Sir Simon Rattle, Sir Neville Marriner, Michael Tilson Thomas, Giuseppe Sinopoli et Leonard Slatkin. Il est membre de la Royal Academy of Music où il enseigna durant huit ans. Christopher Warren-Green compte une riche discographie, enregistrée chez BMG, EMI, Philips, Virgin, Chandos et Deutsche Grammophon. Christopher Warren-Green is sinds 1988 muziekdirecteur van het London Chamber Orchestra. Hij werd aangesteld tot eerste gastdirigent van het Nordic Chamber Orchestra in 1998 en tot hoofddirigent in 2001. In 2004 volgde hij Sir Neville Marriner op als hoofddirigent van het Kamerorkest van Megaron, in Athene. In het Verenigd Koninkrijk dirigeert hij geregeld de Philharmonia, de Royal Philharmonic, de Royal Liverpool Philharmonic, het BBC Concert en de London Philharmonic. Hij debuteerde in de Verenigde Staten met het National Symphony Washington D. C. en dirigeerde daarna de orkesten van St. Louis, Minnesota, Indianapolis, Vancouver en Victoria. Hij smeedde nauwe banden met de Seattle Symphony. Vorig seizoen maakte hij zijn debuut aan het hoofd van het NHK Symphony Orchestra tijdens een tournee in Japan. Als violist van opleiding debuteerde hij als solist met de Berliner Philharmoniker en trad hij op onder de leiding van dirigenten zoals Sir Simon Rattle, Sir Neville Marriner, Michael Tilson Thomas, Giuseppe Sinopoli en Leonard Slatkin. Hij is lid van de Royal Academy of Music waar hij acht jaar les gaf. Christopher Warren-Green heeft een rijke discografie, met opnames bij BMG, EMI, Philips, Virgin, Chandos en Deutsche Grammophon. Christopher Warren-Green has been the musical director of the London Chamber Orchestra since 1988. First guest conductor of the Nordic Chamber Orchestra in 1998, he became principal conductor in 2001. In 2004, he succeeded Sir Neville Marriner as the principal conductor of the Athens Megaron Chamber Orchestra. He has conducted the Philharmonia, the Royal Philharmonic, the Royal Liverpool Philharmonic, the BBC Concert, and the London Philharmonic orchestras regularly in the UK. He made his US debut with the National Symphony in Washington D.C. He has conducted St. Louis, Minnesota, Indianapolis, Vancouver and Victoria orchestras, and established close ties with the Seattle Symphony. Last season, he made his debut with the NHK Symphony Orchestra during a tour in Japan. A violinist by training, he made his debut as a soloist with the Berliner Philharmoniker and has performed under such conductors as Sir Simon Rattle, Sir Neville Marriner, Michael Tilson Thomas, Giuseppe Sinopoli and Leonard Slatkin. He is a member of the Royal Academy of Music where he taught for eight years. Christopher Warren-Green has an extensive discography recorded with BMG, EMI, Philips, Virgin, Chandos and Deutsche Grammophon. Salvator Dali Trio trio à clavier / klaviertrio / piano trio Le trio Salvator Dali est né de la rencontre de Vineta Sareika, violon, Christian-Pierre La Marca, violoncelle et Amandine Savary, piano, au Festival International de Santander (Espagne). Les trois musiciens étant en perfectionnement à Londres, Paris, Bruxelles et Cologne, ils décident de poursuivre leur formation commune auprès du Quatuor Artemis, à la Chapelle Musicale Reine Elisabeth de Bruxelles. Leur volonté n’est pas “d’interpréter” la musique mais bien d’en donner une lecture vivante, poétique et sincère. La diversité de leurs parcours et de leurs tempéraments apporte également un équilibre et une lumière toute particulière à leur trio, lequel poursuit l’enrichissement de son domaine avec les oeuvres les plus importantes du répertoire classique, romantique et contemporain. Le Trio Salvador Dali se produit au Palais des Beaux-Arts à Bruxelles, au Festival International d’Aix-en-Provence, au Festival de Riga (Lettonie) et participe à la Croisière Musicale Reine Elisabeth. Het trio Salvator Dali ontstond uit de ontmoeting tussen Vineta Sareika, viool, Christian-Pierre La Marca, cello en Amandine Savary, piano, tijdens het Internationaal Festival van Santander (Spanje). De drie musici volgden toen een vervolmakingscursus in Londen, Parijs, Brussel en Keulen en besluiten hun gemeenschappelijke opleiding voort te zetten bij het Quatuor Artemis van de Muziekkapel Koningin Elisabeth van Brussel. Ze willen niet enkel muziek ‘vertolken’, maar op een levendige, poëtische en oprechte manier ontsluiten. Hun verschillende levensloop en temperament geeft een heel apart evenwicht en bijzondere uitstraling aan het trio, dat verder zijn gebied uitbreidt met de belangrijkste werken uit het klassiek, romantisch en hedendaags repertoire. Het Trio Salvador Dali treedt op in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, het Internationaal Festival van Aix-en-Provence, het Festival van Riga (Letland) en werkt mee aan de Muziekcruise van het Muziekkapel Koningin Elisabeth. The Salvator Dali Trio came into being from the encounter of Vineta Sareika, violin, Christian-Pierre La Marca, cello and Amandine Savary, piano, at the Santander International Festival (Spain). As these three musicians were studying in London, Paris, Brussels and Cologne, they decided to continue together with the Artemis Quartet at the Queen Elisabeth College of Music in Brussels. They are keen not to “perform” music, but to give it a lively, poetic and sincere reading. The diversity of their backgrounds and temperaments also strikes a balance and sheds a very particular light onto their trio, which pursues its enrichment in its field with the most important works of the classical, romantic and contemporary repertoire. The Salvador Dali Trio has performed at the Centre for Fine Arts in Brussels, the International Festival of Aix-en-Provence, the Riga Festival (Latvia), and is taking part in the Queen Elisabeth Music Voyage. Talar Dekrmanjian soprano / sopraan / soprano La soprano syrienne Talar Dekrmanjian a fait ses études musicales au Conservatoire Supérieur de Damas (Syrie). En 2001, elle se distingue au Concours Bellini, à Raguse (Italie) et reçoit ensuite une bourse de la Fondation Gulbenkian pour se perfectionner à Maastricht. En 2004, elle est lauréate du Concours International Reine Elisabeth et, la même année, elle rejoint l’Opéra Studio de la Chapelle Musicale Reine Elisabeth dirigé par José Van Dam. Talar se produit aussi bien en Syrie qu’en Europe, aux Etats-Unis, au Japon et en Belgique, où elle est invitée au Festival de Wallonie, au Festival Ars Musica, aux Jeunesses Musicales, au festival 100% Schubert. Elle chante avec The Academy of Ancient Music, l’Orchestre Symphonique de la Monnaie, l’Orchestre Royal de Chambre de Wallonie, le Vlaams Radio Orkest, le Limburg’s Orkest, entre autres, sous la direction de chefs tels que Kazushi Ono, Jakov Kreisberich, Marc Soustrot, Paul Goodwin. Son répertoire comprend notamment les rôles de Lauretta (Gianni Schicchi de Puccini), Micaëla (Carmen de Bizet), Elisetta (Il Matrimonio Segreto de Cimarosa) et Anna Comez (The Consul de Menotti); elle chante le Messie de Haendel et, de Mozart, la Messe en do mineur et le Requiem. De Syrische sopraan Talar Dekrmanjian krijgt haar muzikale opleiding aan het Conservatorium van Damascus (Syrië). In 2001 onderscheidt ze zich in de Bellini Wedstrijd in Ragusa, Italië. Vervolgens krijgt ze een beurs van de Gulbenkian Stichting om zich te vervolmaken in Maastricht. In 2004 is ze laureate van de Internationale Koningin Elisabethwedstrijd. Dat zelfde jaar start ze bij de Opera Studio van de Muziekkapel Koningin Elisabeth onder leiding van José Van Dam. Talar trad al op in Syrië, maar ook in Europa, de Verenigde Staten, Japan en België, waar ze wordt uitgenodigd voor het Festival van Wallonië, het Festival Ars Musica, Jeugd en Muziek en 100% Schubert. Ze zingt met The Academy of Ancient Music, het Symfonisch Orkest van de Munt, het Kamerorkest van Wallonië, het Vlaams Radio Orkest, het Limburgs Orkest onder leiding van onder meer Kazushi Ono, Jakov Kreisberich, Marc Soustrot, Paul Goodwin. Haar repertorium omvat de rollen van Lauretta (Gianni Schicchi van Puccini), Micaëla (Carmen van Bizet), Elisetta (Il Matrimonio Segreto van Cimarosa), en Anna Comez (The consul van Menotti). Ze vertolkte ook de Messias van Haendel, en de Mis in c mineur en het Requiem van Mozart. The Syrian soprano Talar Dekrmanjian studied at the Damascus Conservatoire (Syria). In 2001 she distinguished herself at the Bellini Competition in Ragusa (Italy), and was then granted a scholarship by the Gulbenkian Foundation to pursue higher studies in Maastricht. In 2004, she was a winner at the Queen Elisabeth International Competition, and the same year, she joined the Opera Studio of the Queen Elisabeth College of Music headed by José Van Dam. Talar has performed in Syria and Europe, in the US, Japan and in Belgium, where she has been invited to the Wallonia Festival, the Ars Musica Festival, the Jeunesses Musicales, and to the 100% Schubert Festival. She has sung in particular with the Academy of Ancient Music, the Monnaie Symphony Orchestra, the Royal Chamber orchestra of Wallonia, the Limburgs Orkest, conducted by the likes of Kazushi Ono, Jakov Kreisberich, Marc Soustrot, and Paul Goodwin. Her repertoire comprises in particular the roles of Lauretta (Gianni Schicchi by Puccini), Micaëla (Carmen by Bizet), Elisetta (Il Matrimonio Segreto by Cimarosa), and Anna Comez (The Consul by Menotti); She has sung Haendel’s Messiah and Mozart’s Mass in C minor and Requiem. Annelies Dille mezzo - soprano / mezzo -sopraan / mezzo - soprano De nationalité belge, Annelies Dille entreprend ses études à l’Académie de Louvain, sa ville natale, où elle suit des cours de solfège, de flûte traversière, de chant et de piano. Diplômée du Lemmensinstituut - chant et piano - en 2000, elle se perfectionne ensuite à Stuttgart, auprès de Julia Hamari et dans la section opéra de la Musikhochschule, et à l’Opéra Studio de la Chapelle Musicale Reine Elisabeth, où elle restera trois ans, avec José Van Dam, Susanna Eken et Jocelyn Dienst comme professeurs. Annelies Dille a chanté au Palais des Beaux Arts de Bruxelles, au Palais des Beaux-Arts de Charleroi, à Flagey, à la Monnaie, dans nombre de festivals belges et étrangers, avec l’Orchestre National de Belgique, l’Orchestre de Picardie, les Agrémens, l’Orchestre Royal de Chambre de Wallonie, le Symphonieorkest van Vlaanderen, le Brussels Youth Orchestra, sous la direction, entre autres, de Paul Goodwin, David Miller, Guy Van Waas et Pascale Verrot. Elle s’est produite dans plusieurs opéras de Mozart, dans Le Secret de Fortunio d’Offenbach, La Voix humaine de Poulenc, Albert Herring de Britten, La Fiancée vendue de Smetana, Salomé de Richard Strauss, Gianni Schicchi de Puccini (aux côtés de José Van Dam) etc. ainsi que dans de nombreuses opérettes. De Belgische Annelies Dille begon haar studies aan de Stedelijke Academie van haar geboortestad Leuven, waar ze notenleer, dwarsfluit, zang en piano volgde. In 2000 behaalt ze haar diploma zang en piano aan het Lemmensinstituut. Daarna gaat ze zich vervolmaken in Stuttgart, bij Julia Hamari, en in de operasectie van de Musikhochschule. Als lid van de Opera Studio van de Muziekkapel Koningin Elisabeth krijgt ze drie jaar les van docenten zoals José Van Dam, Susanna Eken en Jocelyn Dienst. Annelies Dille zong in het Paleis voor Schone Kunsten, het Paleis voor Schone Kunsten van Charleroi, Flagey, de Munt, op tal van Belgische en buitenlandse festivals, samen met het Nationaal Orkest van België, het Orchestre de Picardie, Les Agrémens, het Orchestre Royal de Chambre de Wallonie, het Symfonieorkest van Vlaanderen, het Brussels Youth Orchestra, onder meer onder leiding van Paul Goodwin, David Miller, Guy Van Waas, Pascale Verrot. Ze trad op in opera’s van Mozart, in Le Secret de Fortunio van Offenbach, La Voix humaine van Poulenc, Albert Herring van Britten, Die Verkaufte Braut van Smetana, Salomé van Richard Strauss, Gianni Schicchi van Puccini (naast José van Dam), enz. Ze was ook te zien in tal van operettes. A Belgian national, Annelies Dille started her studies in her native Leuven, where she studied musical notation, the flute, voice and the piano. A graduate of the Lemmensinstituut - voice and piano - in 2000, she attended advanced classes in Stuttgart, under Julia Hamari, in the opera department of the Musikhochschule and, for three years at the Opera Studio of the Queen Elisabeth College of Music, under José Van Dam, Susanna Eken and Jocelyn Dienst. Annelies Dille has sung at the Brussels Centre for Fine Arts (Bozar), at the Charleroi Centre for Fine Arts, at the Flagey Centre, the Monnaie Opera House, in many Belgian and foreign festivals, with the National Orchestra of Belgium, the Picardy Orchestra, the Agrémens, the Royal Chamber Orchestra of Wallonia, the Flanders Symphony Orchestra, the Brussels Youth Orchestra, under the baton of Paul Goodwin, David Miller, Guy Van Waas and Pascale Verrot among others. She has appeared in several Mozart operas, in Offenbach’s Le Secret de Fortunio, Poulenc’s La Voix humaine, Britten’s Albert Herring, Smetana’s The Bartered Bride, Richard Strauss’s Salomé, Puccini’s Gianni Schicchi (alongside José Van Dam), etc. and in many operettas. Yossif Ivanov violon / viool / violin Né à Anvers (Belgique) en 1986, Yossif Ivanov reçoit ses premiers cours de violon de son père, à l’âge de 5 ans. Il poursuit son éducation musicale avec Zakhar Bron à Lübeck, avec Igor et Valery Oistrakh au Conservatoire Royal de Bruxelles, puis avec Augustin Dumay à la Chapelle Musicale Reine Elisabeth, où il termine ses études en juin 2007. En 2003, il remporte le Concours Musical International de Montréal et en mai 2005, le deuxième prix du Concours Musical Reine Elisabeth, ainsi que le Prix du Public. En janvier 2007, il est nommé “Révélation de l’Année” au Midem Classique de Cannes. Elu par l’association ECHO comme “Rising Star” pour la saison 2005-2006, il se produit au Carnegie Hall à New York, au Concertgebouw d’Amsterdam, au Musikverein de Vienne, au Palais des Beaux-Arts de Bruxelles et à la Cité de la Musique à Paris. Par ailleurs, il est invité partout en Europe, aux Etats-Unis et au Canada, et joue avec des orchestres, des chefs et des musiciens de tout premier plan. En avril 2007, il fait ses débuts à Londres, avec le London Philharmonic Orchestra sous la direction de Marin Alsop. Son premier CD (Ambroisie - 2006) a reçu un “Diapason d’Or”. Yossif Ivanov wordt in 1986 geboren in Antwerpen (België). Hij krijgt zijn eerste lessen viool van zijn vader als hij vijf is. Hij zet zijn muzikale opvoeding verder bij Zakhar Bron in Lübeck, met Igor en Valery Oistrakh aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel en daarna bij Augustin Dumay aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth, waar hij zijn studies voltooit in 2007. In 2003 wint hij de Internationale Muziekwedstrijd van Montréal en in mei 2005 behaalt hij de tweede prijs en de Publieksprijs op de Internationale Koningin Elisabethwedstrijd. In januari 2007 wordt hij uitgeroepen tot “Revelatie van het Jaar” op het Midem Classique van Cannes. Nadat de vereniging ECHO hem tot “Rising Star” verkiest voor het seizoen 2005-2006 treedt hij op in de Newyorkse Carnegie Hall, het Concertgebouw van Amsterdam, het Musikverein van Wenen, het Paleis voor Schone Kunsten van Brussel en de Cité de la Musique in Paris. Hij krijgt uitnodigingen uit heel Europa, de Verenigde Staten en Canada en speelt samen met orkesten, dirigenten en musici die aan de top staan. In april 2007 debuteert hij in Londen, met het London Philharmonic Orchestra onder leiding van Marin Alsop. Zijn eerste cd (Ambroisie - 2006) kreeg een “Diapason d’Or”. Born in Antwerp (Belgium) in 1986, Yossif Ivanov had his first violin lessons from his father when he was five. He continued his music education with Zakhar Bron in Lübeck, Igor and Valery Oistrakh at the Brussels Royal Conservatoire, and then with Augustin Dumay at the Queen Elisabeth College of Music, where he completed his studies in June 2007. In 2003, he won the Montreal International Music Competition and in May 2005, Second Prize as well as the Public’s Prize at the Queen Elisabeth International Competition. In January 2007, he was named “Revelation of the Year” at the MIDEM Classical Awards in Cannes. Elected by the ECHO association as a rising star for the 2005-2006 season, he has performed at Carnegie Hall in New York, the Concertgebouw in Amsterdam, the Musikverein in Vienna, the Center for Fine Arts of Brussels, and the Cité de la Musique in Paris. He has moreover been invited everywhere in Europe, the United States and Canada, and has performed with first rate orchestras, conductors and musicians. In April 2007, he made his debut in London with the London Philharmonic Orchestra conducted by Marin Alsop. His first CD (Ambroisie - 2006) received a “Diapason d’Or”. Plamena Mangova piano Née en 1980, de nationalité bulgare, Plamena Mangova entame sa formation à l’Académie de Musique d’État de Sofia et remporte bientôt plusieurs prix internationaux - à la “Città di Stresa”, à Koshitze, aux concours de Santander et de Cantu et au concours de musique de chambre Vittorio Gui - ce qui lui permet de réaliser une première tournée de concerts en Espagne et de se produire, toute jeune, avec orchestre. En 1999, elle est admise à l’École supérieure de musique Reina Sofia, à Madrid, dans la classe de Dmitri Bashkirov. A travers de nombreuses masterclasses et concerts, elle fréquente ensuite les plus grandes personnalités de la scène musicale internationale, et est invitée dans la plupart des grands centres de musique et festivals d’Europe. Boursière de la Fondation Musicale Reine Elisabeth, Plamena Mangova suit depuis octobre 2004 un post-graduat de piano à la Chapelle Musicale Reine Elisabeth sous la direction d’Abdel-Rahman El Bacha. Elle a enregistré l’intégrale de l’oeuvre de Prokofiev pour violon et piano, avec Tatiana Samouil (Cyprès), ainsi que les 24 préludes et la sonate n°2 de Chostakovitch, CD récompensé par un “Diapason d’or” (Fuga Libera). En 2007, elle remporte le deuxième prix du Concours Reine Elisabeth de Belgique. Plamena Mangova werd geboren in 1980 en is Bulgaarse. Ze start haar opleiding aan de Staatsmuziekacademie in Sofia en sleept al snel internationale prijzen in de wacht - de “Citta di Stresa” in Koshitze, de wedstrijden van Santander en van Cantu en de kamermuziekwedstrijd Vittorio Gui - wat het haar mogelijk maakt om een eerste concerttournee op te zetten in Spanje en, heel jong, op te treden met een orkest. In 1999 wordt ze toegelaten tot de Muziekhogeschool Reina Sofia, in Madrid, in de klas van Dmitri Bashkirov. In de loop van talrijke masterclasses en concerten gaat ze om met de grootste namen uit de internationale muziekwereld. Ze wordt uitgenodigd door de meeste grote Europese muziekcentra en -festivals. Met een beurs van de Muziekstichting Koningin Elisabeth doet Plamena Mangova sinds oktober 2004 een postgraduaat piano bij de Muziekkapel Koningin Elisabeth, onder leiding van Abdel Rahman El Bacha. Ze nam het volledig oeuvre van Prokofjev voor viool en piano op, samen met Tatiana Samouil (Cypres), evenals de 24 preludes en de sonate nr 2 van Sjostakovitch. Deze cd werd bekroond met een “Diapason d’or” (Fuga Libera). In 2007 behaalt ze de tweede prijs in de Koningin Elisabethwedstrijd van België. A Bulgarian national born in 1980, Plamena Mangova studied at the State Academy of Music in Sofia, and soon went on to win several international prizes - at the “Città di Stresa”, Koshitze, the Santander and Cantu competitions, and the Vittorio Gui chamber music competition, which enabled her to embark on a first concert tour in Spain and to perform with orchestras at a very young age. In 1999, she was admitted to the Queen Sofia School of Music in Madrid, in the class of Dmitri Bashkirov. Through various master classes and concerts, she has associated with the leading personalities of the international music scene, and has been invited in most of the great music centres and festivals of Europe. A holder of a scholarship from the Queen Elisabeth Music Foundation, Plamena Mangova has since October 2004 been pursuing a post-graduate degree in piano at the Queen Elisabeth College of Music under the aegis of Abdel-Rahman El Bacha. She has recorded the complete works of Prokofiev for violin and piano with Tatiana Samouil (Cypres), as well as Chostakovitch’s 24 preludes en sonate nr 2, a CD that won a “Diapason d’or” (Fuga Libera). In 2007, she won the second prize at the Queen Elisabeth Competition. Christian-Pierre La Marca violoncelle / cello / cello Né à Aix-en-Provence en 1983, Christian-Pierre La Marca étudie avec Dominique de Williencourt et Philippe Muller avant d’être admis au CNSM de Paris où il obtient un diplôme supérieur de violoncelle (chez Jean-Marie Gamard) et un premier prix de musique de chambre (chez Christian Ivaldi). Il poursuit aujourd’hui sa formation auprès de Frans Helmerson à la Hochschule de Cologne en Allemagne. Natalia Gutman, Gary Hoffman, Menahem Pressler, Peter Wispelwey, Steven Isserlis et Mstislav Rostropovitch lui donnèrent également de précieux conseils. “Révélation Classique de l’année 2005”, il est lauréat de plusieurs fondations internationales et titulaire de prix prestigieux, ce qui lui permet de se produire dans le monde entier aux côté de très grands musiciens. Il est invité par des festivals internationaux de renom tels ceux d’Aix-en-Provence (2002) et La Roque d’Anthéron (2003) et même au centre musical de Belgais (Portugal) où il suit l’enseignement de Maria-João Pirès et Augustin Dumay. Artiste éclectique, Christian-Pierre est très impliqué dans la création musicale, il fréquente les solistes de l’Ensemble Inter-Contemporain, fait partie du groupe cubain “Casa de la Trova” et intervient dans diverses chaînes de radio et de télévision internationales. Comme membre du trio Dali, il se perfectionne à la Chapelle Musicale Reine Elisabeth, dans la classe du Quatuor Artemis. Christian-Pierre La Marca wordt geboren in 1983 in Aix-en-Provence. Hij studeert samen met Dominique de Williencourt en Philippe Muller en haalt later een hoger diploma cello (bij JeanMarie Gamard) aan het Parijse CNSM, waar hij ook een eerste prijs kamermuziek (bij Christian Ivaldi) behaalt. Vandaag zet hij zijn opleiding voort bij Frans Helmerson aan de Hochschule in Keulen, Duitsland. Hij krijgt kostbare raad van Natalia Gutman, Gary Hoffman, Menahem Pressler, Peter Wispelwey, Steven Isserlis en Mstislav Rostropovitch. Deze “Klassieke Revelatie van het jaar 2005” is laureaat van internationale stichtingen en sleepte topprijzen in de wacht. Zo kan hij wereldwijd optreden, naast grootse musici. Hij krijgt uitnodigingen voor befaamde internationale festivals zoals van Aix-en-Provence (2002) en La Roque d’Anthéron (2003) en zelfs voor het muziekcentrum van Belgais (Portugal), waar hij les krijgt van Maria-Joao Pirès en Augustin Dumay. Christian-Pierre is een eclectisch artiest die de muzikale creatie erg belangrijk vindt. Hij gaat om met de solisten van het Ensemble Inter-Contemporain, maakt deel uit van de Cubaanse groep “Casa de la Trova” en werkt mee aan internationale tv- en radioprogramma’s. Als lied van het Dali trio, perfectionneert hij zich in de klas van het Artemis Quartet in de Muziekkapel Koningin Elisabeth. Born in Aix-en-Provence in 1983, Christian-Pierre La Marca studied with Dominique de Williencourt and Philippe Muller before being admitted to the Paris Conservatoire, where he earned a higher diploma in cello (under Christian Ivaldi). He is currently continuing his studies with Frans Helmerson at the Cologne ‘Hochschule’. Natalia Gutman, Gary Hoffman, Menahem Pressler, Peter Wispelwey, Steven Isserlis and Mstislav Rostropovitch have also given him valuable advice. Named “Classical Music Revelation 2005” he has attended several international foundations and holds prestigious prizes, which have enabled him to perform alongside great musicians throughout the world. He has been invited by famous international festivals such as those of Aix-en-Provence (2002) and La Roque d’Anthéron (2003), and even at the Belgais centre (Portugal) where he is studying with Maria-João Pirès and Augustin Dumay. An eclectic artist, Christian-Pierre is very involved in musical creation, plays with the soloists of the Ensemble Inter-Contemporain, is part of the Cuban group “Casa de la Trova” and appears on various international radio and television programmes. As a member of the Dali trio, he improves in the Chamber Music class, with the Quatuor Artemis, at the Queen Elisabeth College of Music. Zeno Popescu ténor / tenor / tenor De nationalité roumaine, Zeno Popescu suit l’enseignement de théologie à l’Université de l’Ouest, en Roumanie, et se spécialise en histoire de l’Eglise et en théologie oecuménique à l’Institut des Etudes Oecuméniques San Bernardino, à Venise. Dans le cadre de ses études musicales, il pratique le chant byzantin en Roumanie, Grèce (Athènes et Mont Athos) et est ensuite directeur du Choeur SaintJoseph le Nouveau, à Timisoara. En octobre 2004, il rejoint l’Opéra Studio de la Chapelle Musicale Reine Elisabeth, sous la direction de José Van Dam. Dans ce cadre, en 2005, il fait ses débuts comme soliste lyrique au Théâtre National de Belgique dans le rôle de Paolino (Il Matrimonio segreto de Cimarosa). Durant la saison 2006-2007, il collabore avec la Monnaie dans la production de l’Ange de feu de Prokofiev. En 2007, il chante Rinuccio aux côtés de José Van Dam dans Gianni Schicchi (Puccini) au Palais des Beaux-Arts avec l’Orchestre National de Belgique. Il collabore à divers festivals en France et en Belgique. Zeno Popescu heeft theologie gestudeerd aan de Westerse Universiteit in Roemenië en zich gespecialiseerd in kerkgeschiedenis en oecumenische theologie aan het Instituut van Oecumenische Studies “San Bernardino” in Venetië. In het kader van zijn muziekstudies volgt hij Byzantijnse zang in Roemenië en Griekenland (Athene en de berg Athos) en wordt vervolgens dirigent van het koor St. Josef de Nieuwe te Timisoara (Byzantijnse zang). Sinds oktober 2004 maakt hij deel uit van de Opera Studio van de Muziekkapel Koning Elisabeth onder leiding van José Van Dam. Zijn debuut maakt hij als tenor: Paolino in Il Matrimonio segreto (Cimmarosa) in het Théâtre National, de productie van de Opera Studio in 2005. In 2006-07 heeft hij zijn medewerking verleend aan de productie van de Vuurengel van Prokofiev in de Munt. In 2007 zingt hij Rinuccio aan de zijde van José Van Dam in Gianni Schicchi (Puccini), in het Paleis voor Schone Kunsten met het NOB en gaat hij zijn medewerking verlenen aan verscheidene Festivals in Frankrijk en België. Zeno Popescu studied theology at the University of the West in his native Rumania, and specialised in Church History and Ecumenical Theology at the San Bernandino Institute of Ecumenical Studies in Venice. As part of his musical studies, he is involved in Byzantine singing in Rumania and in Greece (Athens and Mount Athos), and is the director of the choir of Saint Joseph the New in Timisoara. In October 2004, he joined the Opera Studio of the Queen Elisabeth College of Music, under José Van Dam. In this connection, he had his debut as lyric soloist in 2005 at the National Theatre of Belgium in the role of Paolino (in Cimarosa’s Il Matrimonio segreto). In the 2006-2007 season, he worked with the Monnaie Opera House in the production of Prokofiev’s The Fire Angel. In 2007 he sang Rinuccio alongside José Van Dam in Gianni Schicchi (Puccini) in the Centre of Fine Arts of Brussels with the National Orchestra of Belgium. He has taken part in various festivals in France and in Belgium. Milos Popovic piano Né en 1985 à Belgrade, portant la double nationalité belge et serbe, Milos Popovic entame l’étude du piano à l’âge de 10 ans à Zemun (Serbie). A 11 ans, il remporte le 2e prix du Concours Rubinstein pour Jeunes Pianistes, à Paris, et le premier prix l’année suivante. Poursuivant ses études musicales en Serbie, au Conservatoire de Novi Sad, il cumule les deux dernières années d’humanités et son cycle supérieur de piano. Les récompenses se succèdent : concours national de Serbie, Wiener Pianisten Wettbewerb Panmusica (2001), Concorso Pianistico Internazionale Città di Gorizia (2002), Concours International Gradus ad Parnassum de Kragujevac (2003). Suite à sa rencontre avec Eugène Moguilevsky, en 1999, il s’inscrit au Conservatoire Royal de Musique de Bruxelles et, parallèlement, entre à la Chapelle Musicale Reine Elisabeth, sous la direction d’Abdel Rahman El Bacha (bourse Belgacom). Soutenu par la Belgian Foundation for Young Soloists, la fondation SPES et le Centre d’Information et d’Aide aux Artistes, il se produit à Bruxelles, à Menton, aux festivals de Montpellier, du Vexin, de Riva del Garda en Italie, en récital ou avec orchestre, sous la direction, notamment, d’Augustin Dumay, de Carlos Miguel Prieto, d’Isaac Karabtchevsky. Milos Popovic werd in 1985 geboren te Belgrado en heeft zowel de Belgische als de Servische nationaliteit. Hij gaat op zijn tiende piano studeren in Zemun (Servië). Als elfjarige behaalt hij de tweede prijs in de Rubinsteinwedstrijd voor Jonge Pianisten in Parijs, een jaar later de eerste. Hij studeert verder muziek in Servië, aan het Conservatorium van Novi Sad, en combineert er de laatste twee jaren humaniora met zijn hogere graad piano. De bekroningen volgen elkaar op: nationale wedstrijd van Servië, Wiener Pianisten Wettbewerb Panmusica (2001), Concorso Pianistico Internazionale Città di Gorizia (2002), de Internationale wedstrijd Gradus ad Parnassum in Kragujevac (2003). Na zijn ontmoeting met Eugueni Moguilevsky in 1999 schrijft hij zich in op het Koninklijk Conservatorium van Brussel en start tegelijk bij de Muziekkapel, onder leiding van Abdel Rahman El Bacha (Belgacom beurs). Met de steun van de Belgian Foundation for Young Soloists, de stichting SPES en het Centre d’Information et d’Aide aux Artistes treedt hij op in Brussel, in Menton, op de festivals van Montpellier, Le Vexin, Riva del Garda in Italië, tijdens recitals of met orkest, onder meer onder leiding van Augustin Dumay, Carlos Miguel Prieto en Isaac Karabtchevsky. Born in 1985 in Belgrade, with dual Belgian and Serbian nationality, Milos Popovic started the piano at the age of 10 in Zemun (Serbia). At the age of 11, he won the 2nd prize at the Rubinstein Competition for Young Pianists in Paris, and the 1st prize the year after. He continued his studies at the Conservatoire of Novi Sad in Serbia, combining the last two years of secondary school with his higher piano instruction. Awards were to follow in succession: National Competition of Serbia, Wiener Pianisten Wettbewerb Panmusica (2001), Concorso Pianistico Internazionale Città di Gorizia (2002), Concours International Gradus ad Parnassum de Kragujevac (2003). After meeting Eugène Moguilevsky, in 1999, he enrolled in the Brussels Royal Conservatoire of Music, and in parallel got in the Queen Elisabeth College of Music, under Abdel Rahman El Bacha (Belgacom scholarship). Supported by the Belgian Foundation for Young Soloists, the SPES Foundation and the Centre for Information and Aid to Artists, he has performed in Brussels, Mention, in the festivals of Montpellier, Vexin, de Riva del Garda in Italy, in recitals or with orchestra, under, in particular, Augustin Dumay, Carlos Miguel Prieto, and Isaac Karabtchevsky. Vineta Sareika violon / viool / violin Née en 1986 en Lettonie, Vineta Sareika commence l’étude du violon à l’âge de 5 ans et remporte le concours des Jeunes Talents de Lettonie à l’âge de 8 ans. En 2002, après de brillantes études à l’Ecole Nationale de Musique de Jourmala (Lettonie), elle entre au Conservatoire National Supérieur de Musique de Paris, avec, pour professeurs, Gérard Poulet, Sylvie Gazeau, Alain Meunier, Xiao-Mei Zhu et Charles-André Linale. Lauréate du concours de Markneukirchen (Allemagne) et du concours Vatelot-Rampal (Paris) en 2003, et du concours J.S.Bach (Paris) en 2004, elle est demi-finaliste du Concours Reine Elisabeth de Belgique en 2005. Depuis 2003, elle se produit en duo avec la pianiste roumaine Gabriela Ungureanu, avec laquelle elle se distingue dans plusieurs concours internationaux de musique de chambre. Comme soliste, elle se produit dans les plus grands centres de musique, en France, en Lettonie - où elle a également participé à des émissions radiophoniques et télévisées -, en Belgique, et dans nombre de pays d’Europe. Actuellement, Vineta Sareika, membre du trio Dali se perfectionne à la Chapelle Musicale Reine Elisabeth, dans la classe d’Augustin Dumay pour le violon et celle du Quatuor Artemis pour la Musique de chambre. Dans ce cadre, elle joue (sur) un violon de Mattio Gofriller (Venise, 1690) prêté par un mécène privé. Vineta Sareika werd geboren in Letland in 1986. Ze is vijf als ze viool gaat studeren en acht als ze de wedstrijd voor Jong Talent van Letland wint. In 2002 start ze, na schitterende studies aan de Nationale Muziekschool van Jourmala (Letland), in het Parijse Conservatoire National Supérieur de Musique. Haar docenten zijn Gérard Poulet, Sylvie Gazeau, Alain Meunier, Xiao-Mei Zhu en Charles-André Linale. Ze is laureate van de wedstrijd van Markneukirchen (Duitsland) en de Vatelot-Rampal wedstrijd (Parijs) in 2003, van de J.S.Bach wedstrijd (Parijs) in 2004. In 2005 haalt ze de halve finale van de Koningin Elisabethwedstrijd van België. Sinds 2003 vormt ze soms een duo met de Roemeense pianiste Gabriela Ungureanu, met wie ze zich onderscheidt op een aantal internationale kamermuziekwedstrijden. Als soliste treedt ze op in de grootste muziekcentra in Frankrijk, in Letland - waar ze ook aan tv- en radioprogramma’s meewerkte -, in België en tal van andere Europese landen. Momenteel vervolmaakt Vineta Sareika, zich bij de Muziekkapel Koningin Elisabeth, in de cursus van Augustin Dumay voor het viool en in de cursus van de Artemis Kwartet voor Kamermuziek.. In dat kader speelt ze op een viool van Mattio Gofriller (Venetië, 1690) die een privé-mecenas uitleende. Born in Latvia in 1986, Vineta Sareika started to study the violin at the age of 5, and won the Young Talent Competition of Latvia at the age of 8. In 2002, after brilliant studies at the Jourmala National School of Music (Latvia), she went to the Paris Conservatoire, where she studied under Gérard Poulet, Sylvie Gazeau, Alain Meunier, Xiao-Mei Zhu and Charles-André Linale. Winner of the Markneukirchen Competition (Allemagne) and the Vatelot-Rampal Competition (Paris) in 2003, and the J.S.Bach Competition (Paris) in 2004, she was a semi-finalist at the Queen Elisabeth Competition in Belgium 2005. Since 2003, she has performed with Rumanian pianist Gabriela Ungureanu, and the two have distinguished themselves in several international chamber music competitions. She has performed in the greatest music venues as a soloist in France and in Latvia - where she has also appeared on radio and television, in Belgium, and in many other European countries. At present, Vineta Sareika, member of the Dali trio, is studying at the Queen Elisabeth College of Music in Augustin Dumay’s class, for violin and the Quatuor Artemis’s class for chamber music, where she plays on a Mattio Goffriller violin (Venice, 1690) lent by a private patron. Amandine Savary piano De nationalité française, née en 1985, Amandine Savary fait ses études au Conservatoire de Caen-Normandie, avant de se rendre à la Royal Academy of Music of London, en 2003, pour se perfectionner avec Christopher Elton et Alexander Satz. Elle suit également des master classes avec d’éminents musiciens, tels Jean-Claude Pennetier, Alexander Satz, Natalia Gutman, Zakhar Bron et Elisso Virssaladze. Lauréate de nombreux concours depuis son enfance, premier prix de plusieurs concours internationaux, elle joue en tant que soliste avec l’Orchestre de Bretagne dirigé par Moshe Atzmon. Elle a été choisie par la Plateforme Jeunes Artistes 2006 du Tillett Trust et elle a fait ses débuts au Wigmore Hall en février 2007. Elle est lauréate du prix Harriet Cohen Bach 2006. Amandine s’est déjà produite comme soliste ou comme chambriste dans des festivals de renom, en France, en Espagne, au Royaume Uni, au Japon et au Québec. Spécialisée depuis très tôt dans l’interprétation de musique contemporaine, elle a travaillé avec des compositeurs tels que Luciano Berio, Ivan Fedele et Yoshihisa Taira. Elle participe régulièrement à des émissions de TV et de radio, notamment pour France 3, Mezzo, BBC Radio 3 et France Musique. Elle se perfectionne à la Chapelle Musicale Reine Elisabeth dans la classe de Musique de chambre avec le Quatuor Artemis. Amandine Savary werd in 1985 geboren en is Frans. Ze studeert aan het Conservatorium van Caen-Normandie en trekt in 2003 naar de Royal Academy of Music of London om zich te vervolmaken bij Christopher Elton en Alexander Satz. Ze volgt ook masterclasses bij vooraanstaande musici zoals Jean-Claude Pennetier, Alexander Satz, Natalia Gutman, Zakhar Bron en Elisso Virssaladze. Als kind al is ze laureate op tal van wedstrijden. Ze behaalt prijzen op verschillende internationale wedstrijdeen en treedt op als soliste met het Orchestre de Bretagne, onder leiding van Moshe Atzmon. De keuze van het Plateforme Jeunes Artistes 2006 van de Tillett Trust valt op haar en in februari 2007 debuteert ze in de Wigmore Hall. Ze is laureate van de Harriet Cohen Bach Prijs 2006. Amandine trad al op als soliste of kamermuziekspecialiste op vermaarde festivals in Frankrijk, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Japan en Québec. Ze specialiseerde zich al heel snel in de vertolking van hedendaagse muziek en werkte samen met componisten zoals Luciano Berio, Ivan Fedele en Yoshihisa Taira.. Ze werkt geregeld mee aan tv- en radioprogramma’s, onder meer voor France 3, Mezzo, BBC Radio 3 en France Musique.Ze perfectionneert zich in de klas van het Artemis Quartet in de Muziekkapel Koningin Elisabeth. A French national born in 1985, Amandine Savary studied at the Caen-Normandy Conservatoire, before heading for the Royal Academy of Music of London, in 2003, to study with Christopher Elton and Alexander Satz. She also attended master classes given by eminent musicians such as Jean-Claude Pennetier, Alexander Satz, Natalia Gutman, Zakhar Bron and Elisso Virssaladze. A winner of numerous competitions since her childhood, first prize of several international competitions, she performs as a soloist with the Brittany Orchestra conducted by Moshe Atzmon. She was chosen by the Young Artists’ Platform 2006 of the Tillett Trust and made her debut at the Wigmore Hall in February 2007. She is the winner of the Harriet Cohen Bach Prize 2006. Amandine has already performed as a soloist and in chamber music in prestigious festivals in France, Spain, the United Kingdom, Japan and Quebec. Having specialised in contemporary music very recently, she is working with such composers as Luciano Berio, Ivan Fedele and Yoshihisa Taira. She appears regularly on radio and TV programmes, in particular for France 3, Mezzo, BBC Radio 3 and France Musique. As a member of the Dali trio, she improves in the Chamber Music class, with the Quatuor Artemis, at the Queen Elisabeth College of Music. Tomoko Taguchi soprano / sopraan / soprano Née à Mie au Japon, Tomoko Taguchi commence le chant en 1993, après des études complètes de piano. Après une licence à l’Université des Beaux-Arts d’Aïchi, elle obtient une maîtrise à l’Université des Beaux-Arts de Tokyo où elle poursuit aujourd’hui sa thèse de doctorat. Depuis 2003, elle est en perfectionnement au Conservatoire National Supérieur de Musique de Paris (classe de Mireille Alcantara). Premier prix du Concours vocal du Japon en 1999, elle est finaliste du Concorso Italo- Giapponese en 2001 et du Concours International d’Iizuka en 2002. Lauréate du programme “Jeune artistes en résidence” au Théâtre du Châtelet en 2003, elle remporte en 2004 le Concours International de Musique du Japon et le prix Matsushita. Son répertoire comprend de nombreux opéras, de Mozart à Puccini, et elle se produit partout dans le monde notamment en France, au Châtelet, à la Cité de la Musique, à Nîmes, à Montpellier, à Arles, en Russie, au Festival Vazvrashennie de Moscou, au Japon, à l’Exposition Internationale d’Aïchi, et en Belgique, entre autres avec l’English Chamber Orchestra, au Palais des Beaux Arts de Bruxelles. Depuis septembre 2005, elle se perfectionne à la Chapelle Musicale Reine Elisabeth, sous la direction de José Van Dam. Tomoko Taguchi is geboren in Mie (Japan). Ze start met zang in 1993 na haar pianostudies. Dan volgen een licentie van de Universiteit voor Schone Kunsten van Aïchi en een master aan de Universiteit voor Schone Kunsten in Tokio, waar ze momenteel ook doctoreert. Sinds 2003 vervolmaakt ze zich aan het Muziekconservatorium in Parijs, bij Mireille Alcantara. In 1999 sleept ze de eerste prijs op de Zangwedstrijd van Japan in de wacht. In 2001 haalt ze de finale van het Concorso Italo-Giapponese en in 2002 van de internationale wedstrijd te Iizuka. Ze is laureate in het programma “Jeune artistes en résidence” in het Théâtre du Châtelet in 2003 te Parijs en wint in 2004 de prestigieuze Internationale Muziekwedstrijd van Japan, alsook de Matsushita-prijs. Haar repertoire telt talloze opera’s, van Mozart tot Puccini. Ze treedt wereldwijd op, onder meer in Frankrijk, in het Châtelet, de Cité de la Musique, in Nîmes, Montpellier, Arles en ook in Rusland op het Vazvrashennie Festival in Moskou, in Japan, tijdens de Internationale Tentoonstelling van Aïchi en in België, onder meer met het English Chamber Orchestra, in het Paleis voor Schone Kunsten. Sinds september 2005 vervolmaakt Tomoko zich bij de Muziekkapel, onder leiding van José Van Dam. Born in Japan, Tomoko Taguchi began to study voice in 1993, after she completed her piano studies. She earned a bachelor’s degree from the Aïchi University of Fine Arts, and a Master’s from the Tokyo University of Fine Arts, where she is currently working on her doctorate. Since 2003, she has been studying at the Paris Conservatoire (Mireille Alcantara’s class). First prize in the Japan Voice Competition in 1991, she was a finalist at the Concorso Italo-Giapponese in 2001 and the Iizuka International Competition in 2002. A winner of the “Young Artists in Residence” programme at the Théâtre du Châtelet in 2003, she won the International Music Competition of Japan in 2004 and the Matsushita prize in 2004. Her repertoire comprises many operas, from Mozart to Puzzini, and she has performed throughout the world, in particular in France at Châtelet, the Cité de la Musique, Nîmes, Montpellier, and Arles, etc.; in Russia at the Vazvrashennie Festival in Moscow; in Japan at the Aïchi International Exhibition, and in Belgium, in particular with the English Chamber Orchestra, at the Centre of Fine Arts in Brussels. Since September 2005, she has been studying at the Queen Elisabeth College of Music, under the directon of José Van Dam. Sinfonia Varsovia Orchestra Fondé en 1984, au sein de l’Orchestre de Chambre de Pologne, dans le cadre d’un projet avec Sir Yehudi Menuhin, le Sinfonia Varsovia connut un succès immédiat. Bientôt constitué en orchestre permanent, il fut invité aux Etats-Unis, au Canada et dans les plus grands centres et festivals d’Europe, en Amérique latine, au Japon, en Corée du Sud et en Chine. Les membres de l’orchestre sont sélectionnés sur base d’auditions, ce qui permet au Sinfonia Varsovia de poursuivre un projet pédagogique exigeant tout en se maintenant au plus haut niveau. Le Sinfonia Varsovia s’est produit avec les plus grands chefs, tels Claudio Abbado, Charles Dutoit, Hans Graf, Emmanuel Krivine, Witold Lutoslawski, Jerzy Maksymiuk, Krzysztof Penderecki, Michel Plasson, Mstislav Rostropovich, Bruno Weil et des solistes tout aussi remarquables, de Martha Argerich à Christian Zacharias, de José Cura à Grigorij Zhislin. Il a enregistré pour une douzaine de labels internationaux, récoltant, notamment, le Grand Prix du Disque, le Diapason d’Or et le prix Fryderyk. Placé sous l’égide de Krzysztof Penderecki entre 1997 et 2003, l’orchestre est actuellement dirigé par Janusz Marynowski. Il est soutenu par le S.I. Witkiewicz Arts Centre Studio de Varsovie. De Sinfonia Varsovia werd opgericht in 1984, binnen het Kamerorkest van Polen, in het kader van een project met Sir Yehudi Menuhin, en oogstte meteen succes. Het werd al snel een vast orkest en kreeg uitnodigingen uit de Verenigde Staten en Canada, en voor de grootste centra en festivals van Europa, Latijns-Amerika, Japan, Zuid-Korea en China. De orkestleden worden op basis van audities geselecteerd, zodat het Sinfonia Varsovia een veeleisend pedagogisch project kan blijven uitvoeren en zich tegelijk op het hoogste niveau handhaaft. Het orkest trad op met de grootste dirigenten, zoals Claudio Abbado, Charles Dutoit, Hans Graf, Emmanuel Krivine, Witold Lutoslawski, Jerzy Maksymiuk, Krzysztof Penderecki, Michel Plasson, Mstislav Rostropovich, Bruno Weil en met even opmerkelijke solisten, van Martha Argerich tot Christian Zacharias, van José Cura tot Grigorij Zhislin. Het maakte opnames voor een twaalftal internationale labels. En het behaalde onder meer de Grand Prix du Disque, de Diapason d’Or en de Fryderyk-prijs. Het orkest, dat van 1997 tot 2003 geleid werd door Krzysztof Penderecki, heeft nu Janusz Marynowski als leider. Het krijgt steun van de S.I. Witkiewicz Arts Centre Studio van Warschau. Founded in 1984, within the Polish Chamber Orchestra, under a project with Sir Yehudi Menuhin, the Sinfonia Varsovia was an instant success. Established as a permanent orchestra soon thereafter, it has been invited to the United States, Canada and in the leading centres and festivals of Europe, Latin America, Japan, South Korea and China. The members of the orchestra are selected in auditions, thereby enabling the Sinfonia Varsovia to pursue a demanding educational project, while remaining at the highest level. The Sinfonia Varsovia has performed with the greatest conductors, including Claudio Abbado, Charles Dutoit, Hans Graf, Emmanuel Krivine, Witold Lutoslawski, Jerzy Maksymiuk, Krzysztof Penderecki, Michel Plasson, Mstislav Rostropovich, and Bruno Weil, and with equally remarkable soloists, from Martha Argerich to Christian Zacharias, José Cura and Grigorij Zhislin. The orchestra has recorded with a dozen international labels, collecting in particular, the Grand Prix du Disque, the Diapason d’Or and the Fryderyk prize. Under the aegis of Krzysztof Penderecki between 1997 and 2003, the orchestra is currently under the musical direction of Janusz Marynowski. The Sinfonia Varsovia is supported by the Witkiewicz Arts Centre Studio in Warsaw. I violon / viool /violin Jakub Haufa - Lukasz Turcza - Anna Gotartowska - Edyta Czyzewska - Adam Zarzycki - Adam Wagner II violon / viool / violin Pawel Gadzina - Grzegorz Kozlowski - Krystyna Walkiewicz - Robert Dabrowski - Joanna Okon Alto / altviool /viola Grzegorz Stachurski - Janusz Biezynski - Jacek Nycz - Igor Kabalewski Violoncelle / cello /cello Katarzyna Drzewiecka - Piotr Krzemionka - Kamil Mysinski Contrebasse / contrabas / contrabassi Marek Bogacz - Radoslaw Nur Flûte / fluit / flute Andrzej Krzyzanowski - Hanna Turonek Hautbois / hobo / oboe Sylwester Sobola - Adam Szlezak Clarinette / klarinet / clarinet Aleksander Romanski - Boguslaw Kraski Bassons / fagot / basoon Leszek Wachnik - Wieslaw Woloszynek Cor / hoorn / horn Pawel Szczepanski - Roman Sykta - Grzegorz Sabel - Tomasz Binkowski Trompette / trompet / trumpet Jakub Waszczeniuk - Andrzej Tomczok Timbale / pauk / timpani Piotr Kostrzewa Janusz Marynowski - managing director Ryszard Dembicki - stage manager 13/10 Monaco Sinfonia Varsovia dir. Christopher Warren Green Ouverture Coriolan, op. 62 L. v. Beethoven « Casta Diva » Norma Tomoko Taguchi, soprano/sopraan V. Bellini Concerto en la min, op. 54, pour piano et orchestre Concerto in a, op 54, voor piano en orkest Abdel Rahman El Bacha, piano R. Schumann Concerto en ré maj, op. 61, pour violon et orchestre Concerto in D, op. 61, voor viool en orkest Yossif Ivanov, violon/viool L. v. Beethoven 14/10 On board Musique de chambre/kamermuziek Fantaisie en fa min, op. 103, D 940, pour piano à 4 mains Fantaisie in f, op. 103, D 940, voor piano vier handen Abdel Rahman El Bacha, piano - Milos Popovic, piano Trio n° 2 en mi min. op. 67, pour violon, violoncelle et piano Trio nr 2 in e, op. 67, voor viool, cello en piano Trio S. Dali : Vineta Sareika, violon/viool Christian-Pierre La Marca, violoncelle/cello Amandine Savary, piano F. Schubert D. Chostakovitch Sinfonia Varsovia dir. Christopher Warren Green Symphonie n° 2 en ré maj, op. 36 Symfonie nr 2 in D, op. 36 Concerto “Jeunehomme”, n° 9, en mi b maj, KV 271, pour piano et orchestre Concerto “Jeunehomme”, nr 9, in Es, KV 271, voor piano en orkest Plamena Mangova, piano L. v. Beethoven W. A. Mozart 15/10 On board Musique de chambre/kamermuziek Variations sur le thème “La Stessa, la Stessissima” en si b maj.de Salieri/in Bes van Salieri Plamena Mangova, piano L. v. Beethoven Suite n° 6 en do maj, BWV 1012, pour violoncelle solo Suite nr 6 in C, BWV 1012, voor cello solo Jian Wang, violoncelle/cello J.S. Bach Sonate n° 1 en mi min. op. 38, pour violoncelle et piano Sonate nr 1 in e, op. 38, voor cello en piano Jian Wang, violoncelle/cello - Plamena Mangova, piano J. Brahms 15/10 Théâtre La Valette Sinfonia Varsovia dir. Christopher Warren Green Ouverture, Les Hébrides F. Mendelssohn Concerto en mi min, op. 64, pour violon et orchestre Concerto in e, op. 64, voor viool en orkest Augustin Dumay, violon/viool F. Mendelssohn Concerto n° 2 en fa min, op. 21 Concerto nr 2 in f, op. 21 Maria João Pirès, piano F. Mendelssohn 16/10 On board Musique de chambre/kamermuziek Dans un bois solitaire W. A. Mozart Gretchen am Spinnrade F. Schubert Chanson triste H. Duparc Les filles de Cadix L. Delibes Donne moi la flûte de Pan et chante, chanson arabe Talar Dekrmanjian, soprano Milos Popovic, piano Rahabani Sonate en do maj, KV 521, pour piano à 4 mains Sonate in C, KV 521, voor piano 4 handen Ma mère l’Oye, suite pour piano 4 mains Ma mère l’Oye, suite voor piano 4 handen Abdel Rahman El Bacha, piano Milos Popovic, piano 16/10 Sabratha W. A. Mozart M. Ravel Sinfonia Varsovia dir. Christopher Warren Greenn Symphonie n° 5 en si b maj, D 485 Symfonie nr 5 in Bes, D 485 F. Schubert Duo Violetta - Alfredo, La Traviata Tomoko Taguchi, soprano/sopraan Zeno Popescu, ténor/tenor G. Verdi “È strano”, Violetta, La Traviata Tomoko Taguchi, soprano/sopraan G. Verdi Triple Concerto en do maj, op. 54 Triple Concerto in C, op. 54 Augustin Dumay, violon/viool Jian Wang, violoncelle/cello Maria Joao Pirès, piano L. v. Beethoven 17/10 On board Musique de chambre/kamermuziek Quintette en mi b maj, op. 44 Quintet in Es, op. 44 Augustin Dumay, violon/viool Yossif Ivanov, violon/viool Lise Berthaud, alto/altviool Christian-Pierre La Marca, violoncelle/cello Plamena Mangova, piano Quintette à clavier, La Truite en la maj, op. 114 D. 667 Klavierquintet, La Truite in A, op. 114 D667 Augustin Dumay, violon/viool Jian Wang, violoncelle/cello Maria João Pirès, piano Lise Berthaud, alto/altviool Marek Bogacz, contrebasse/contrabas 17/10 Leptis Magna R. Schumann F. Schubert Sinfonia Varsovia, dir. Jean Bernard Pommier Symphonie n° 38 en ré maj, Prague , KV 504 Symfonie nr 38 in D, Prague , KV 504 W. A. Mozart « Dies Bildnis », Tamino, Die Zauberflöte Zeno Popescu, ténor/tenor W. A. Mozart « Parto, parto », Sesto, La Clemenza di Tito Annelies Dille, mezzo-soprano/mezzosopraan W. A. Mozart « Me voilà seule - Comme autrefois dans la nuit » Leila, Les pêcheurs de perles Talar Dekrmanjian, soprano/sopraan « Va, laisse couler mes larmes », Charlotte, Werther Annelies Dille, mezzo-soprano/mezzosopraan « Viens Mallika - Sous le dôme épais », Lakmé - Mallika, Lakmé Talar Dekrmanjian, soprano/sopraan Annelies Dille, mezzo-soprano/mezzo-sopraan Concerto n° 4 en sol maj, op.58, pour piano et orchestre Concerto nr 4 in G, op. 58, voor piano en orkest Abdel Rahman El Bacha, piano G. Bizet J. Massenet L. Delibes L. v. Beethoven 18/10 On board Musique de chambre/kamermuziek Sonate n° 6 en la maj, op. 30 n° 1, pour violon et piano Sonate nr 6 in A, op. 30 nr 1, voor viool en piano Vineta Sareika, violon/viool - Abdel Rahman El Bacha, piano Trio n° 1 en si maj, op. 8, pour violon, violoncelle et piano Trio nr 1 in B, op. 8, voor viool, cello en piano Augustin Dumay, violon/viool Jian Wang, violoncelle/cello Plamena Mangova, piano 18/10 Ta o r m i n a L. v. Beethoven J. Brahms Sinfonia Varsovia, dir. Jean Bernard Pommier Concerto n° 1 en sol min, op. 26, pour violon et orchestre Concerto nr 1 in g, op. 26, voor viool en orkest Vineta Sareika, violon/viool Concerto n° 1 en la min, op. 33, pour violoncelle et orchestre Concerto nr 1 in a, op. 33, voor cello en orkest Jian Wang, violoncelle/cello Symphonie n° 4 en la maj, « Italienne » Symfonie nr 4 in A, “ Italienne” 19/10 On board M. Bruch C. Saint Saëns F. Mendelssohn Musique de chambre/kamermuziek Chaconne de la partita en ré min, BWV 1004 Chaconne de la partita in d, BMW 1004 4 Préludes pour piano 4 Preludes voor piano Milos Popovic, piano Poème, op. 25 Valse-scherzo, op. 34 Carmen fantaisie Yossif Ivanov, violon/viool Milos Popovic, piano J.S. Bach (transcript. Busoni) S. Rachmaninov E. Chausson P. Tchaïkovski F. Waxmann 19/10 Naples (Ischia) Sinfonia Varsovia, dir. Jean Bernard Pommier Le nozze di Figaro W. A. Mozart Ouverture « Cinque....dieci....venti... », Susanna - Figaro Talar Dekrmanjian, soprano/sopraan José Van Dam, baryton/bariton « Non so più cosa son », Cherubino Annelies Dille, mezzo-soprano/mezzosopraan « Non più andrai », Figaro José Van Dam, baryton/bariton « Voi che sapete », Cherubino Annelies Dille, mezzo-soprano/mezzosopraan « Hai già vinta la causa », Conte José Van Dam, baryton/bariton « E Susanna non vien... Dove sono i bei momenti », Contessa Tomoko Taguchi, soprano/sopraan « Giunse al fin il momento....Deh vieni non tardar », Susanna Talar Dekrmanjian, soprano/sopraan « Mentre ti lascio » KV 513 (5’25’’), Air de concert José Van Dam, baryton/bariton Don Giovanni Ouverture « Ma qual mai s’offre..... Fuggi crudele fuggi », Donna Anna - Don Ottavio Talar Dekrmanjian, soprano/sopraan Zeno Popescu, ténor/tenor « La ci darem la mano », Zerlina - Don Giovanni Talar Dekrmanjian, soprano/sopraan José Van Dam, baryton/bariton « Ah, fuggi il traditor », Elvira Tomoko Taguchi, soprano/sopraan « Non ti fidar o misera.... La povera ragazza è pazza », Donna Anna, Donna Elvira, Don Ottavio, Don Giovanni Talar Dekrmanjian, soprano/sopraan Tomoko Taguchi, soprano/sopraan Zeno Popescu, ténor/tenor José Van Dam, baryton/bariton « In quali excessi ..... Mi tradi quell’alma ingrata... », Donna Elvira Tomoko Taguchi, soprano/sopraan « Crudele ? Ah nó, mio bene.....Non mi dir... », Donna Anna Talar Dekrmanjian, soprano/sopraan « Madamina, il catalogo è questo », Leporello José Van Dam, baryton/bariton W. A. Mozart La Principauté de Monaco Gouvernée par la dynastie des Grimaldi depuis 1297, Monaco est devenu une monarchie constitutionnelle en 1911, dirigée par le Prince Albert II depuis 2005. Sa superficie est de 2,02 km2 et sa densité de population la plus élevée du monde... En 1861, après la prise d’indépendance de Menton et Roquebrune, le Prince Charles III eut l’idée de créer des jeux de casino (interdits dans les pays voisins) et, ce qui allait déterminer un développement économique spectaculaire, encouragé, en 1869, par la suppression des impôts personnels, fonciers et mobiliers. Une première extension du port vers la mer fut construite en 2003, et une deuxième vient d’être lancée par Albert II, destinée à gagner dix nouveaux hectares et relancer la construction. Edifié aux côtés de l’opéra et du casino, l’Hôtel de Paris, une des légendes de cet état privilégié, symbolise depuis son ouverture, en 1864, l’excellence dans l’art d’accueillir. C’est là, dans le salon Empire, que sera donné le concert d’ouverture du Voyage Musical Reine Elisabeth. Prinsdom Monaco Een prinsdom, een stad, een staat en een gemeente: Monaco is dat alles tegelijk. Het leunt aan tegen het Franse grondgebied en ligt aan de Middellandse Zee, op zowat 20 kilometer ten oosten van Nice. Monaco wordt sinds 1297 bestuurd door de Grimaldi-dynastie en werd in 1911 een grondwettelijke monarchie, die sinds 2005 geleid wordt door Prins Albert II. Het heeft een oppervlakte van 2,02 km2 en de hoogste bevolkingsdichtheid ter wereld. Na de aankoop van Menton en Roquebrune in 1861 vatte Prins Karel III het idee op om kansspelen in te richten (verboden in de buurlanden). Dit was de aanzet tot een opzienbarende economische groei, die in 1869 nog bevorderd werd door de afschaffing van de roerende, de grond- en de personenbelasting. In 2003 werd de haven een eerste keer naar de zee uitgebreid. Onlangs gaf Albert II het startschot voor een tweede uitbreiding, om tien hectare bij te winnen en de bouw aan te zwengelen. Het Hôtel de Paris ligt naast de opera en het casino en behoort tot de legendes van deze bevoorrechte staat. Het staat sinds de opening, in 1864, symbool voor de kunst van de gastvrijheid die hier beoefend wordt. Hier, in het Empire salon, vindt het concert plaats waarmee de Muzikale reis Koningin Elisabeth start. The Principality of Monaco A principality, a city, a state and a municipality: Monaco is all that at once, hemmed in French territory and washed by the Mediterranean, some twenty kilometres to the east of Nice. Governed by the Grimaldi dynasty since 1297, Monaco became a constitutional monarchy in 1911, and has been headed by Prince Albert II since 2005. It has an area of 2.02 km2 and the highest population density in the world. In 1861, when Menton and Roquebrune became independent, Prince Charles III had the idea of opening a casino (which was prohibited in the neighbouring countries), that would prove decisive for a spectacular economic development, encouraged, in 1869, by the abolition of personal, land and property tax. The port was extended towards the sea initially in 2003, and a second such extension has just been launched by Albert II, to gain ten new hectares and revive construction. Built on the sides of the opera and the casino, the Hotel de Paris is one of the legends of this privileged state, and has been synonymous with excellence since it was inaugurated in 1864. The opening concert of the Queen Elisabeth Music Voyage will be held in the Empire Room of the hotel. copyright : photo SBM Une principauté, une cité, un état et une commune : Monaco est tout cela à la fois, enclavée dans le territoire français et bordée par la mer Méditerranée, à une vingtaine de kilomètres à l’est de Nice. La Valette La République de Malte comprend trois îles - Malte, Gozo et Camino - pour une population totale d’environ 400.000 habitants. Situées entre la Sicile et la Libye, ces îles ont toujours occupé une position stratégique dans la politique et l’histoire de la région. Habité depuis le néolithique, soit plus de cinq mille ans, l’archipel fut colonisé par la plupart des puissances de la Méditerranée, des Phéniciens aux Chevaliers de l’Ordre de Saint-Jean, et par les Britanniques, avant de devenir une République parlementaire indépendante en 1964. Qu’on l’atteigne par le ciel ou par la mer, on est frappé par la beauté de ses paysages aux criques d’un bleu éclatant, à la terre rose et ocre, aux campagnes sillonnées de murets de pierres et balisées de villages aux fiers clochers. Succédant à la ville fortifiée de Mdina, dénommée depuis “la ville silencieuse”, La Valette devint la capitale de l’archipel en 1566, par décision du Grand Maître de l’Ordre de Malte, Jean Parisot de La Valette, qui lui donna son nom. Elle renferme aujourd’hui les plus beaux bâtiments et trésors de l’archipel dont l’église des Chevaliers de Saint-Jean, le Palais des Grands Maîtres, la salle du Conseil, et ses splendides tapisseries, et le Théâtre Manoel. Valetta De Republiek Malta bestaat uit drie eilanden, - Malta, Gozo en Camino -, met ongeveer 400.000 inwoners. Die eilanden liggen tussen Sicilië en Libië en hadden altijd al een strategische positie in de politiek en de geschiedenis van de regio. Het schiereiland wordt al bewoond sinds het neolithicum, meer dan 5000 jaar dus. Het werd gekoloniseerd door de meeste grootmachten rond de Middellandse Zee, van de Feniciërs tot de Johannieterridders, en door de Britten alvorens het in 1964 een onafhankelijke parlementaire republiek werd. Zowel wie over zee als wie via de lucht aankomt, wordt getroffen door de schoonheid van zijn landschappen met hun felblauwe kreken, hun roze en okerkleurige aarde, het platteland dat bestrooid is met stenen muurtjes en dorpen met trotse klokkentorens. In 1566 volgde Valletta de vestingstad Mdina, sindsdien “stille stad” genoemd, op als hoofdstad van het schiereiland. Dat werd beslist door de Grootmeester van de Maltezer Ridderorde, Jean Parisot de La Valette, die er zijn naam aan gaf. Vandaag herbergt de stad de mooiste gebouwen en schatten van het schiereiland, zoals de kerk van de Johannieterridders, het Paleis van de Grootmeesters, de Raadzaal en zijn prachtige wandtapijten, en het Manoel Theater. La Valette The Republic of Malta comprises three islands - Malta, Gozo and Camino - and has a total population of about 400,000 inhabitants. Situated between Sicily and Libya, these islands have always occupied a strategic position in the region’s history and politics. Inhabited since the Neolithic age, i.e. for more than five thousand years, the archipelago has been colonised by most powers in the Mediterranean, from the Phoenicians to the Knights of St. John, as well as by the British, before it became an independent parliamentary Republic in 1964. Whether approached by sea or sky, the beauty of the landscapes is breathtaking with those dazzling blue beaches, pink and ochreous earth. Succeeding the fortified city of Mdina, known as the “silent city” ever since, La Valette became the capital of the archipelago in 1566, by decision of the Grand Master of the Order of Malta, Jean Parisot de La Valette, whose name the city bears. Today it is home to the most beautiful buildings and treasures of the archipelago, including the church of the Knights of St Jean, the Grand Master’s Palace, the Council Hall and its splendid tapestries and the Manoel Theatre. Tripoli, carrefour de trois cités La capitale de la Libye, quatrième plus grand pays d’Afrique, doit son nom - Tripoli -, à l’association de trois grandes cités : Olea, Sabratha et Leptis. La ville, située au nord-ouest du pays, entre la mer et le désert, occupe une position stratégique sur le plan maritime, industriel et commercial. Fière de son passé mais ouverte à la modernité, elle ne laisse personne indifférent: le reflet de la médina sur le plan d’eau de la citadelle, la tour de l’horloge, les dômes de la banque centrale, les minarets des multiples mosquées se dressant vers le ciel sont autant de visions fortes que le visiteur emportera dans ses souvenirs. Tripoli, kruispunt van drie steden De hoofdstad van Libië, het vierde grootste land van Afrika, dankt haar naam Tripoli aan het verband tussen drie grote steden: Olea, Sabratha en Leptis. De stad, gelegen in het noordwesten van het land tussen de zee en de woestijn, heeft een strategische ligging op maritiem, industrieel en commercieel vlak. Trots op haar verleden maar open voor moderniteit, laat ze niemand onberoerd. De weerspiegeling van de medina op het watervlak van de citadel, de klokkentoren, de koepels van de centrale bank, de minaretten van de verschillende moskeeën die zich oprichten naar de hemel, ... dit prachtige uitzicht brandt voor altijd een beeld op het netvlies van de bezoeker. Tripoli, crossroads of three cities The capital of Libya, the fourth largest country in Africa, owes its name - Tripoli - to the combination of three great cities: Olea, Sabratha and Leptis. The city, situated in the north-west of the country, between the sea and the desert, occupies a strategic maritime, industrial and commercial position. Proud of its past but open to modernity, it leaves no-one indifferent: the reflection of the medina on the stretch of water before the citadel, the clock tower, the domes of the central bank, the minarets of multiple mosques raised towards the sky are so many powerful visions which the visitor will take away as memories. Sabratha Située dans l’actuelle Libye occidentale, Sabratha formait avec Oea et Leptis Magna le trio de villes qui donna son nom à la région. Grâce à son port naturel, elle fut d’abord un comptoir phénicien, avant de devenir carthaginoise et enfin, romaine. Après la destruction de Carthage, en 146 avant JC, les Romains agrandirent Sabratha vers le sud et vers l’ouest pour en faire une étape commerciale importante sur la route menant de Ghadamès vers le centre de l’Afrique. Le joyau de Sabratha est sans aucun doute son théâtre, édifié en 175 avant JC, sous le règne des Sévères, et implanté au delà de la périphérie est du rempart byzantin. Sa reconstruction débuta en 1927 et son inauguration officielle eut lieu en 1937. Devant l’auditorium semi-circulaire à trois gradins se dresse le mur de scène le plus beau de tout le monde romain. Haut de vingt-cinq mètres, il comprend cent et huit colonnes corinthiennes en marbre de couleurs différentes, disposées sur trois étages et épousant les courbes douces des absides. Les bas-reliefs du pulpitum sont d’une délicatesse exceptionnelle. Enfin, le contraste entre l’ocre du grès des édifices et le bleu profond de la mer, visible en arrière plan, donne à Sabratha un charme incomparable. Sabratha Sabratha ligt in het westen van het huidige Libië en vormde samen met Oea en Leptis Magna het trio steden dat zijn naam aan de regio gaf. Dankzij de natuurlijke haven was Sabratha eerst een Fenicische handelsplaats, om daarna een Carthaagse en vervolgens een Romeinse stad te worden. Na de verwoesting van Carthago, in 146 v.C., breidden de Romeinen Sabratha zuid- en westwaarts uit tot een belangrijke etappe op de handelsroute van Ghudamis naar het hart van Afrika. De parel van Sabratha is ongetwijfeld het theater uit 175 v.C. Het werd onder de Severiaanse dynastie opgetrokken, buiten de rand en de Byzantijnse wal. De heropbouw startte in 1927 en het werd officieel ingehuldigd in 1937. Voor het halfronde auditorium staat de mooiste podiummuur van de Romeinse wereld. Hij is 25 meter hoog en omvat drie verdiepingen van honderd en acht marmeren Korintische zuilen in verschillende kleuren, die overgaan in de zachte vormen van de koornissen. De bas-reliëfs van het pulpitum ogen buitengewoon teer. En het contrast tussen de okergele zandsteen van de gebouwen en het diepblauw van de zee, op de achtergrond, verleent Sabratha een onvergelijkbare charme. Sabratha Situated in what today is Western Libya, Sabratha constituted, together with Oea and Leptis Magna the trio of cities that gave the region its name. Thanks to its natural harbour, it was originally a Phoenician trading post, before becoming Carthaginian and finally Roman. After the destruction of Carthage in 146 BC, the Romans enlarged Sabratha to the south and to the west to turn it into an important trading centre on the route to Ghadames and on to the centre of Africa. The jewel of Sabratha is undoubtedly its theatre, built in 175 BC under the reign of the Severus clan, and further on in the outskirts, a Byzantine rampart. Its reconstruction commenced in 1927, and it was officially inaugurated in 1937. In front of the semi-circular threetiered auditorium rises the most beautiful stage wall of the entire Roman world. Twenty-five metres high, it comprises one hundred and eight Corinthian columns of different-coloured marble, arranged over three stories and hugging the soft curves of the apses. The basreliefs of the pulpitum are of exceptional finesse. Finally, the contrast between the ochreous sandstone of the building and the deep blue of the sea visible in the background, gives Sabratha singular charm. Leptis Magna Aussi appelée la “Rome Africaine”, la somptueuse cité de Septime Sévère est l’une des cités de l’Antiquité les mieux conservées. Elle fut l’une des trois cités les plus célèbres de la région de Tripoli (Tripolis signifiant “trois cités” en grec), les 2 autres étant Oea, connue de nos jours comme Tripoli, et Sabratha, située à 67 km à l’ouest. Le nom “Leptis” est d’origine phénicienne et l’adjectif “Magna” (la grande) distinguait la ville de Leptis Minor, une autre cité voisine de Carthage. Leptis Magna fut fondée par les marchands phéniciens vers le début du 1er millénaire av. JC, pour servir de pôle commercial et de port occasionnel. Elle passa sous la domination romaine après la chute de Carthage, en146 av. JC, et connut dès lors une prospérité croissante, jusqu’au règne de Septime Sévère (193-211) qui marqua le sommet de son rayonnement politique, culturel et commercial, traduit, notamment, dans le domaine architectural. Revalorisés grâce à des fouilles entreprises depuis 1911, l’arc de triomphe, les thermes d’Hadrien, le forum, la basilique, le marché, le théâtre et, au-delà du port antique, l’amphithéâtre et le cirque sont autant de témoignages éclatants de l’âge d’or de la région. Leptis Magna De prachtige stad van Septimius Severus heeft als bijnaam “Het Rome van Afrika”. Het is één van de beste bewaarde steden uit de oudheid. Ze behoorde tot de drie beroemdste steden van de regio van Tripoli (Tripolis betekent ‘drie steden’ in het Grieks). De twee andere zijn Oea, het huidige Tripoli, en Sabratha, op 67 km westwaarts. De naam “Leptis” is fenicisch van oorsprong en het bijvoeglijk naamwoord “Magna” (de grote) onderscheidde de stad van Leptis Minor, een Carthaagse buurstad. Leptis Magna werd omstreeks de tiende eeuw v.C. door Fenicische handelaars gesticht als handelscentrum en ook om soms als haven te dienen. Na de val van Carthago ging ze in 146 v.C. in Romeinse handen over. Daarna kende de stad een groeiende welvaart. Tijdens het bewind van Septimius Severus (193-211) stond ze op het toppunt van haar politieke, culturele uitstraling en ook op handelsgebied, wat onder meer duidelijk is in de architecturale erfenis. Door de opgravingen sinds 1991 werden de triomfboog, de termen van Hadrianus, het forum, de basiliek, de schouwburg en, voorbij de antieke haven, het amfitheater en het circus opgewaardeerd als evenveel schitterende getuigen van de gouden tijd van de regio. Leptis Magna Known also as the “African Rome,” the magnificent city of Septimius Severus is one of the best preserved cities from Antiquity. It was one of the three most famous cities of the Tripoli region (Tripoli means “three cities” in Greek), the two others being Oea, known today as Tripoli, and Sabratha, 67 km to the west. The name “Leptis” is Phoenician, and the adjective “Magna” distinguished the city from Leptis Minor, another neighbouring city of Carthage. Leptis Magna was founded by Phoenician merchants about the beginning of the 1st century BC, as a commercial centre and occasional port. It came under Roman rule after the fall of Carthage in 146 BC, and then went through a period of growing prosperity until the reign of Septimius Severus (193-211), which marked its political, commercial and cultural apogee, especially on the architectural front. Revived in excavations since 1911, the triumphal arch, Hadrian’s baths, the forum, the basilica, the market, the theatre, and beyond, the ancient port, the amphitheatre and the circus bear sterling witness of the region’s golden age. Taormina A mi-chemin entre Catane et Messine, à 300 mètres au-dessus du niveau de la mer, l’illustre cité de Taormina occupe une position stratégique sur les flancs du Mont Tauro. Le site est superbe, les plages idylliques, à quelques minutes à peine de la station balnéaire et la ville, riche de ses origines antiques et de son passé médiéval. La Piazza Vittorio Emanuel (le forum de la ville antique) donne accès à son célèbre théâtre grec, construit au IIIe siècle avant JC et presque entièrement rénové cinq siècles plus tard par les Romains. Ce théâtre est l’un des plus importants du monde antique. D’un diamètre de 109 mètres, il est divisé en neuf secteurs pouvant accueillir au total 5 400 spectateurs. La scène est remarquablement conservée, avec son mur de fond à deux étages où quelques colonnes et chapiteaux corinthiens en marbre ont pu être replacés. Creusé dans la roche, offrant depuis les rangs des spectateurs une vue impressionnante sur l’Etna, il est comme une gigantesque coquille face à la mer. A partir du début du XXe siècle, la ville - à qui Goethe avait déjà consacré des pages enthousiastes - devint, pour les artistes, les écrivains et les intellectuels, un lieu de prédilection. Taormina Halfweg tussen Catania en Messina, op 300 meter boven de zeespiegel, bekleedt de illustere stad Taormina een strategische positie op de flanken van de berg Tauro. Het is een prachtige locatie, met idyllische stranden, op amper enkele minuten van de badplaats en van het stadscentrum. Hier zijn nog veel getuigen te vinden van de oudheid en van het middeleeuwse verleden. De Piazza Vittorio Emanuele (het forum van de antieke stad) geeft toegang tot het beroemde Griekse theater dat in de derde eeuw vóór Christus gebouwd werd en vijf eeuwen later bijna volledig werd gerenoveerd door de Romeinen. Dit is één van de belangrijkste theaters van de antieke wereld. Het heeft een doorsnede van 109 meter en is in negen gedeeld. Er is plaats voor 5 400 toeschouwers. Het podium is opmerkelijk goed bewaard, met een muur van twee verdiepingen waar enkele Korinthische zuilen en kapitelen van marmer weer een plaats konden krijgen. Het werd in de rots uitgehouwen en biedt de toeschouwers op de tribunes een adembenemend uitzicht op de Etna. Zo lijkt het wel een enorme schelp tegenover de zee. Begin de twintigste eeuw werd de stad - waarover Goethe al enthousiast schreef - een favoriete plek van kunstenaars, schrijvers en intellectuelen. Taormina Half-way through Catania and Messina, 300 metres above sea level, the glorious city of Taormina occupies a strategic position on the slopes of Mount Tauro. The site is superb, the beaches idyllic, just a few minutes from the seaside resort and the town, with its proud ancient origins and its medieval charm. The Piazza Vittorio Emanuel (the forum of the ancient city) gives access to its famous Greek theatre, built in the 3rd century BC, and renovated almost entirely some five centuries later by the Romans. This theatre is one of the most important ones in the ancient world. 109 metres in diameter, it is divided into 9 sectors that can host a total of 5400 spectators. The stage is remarkably well preserved, with its two-storey back wall, where it has been possible to replace certain Corinthian columns and capitals. Cut into the rock, and affording a magnificent view of Mount Etna from its seats, it resembles a gigantic shell facing the sea. In the beginning of the 20th century, the city -which Goethe had already raved about - became a favourite with artists, writers and intellectuals. Ischia L’île d’Ischia - du sémitique “I-schra”, “île noire” -, est formée par les laves de l’Époméo, un volcan de 780 mètres d’altitude, dont les terribles éruptions se sont prolongées jusqu’au XIVe siècle. Elle produit d’excellents vins, des oranges, des oliviers et des fruits ; ses paysages sont grandioses et ses stations hydro-thermo-climatiques marines et touristiques sont les plus renommées d’Italie et du monde. Mêlée de mythologie, l’histoire d’Ischia en fait l’île des Phéaciens, sur les rives de laquelle Ulysse aurait rencontré Nausicaa.... Plus sûr : c’est vers 770 av. JC que des colons grecs s’installèrent sur l’île où ils fondèrent la ville de Pithécuse (dont les descendants fondèrent à leur tour la ville de Naples, en 478 av. JC). Et c’est probablement à Ischia que l’alphabet étrusque fut emprunté aux Grecs, et donc que naquit l’ancêtre direct de l’alphabet latin. A l’époque romaine, en dépit des fréquentes éruptions et des tremblements de terre, la colonie deviendra un brillant centre d’échanges et de villégiature; au moyen âge, l’île résistera à diverses incursions, placée sous la juridiction de la Sicile, puis de Naples, à laquelle elle sera définitivement rattachée en 1862, après la réunification de l’Italie. Ischia Het eiland Ischia - van het semitisch “I-schra” of “zwart eiland”-, werd gevormd door het lava van de Epomeo, een 780 meter hoge vulkaan die tot in de XIVde eeuw bleef uitbarsten. Het produceert uitstekende wijnen, sinaasappels, olijfbomen en fruit. De landschappen zijn wondermooi en de warmwaterbronnen, toeristische en thermale badplaatsen zijn de befaamdste van Italië en van de wereld. Volgens de geschiedenis van Ischia, waarin de mythologie nooit ver weg is, was dit het eiland van de Phaeaken en ontmoette Odysseus er Nausicaä... Zeker is wel dat omstreeks 770 v.C. Griekse kolonisten op het eiland neerstreken en er de stad Pithecuse stichtten (hun nakomelingen stichtten dan weer de stad Napels in 478 v.C.). En het is waarschijnlijk in Ischia dat het Etruskische alfabet van de Grieken werd geleend en waar dus de rechtstreekse voorouder van het Latijnse alfabet geboren werd. In de Romeinse tijd werd de kolonie, ondanks de veelvuldige uitbarstingen en de aardbevingen, een bloeiend centrum voor uitwisselingen en recreatie. In de middeleeuwen bood het eiland weerstand aan allerlei invallen. Het kwam onder het rechtsgebied van Sicilië en daarna van Napels waar het in 1862 definitief bij aangesloten word, na de hereniging van Italië. Ischia The island of Ischia - from the Semitic “I-schra” “black island,” was formed by the lava of Epomeo, a volcano 780 meter high, whose terrible eruptions extended until the 14th century. It produces excellent wines, oranges, olives and fruits; its landscapes are grandiose, and its tourism and thalasso-thermal facilities are the most famous in Italy and the world. Shrouded in mythology, Ischia is purportedly the island of the Phaecians, where Odysseus met Nausicaa ... On firmer ground, around 770 BC, Greek colonists settled on the island, where they founded the city of Pithecusa (whose descendants would in turn found Naples in 478 BC). It was probably in Ischia that the Etruscan alphabet was borrowed from the Greeks, and would prove the direct ancestor of the Latin alphabet. In Roman times, in spite of the frequent eruptions and earthquakes, the colony became a brilliant trading centre and holiday resort; in the Middle Ages, the island resisted various incursions, came under the jurisdiction first of Sicily, then of Naples, definitively so in 1862, after the reunification of Italy. Le soutien d’UBS UBS est un des plus grands groupes financiers internationaux au service d’une clientèle exigeante. Le sponsoring représente une position importante dans sa stratégie de marketing et de communication. UBS est devenu de cette manière un des sponsors principaux de la Chapelle Musicale Reine Elisabeth, comme une résultante d’une parfaite symbiose entre ses valeurs de marque, celles de la musique orchestrale et de la Chapelle Musicale en particulier. Toutes les deux représentent une métaphore commerciale idéale par l’interaction de la passion, de l’engagement, de la discipline et de l’expertise. Ces mêmes qualités permettent à UBS de comprendre les besoins de ses clients, et de créer le discernement nécessaire qui permet à l’entreprise d’aider ses clients dans la recherche de solutions pour atteindre leurs objectifs. Grâce à ce nouveau projet, l’entreprise approfondit ses activités de sponsoring dans le domaine de la musique orchestrale, qui comprend notamment l’UBS Verbier Festival Orchestra (UBS VFO), le Boston Symphony Orchestra et le London Symphony Orchestra et son centre d’éducation, le “LSO St Luke’s, UBS and LSO Music Education Center”. La Chapelle Musicale Reine Elisabeth renforce l’engagement d’UBS en soutenant de jeunes talents prometteurs et apporte de nouvelles synergies au sein d’une plateforme globale de sponsoring. En effet, UBS est LE partenaire de la musique orchestrale classique sur un plan mondial. Implantée en Belgique depuis 2002, l’institution financière suisse s’est engagée, en 2004, aux côtés de la prestigieuse école supérieure de musique, à un moment-clé de son redéploiement. Le 30 novembre dernier, UBS s’est vu décerner le prix du Caïus Grandes Entreprises 2006 pour sa contribution à la renaissance de la Chapelle Musicale Reine Elisabeth et les synergies qui s’en dégagent entièrement dédiées au bénéfice de jeunes musiciens d’excellence. De steun van UBS UBS is een van de grootste internationale financiële groepen ten dienste van een veeleisend cliënteel. Sponsoring vertegenwoordigt een belangrijk aandeel in zijn marketing- en communicatiestrategie. Hierdoor is UBS een van de voornaamste sponsors geworden van de Muziekkapel Koningin Elisabeth als gevolg van de volmaakte symbiose tussen de topwaarden die de onderneming nastreeft, deze van de wereld van de orkestmuziek en van de Muziekkapel in het bijzonder. Beide instellingen belichamen een ideale commerciële metafoor door de interactie van passie, engagement, discipline en vakkennis. Dank zij precies deze kwaliteiten heeft UBS begrip voor de noden van zijn klanten en bezit de onderneming het nodige onderscheidingsvermogen dat haar toelaat haar klanten te helpen zoeken naar de nodige oplossingen om hun doel te bereiken. Dank zij dit nieuw project kan de onderneming haar activiteiten op het vlak van sponsoring in de muziek verder uitdragen en verdiepen. Dit mecenaat omvangt nu reeds het UBS Verbier Festival Orchestra (UBS VFO), the Boston Symphony Orchestra and the London Symphony Orchestra’s Education Center, the “LSO St Luke’s, UBS and LSO Music Education Center”. De Muziekkapel versterkt het engagement van UBS door haar steun aan hoogbegaafde jongeren en dank zij de nieuwe horizonten die zij opent binnen de nieuwe Stichting. Op 30 november laatsleden won UBS de “Caius” als meest voorbeeldige sponsor van het jaar 2006, voor zijn steun aan de vernieuwde muziekkapel Koningin Elisabeth. Deze laatste heeft door haar zeer intense en verscheidene activiteiten veel bijgedragen tot de vorming van haar muziekstudenten. Le soutien de Belgacom Belgacom soutient les principaux acteurs du monde culturel en Belgique. En tant qu’entreprise de pointe, Belgacom est résolument tournée vers le futur. Cette volonté de croire en l’avenir se traduit dans les matières économiques, sociales, environnementales et bien sûr culturelles. Face au constat que nos jeunes musiciens sont de plus en plus contraints de se rendre à l’étranger afin de suivre, comme leurs homologues européens, des formations de très haut niveau, Belgacom a considéré, en tant qu’entreprise citoyenne, qu’il était de son devoir de soutenir notre jeune génération de virtuoses. Avec le lancement du nouveau cadre d’enseignement de la Chapelle Musicale Reine Elisabeth destiné à la formation des meilleurs jeunes pianistes, violonistes et chanteurs sous la direction d’Abdel Rahman El Bacha, d’Augustin Dumay et de José Van Dam, Belgacom a trouvé dans ce projet l’occasion de soutenir nos jeunes talents belges. Afin de donner toutes ses chances à ce magnifique défi, outre un soutien à la structure elle-même, Belgacom a créé trois bourses destinées à un pianiste, un violoniste et un chanteur belges désireux de se former auprès de grands maîtres en Belgique. Ces bourses ont été attribuées à Milos Popovic et Lisa Wastiaux (piano); Claire Dassesse et Hrachya Avanesyan (violon), Liesbeth Devos Hendrickje Van Kerckhove et Anneke Luyten (chant). Grâce aussi à l’appui de Belgacom, la Chapelle Musicale a ouvert en octobre 2005, une section de musique de chambre sous la direction du Quatuor Artemis. De steun van Belgacom Belgacom steunt de belangrijkste actoren van de Belgische culturele wereld. Als topbedrijf kiest Belgacom resoluut voor de toekomst. Deze will om in de toekomst te geloven, vertaalt zich zowel op economisch, sociaal, milieu als natuurlijk ook cultureel vlak. Bij de vaststelling dat onze jonge musici alsmaar meer verplicht zijn naar het buitenland te gaan om, zoals hun Europese homologen opleidingen van zeer hoogstaand niveau te gaan volgen, vindt Belgacom, als bedrijf met burgerzin, dat het haar plicht is om deze jonge generatie virtuozen te steunen. Bij de start van het nieuw opleidingsprogramma van de Muziekkapel Koningin Elisabeth bestemd voor de opleiding van de allerbeste pianisten, violisten en zangers onder leiding van Abdel Rahman El Bacha, Augustin Dumay en José Van Dam zag Belgacom hier de kans om onze jonge belgische talenten te ondersteunen. Om deze prachtige uitdaging te laten slagen heeft Belgacom, naast de structurele steun die ze geeft , drie beurzen toegekend bestemd voor een Belgische pianist, een violist en een zanger die zich in België willen vervolmaken bij grootmeesters. Deze beurzen werden aan Milos Popovic en Lisa Wastiaux (piano), Claire Dassesse en Hrachya Avanesyan (viool), Liesbeth Devos, Hendrickje Van Kerckhove en Anneke Luyten (zang)toegekend. Ook dankzij de steun van Belgacom heeft de Muziekkapel Koningin Elizabeth in oktober 2005 een sectie van kamermuziek geopend onder leiding van het Artemis Quartet. Le soutien de Rolls-Royce Associer l’image de Rolls Royce avec celle de la Chapelle Musicale Reine Elisabeth symbolise le début d’une aventure hors du commun pour notre marque. Dès le début de nos rencontres, nous avons ressenti la dimension extraordinaire que pouvait revêtir la mise en commun de ces deux institutions incarnant chacune dans leur domaine une passion pour l’excellence. Nous sommes donc très heureux d’avoir un partenaire dont le prestige et les réalisations universellement reconnues dans le monde de la musique nous permettront de communiquer dans un esprit de qualité et de raffinement les valeurs qui ont toujours été associées à la marque Rolls Royce. Nous tenons à remercier vivement l’ensemble de l’équipe de la Chapelle Musicale Reine Elisabeth pour sa compétence et sa disponibilité qui ont conduit à l’aboutissement de ce partenariat. A l’aube d’une nouvelle collaboration, nous sommes impatients de partager cette nouvelle aventure avec les partenaires historiques de la Chapelle Musicale Reine Elisabeth, UBS et Belgacom mais également avec tous ceux et toutes celles qui font partie de l’univers de Rolls Royce. Un partenariat de cette valeur est un projet ambitieux. Rolls Royce Ginion Group, importateur pour la Belgique et le Luxembourg, se réjouit d’être associé au rayonnement et à la pérennité d’une institution de qualité telle que la Chapelle Musicale Reine Elisabeth. Au cours des prochains mois et des prochaines années, Rolls Royce, en plein renouveau, lancera de nouveaux projets, des concepts innovants, des véhicules de rêve conçus pour une clientèle éprise de raffinement et de perfection. Nous sommes légitimement fiers d’avoir trouvé un cadre digne de nos ambitions. De steun van Rolls-Royce Door de associatie van het imago van Rolls Royce met dat van de Muziekkapel Koningin Elisabeth start voor ons merk een buitengewoon avontuur. Tijdens de eerste contacten werd meteen al duidelijk dat de samenwerking tussen beide instellingen, die elk in hun domein streven naar uitmuntendheid, een uitzonderlijke nieuwe dimensie met zich mee zou brengen. Wij zijn dus bijzonder verheugd over een partner te beschikken, wiens prestige en verwezenlijkingen algemeen erkend worden in de wereld van de muziek. Dit staat ons toe om, met het oog op kwaliteit en verfijning, de waarden tot uitdrukking te brengen die vanouds met het merk Rolls Royce geassocieerd worden. Wij zijn het voltallige team van de Muziekkapel Koningin Elisabeth dan ook zeer erkentelijk voor hun deskundigheid en inzet, die dit partnerschap mogelijk maakten. Aan de vooravond van deze nieuwe samenwerking zijn wij vol ongeduld om dit nieuwe avontuur te delen met de traditionele partners van de Muziekkapel Koningin Elisabeth, UBS en Belgacom, maar ook met al degenen die deel uitmaken van de wereld van Rolls Royce. Een partnerschap van dergelijke omvang is zonder meer ambitieus te noemen. De Ginion Group, importeur van Rolls Royce voor België en Luxemburg, verheugt zich om geassocieerd te zijn met de uitstraling en onvergankelijkheid van een prestigieuze instelling als de Muziekkapel Koningin Elisabeth. De komende maanden en jaren zal het florerende Rolls Royce nieuwe projecten, innoverende concepten en droommodellen lanceren, die speciaal ontworpen zijn voor een cliënteel dat grote waarde hecht aan verfijning en perfectie. We zijn er terecht trots op een kader gevonden te hebben, dat onze ambities waardig is. Pierre Marcolini - Chocolatier Belge de nationalité et italien d’origine, Pierre Marcolini appartient à cette nouvelle génération d’audacieux qui osent repousser les frontières de l’Art de Vivre. Le verbe rapide et la passion omniprésente, il orchestre ses recettes à partir de parfums chinés aux quatre coins de la planète. Aujourd’hui, le monde entier se laisse délicieusement surprendre par ses créations. Une réussite foudroyante qui trouve sa source dans la foi de ce passionné du chocolat. Une foi qui s’accompagne d’une subtile dose de folie - celle du chocolat bien sûr -, d’une recherche de la perfection, d’une absolue rigueur dans ses préparations et qui a été couronnée à plusieurs reprises par de prestigieuses récompenses. Premier Pâtissier glacier de Belgique en 1991, Champion d’Europe de Pâtisserie en 2000 et Champion du Monde de Pâtisserie en 1995, Pierre Marcolini crée aussi desserts, biscuits, glaces et sorbets au rythme des saisons et de ses envies. Créée en 1995, la société Pierre Marcolini regroupe aujourd’hui, outre l’atelier-laboratoire, 17 points de vente dans le monde. Cette entreprise jeune et dynamique privilégie son développement dans les capitales gastronomiques pour y offrir “la haute couture” du chocolat. ...et l’histoire n’est pas finie.... Pierre Marcolini, Belg van nationaliteit en Italiaan van origine, behoort tot die nieuwe generatie die de grenzen van de “Levenskunst” durft te verleggen. Met ongekende gedrevenheid orkestreert hij zijn recepten op basis van smaken die hij onvermoeibaar in alle windstreken vergaart. Vandaag laat de hele wereld zich heerlijk verrassen door zijn creaties. Het bliksemsnelle succes is geënt op het onwrikbare vertrouwen van deze man met een passie voor chocolade. Daarbij hoort een subtiele dosis waanzinnige hartstocht - voor chocolade natuurlijk -, een bezield streven naar perfectie, grote nauwgezetheid in zijn bereidingen, die met beloningen van formaat bekroond werden. Hij beperkt zich niet alleen tot chocolade. Zo werd hij Eerste IJspatissier van België in 1991, Europees Kampioen Patisserie in 2000 en Wereldkampioen Patisserie in 1995. Hij creëert desserts, koekjes, ijs en sorbets op het ritme van de seizoenen, of van zijn eigen verlangens. Het Huis Pierre Marcolini startte in 1995 en telt, naast het atelier-laboratorium, 17 verkooppunten wereldwijd. Deze jonge en dynamische onderneming geeft voorrang aan expansie in gastronomische steden om er “haute couture” chocolade aan te bieden. ...en het verhaal is nog lang niet ten einde.... Belgian of Italian origin, Pierre Marcolini is part of this new bold generation that dares to push back the boundaries of the Art of Living. Fast-talking, with an unbridled passion, he orchestrates his recipes from flavours rummaged from every corner of the planet. Today, his creations have taken the entire world deliciously by storm. This massive success stems from the faith of this chocolate devotee. A faith with that subtle touch of madness - for chocolate, of course - and a quest for perfection, absolute rigour in his preparations, that have been crowned with prestigious awards time and again. Best Pastry and Ice-cream Maker of Belgium in 1991, European Pastry-Making Champion in 2000, World Pastry-Making Champion in 1995, Pierre Marcolini also creates desserts, biscuits, ice-creams and sorbets according to the seasons and his desires. Created in 1995, today, Pierre Marcolini’s company comprises, in addition to the laboratory-workshop, 17 points of sale throughout the world. This young and dynamic company gives priority to gastronomic capitals to offer “designer fashion” for chocolate. ...and the story continues... Alain Deluc - Le Barbizon - Jezus-Eik - Belgique/België Après l’école hôtelière de Namur, Alain Deluc fit ses classes au Carlton auprès d’un monstre sacré de la gastronomie: Julien Versmeesch. Disciple de Troisgros et Chapel, il poursuivit par une collaboration en forme de passation avec son père Jacques Deluc. Fort de son expérience auprès des plus grands, il parvient aujourd’hui à moderniser une gastronomie établie en lui apportant cette petite touche de génie raisonnable qui caractérisera sa cuisine. Avec une exigence essentielle: l’emploi de produits de toute première qualité. Membre très actif des Relais & Châteaux - Relais Gourmands, il n’hésite pas à chercher l’inspiration aux quatre coins du monde. Son établissement, Le Barbizon, qui compte une étoile au guide Michelin, est le rendez-vous de la gourmandise et du raffinement. Na zijn studies aan de hotelschool van Namen, volgt Alain Deluc les in het Carlton bij een van de groten van de gastronomie: Julien Versmeesch. Als aanhanger van Troisgros en Chapel werkt hij vervolgens samen met zijn vader Jacques Leduc, om de ‘stiel’ over te nemen. Gesterkt door zijn ervaring met de grootste chefs, slaagt hij erin om de gevestigde gastronomie te moderniseren met het bescheiden vleugje genie dat zijn keuken zal kenmerken. Eén belangrijke voorwaarde geldt altijd: het gebruik van producten van topkwaliteit. Als erg actief lid van de Relais & Châteaux - Relais Gourmands, aarzelt hij niet om zijn inspiratie te halen uit de vier uithoeken van de wereld. Zijn zaak, Le Barbizon, bekroond met een Michelin-ster, is een ontmoetingsplaats voor al wie houdt van lekkers en raffinement. After catering school in Namur, Alain Deluc trained at the Carlton with gastronomic superstar Julien Versmeesch. A disciple of Troisgros and Chapel, he continued in a collaboration with his father, Jacques Deluc. Fortified by his experience with the greats, today he succeeds in modernising an established gastronomy, bringing to it that little touch of rational genius which characterises his cuisine. He possesses an essential exactingness, using absolute premiere quality products. A very active member of Relais & Châteaux - Relais Gourmands, he does not hesitate to seek inspiration from the four corners of the globe. His establishment, Le Barbizon, which receives one star in the Michelin guide, is the meeting place of gourmandise and refinement. Croisière Musicale - Muzikale Reis - Musical Voyage Bernard de Launoit Patrice Janssens Arie Van Lysebeth Jean-Marie Tomasi Sophie Gosselin Chapelle Musicale Reine Elisabeth / Muziekkapel Koningin Elisabeth Muriel Anselot Bénédicte Bruynseels Auriane de Fauconval Laurence Godfraind Christine Reyntjens Production / productie Commercialisation / commercialisatie Programmation artistique / artistieke programmatie Relations internationales / internationale Betrekkingen Coordination générale / algemene coordinatie Muriel Vanderbauwhede Département culturel / culturele dienst Département culturel / culturele dienst Dép. Communication / dienst communicatie Dép. mécenat, coordination / dienst Mecenaat, coordinatie Departement mécenat, relations publiques Dienst mecenaat, public relations Dép. pédagogique / pedagogische dienst Rachel Kreins Charly Kreins Christiane Philippart Assistance technique / technische dienst Assistance technique / technische dienst Assistance technique / technische dienst Paul Borschette Pierre Boulenger Jacques Cordemans Monique Garnier Bibliothèque / biblioteek Enregistrements / opnames Bénévole / vrijwilliger Bénévole / vrijwilliger French Kiss Patrick Avella Alexandra Beirnaerdt Graphic & Design Art direction - Artwork & Photography Print production Pasteels Central-Tourisme Krystyna Janssens Kim Serron - Tania Gonzalez Coordination / coordinatie Résevations / reservaties Martine Dumont Mergeay Marc Erneux Paul Vanderhaegen Rédaction / rédactie Photographe / fotograaf Traduction / vertaling Artists pictures: CMRE, Paul Louis, Didier Vandenbosch, Bruno Vessié, Gabrielle Brandenstein, Eduardo Gageiro / DG, Pedro Letria Editeur responsable - Verantwoordelijk uitgever: B. de Launoit - 445 Chaussée de Tervuren, 1410 Waterloo avec le concours de / Met de samenwerking van / with the collaboration of © Cover/inside photography: Patrick Avella
Documents pareils
Les Musicales de Beloeil
en onze grote, Belgische bariton José Van Dam, die de affiche
deelt met geweldige jonge zangtalenten in de Muziekkapel
Koningin Elisabeth. Het programma van deze concerten
wordt vooral toegespitst ...