day of the turkish oud

Transcription

day of the turkish oud
Centre FOR Fine Arts
BRUSSELS
DAY OF THE TURKISH OUD
01 MAY ’16 — Terarken
Terarken 3
11:00 – 13:00
makam workshop
met ∙ avec Necati Çelik & Tristan Driessens
15:00 – 17:30
oud masterclass
met ∙ avec Yurdal Tokcan
Terarken 2
20:00 – 22:00
Concert
Eerste deel ∙ Première partie
YURDAL TOKCAN
pauze ∙ pause
Tweede deel ∙ Deuxième partie
NECATI ÇELIK
“Laat de zanger de oed ter hand nemen, en
wanneer hij losbrandt,
Laten we hem dan volgen: laten we een zucht
slaken wanneer ons hart in vuur en vlam staat.”
Nef’i van Erzurum (1572-1632)
Tegen het einde van de 15e eeuw is de oed
een van de meest gebruikte instrumenten
aan het Ottomaanse hof. Hij geniet een
geprivilegieerde status, maar toch zou het fout
zijn de oed voor te stellen als een instrument
waarmee enkel kunstmuziek wordt gespeeld.
Voor de islamkunst aan het koninklijke hof
was het tijdens de middeleeuwen een van
de belangrijkste snaarinstrumenten, maar de
oed is zowel in Turkije als daarbuiten altijd met
verschillende culturele kringen verbonden
geweest. Hij werd gebruikt voor ontspanning
in de harem en tijdens nachtelijke feesten. In
die hoedanigheid wordt hij in moslimkunst uit
alle periodes voorgesteld, maar het is ook een
hofinstrument en het geliefkoosde instrument
van de ‘muziekwetenschap’ (‘ilm al-musiqa).
Tot de eerste helft van de 17e eeuw was
de oed een van de favoriete Ottomaanse
muziekinstrumenten. Uit bronnen blijkt dat
er vanaf 1650 een ingrijpende verandering
plaatsvond waardoor de oed in geen tijd
aan belang inboette en daarna bijna twee
eeuwen lang in de vergetelheid raakte.
Hij werd vervangen door de Ottomaanse
tambur, en die verwierf zijn adelbrieven in de
kunstmuziek. Dit typisch Turkse instrument
heeft een lange hals waardoor de snaren
harder kunnen worden aangespannen; hij
brengt warme klanken voort. Langzaam
maar zeker viel het instrument bij de
muziekgezelschappen aan het hof meer in de
smaak dan de luiten met korte hals, die qua
klankkleur matter waren en uiteindelijk uit
de gunst raakten. Tegen het einde van de 17e
eeuw veroverde de tambur een plaats in de
muziekgezelschappen die fasıl speelden en
stootte hij de familie van de korte luiten van
de troon.
Bienvenue à la première édition de la Journée de l’oud turc !
Cet événement vous est présenté par BOZAR et le Yunus Emre
Institute-Brussels, institution favorisant l’apprentissage de l’oud
selon la tradition de la musique classique turque. À cette occasion,
deux des plus grands oudistes turcs, Yurdal Tokcan et Necati Çelik,
sont invités sur scène pour vous exposer les multiples facettes
de l’oud solo. En marge de leur concert, nous vous proposons
une série de master classes dirigées par ces artistes, ainsi que
par Tristan Driessens, oudiste belge hors pair et fondateur de la
Brussels Academy for Turkish Oud. Cette Journée de l’oud turc
s’inscrit dans le cadre de l’inauguration de cette nouvelle académie,
qui dépend de l’Académie de Musique Itinérante (Seyir) et qui
bénéficie du soutien de l’institut turc Yunus Emre.
Que la fête – de l’oud turc – commence !
FR
De Turkse makam
is veruit het belangrijkste aspect van de
makam, in de Turkse muziekterminologie seyir
genoemd.
Het begrip seyir is afgeleid van het
Arabische werkwoord sara, dat je kan vertalen
als ‘bewegen’, ‘reizen’. Een sayyar is een ‘reiziger’
of ‘een planeet’, en het woord sair, seyir in het
Turks, betekent ‘reis’, ‘tocht’ of ‘opeenvolging’.
Het is die reis van de melodie die de meeste
klassieke muzikanten definiëren als de makam.
Necati Çelik benadrukt met klem dat de
gelijkschakeling van het concept makam met
het begrip ‘toonladder’ een veel te beperkte
visie is die theoretici en beginnende muzikanten
vaak niet weerleggen om de toegankelijkheid
tot deze ingewikkelde muziektaal te
vergemakkelijken. “Als je een toonladder hebt,
heb je seyir nodig om er een makam van te
maken”, zo zegt hij, en “verwar de begrippen
toonladder en makam niet met elkaar”. Om het
belang van die melodiestructuur eenvoudig
uit te leggen neemt de meester zijn toevlucht
tot een vergelijking: de seyir is het zout dat
onmisbaar is om de makam zijn typische smaak
te verlenen.
De Turkse makam bepaalt de muziekstructuur en vindt zijn wortels in de
soefibroederschappen en, tijdens de vijf
eeuwen van het Ottomaanse Rijk, aan het
hof. Het is een modaal systeem dat vooral
monodisch – eenstemmig – wordt gebruikt
en zijn expressiviteit haalt uit de taksim, de
improvisatie, het bekendste instrumentale
genre uit het Nabije Oosten en het
Midden-Oosten.
Hoe kunnen we de makam beschrijven,
het basisconcept van de kunstmuziek uit de
landen die zich uitstrekken van de Maghreb
tot Centraal-Azië? De etymologie van het
begrip stamt uit het Arabisch en kan je
vertalen als ‘plaats’ en ‘halte’. Elke makam
is dus een ‘plaats’ met een eigen kleur, een
persoonlijke melodieuze opeenvolging en
specifieke intervallen. Sommige Ottomaanse
makams vormen samen ‘families’ en berusten
op dezelfde toonladders. Het enige wat hen
onderscheidt, is de melodiestructuur. Dat
De begrippen die we tot dusver hebben
vernoemd, vormen de basis van de taksim,
de niet-vastgelegde muzikale expressie die
de gewone improvisatie overstijgt omdat het
een volledig op zichzelf staande vorm is die
de melodische hiërarchie van de seyir volgt.
Van alle vormen van Turkse instrumentale
muziek die tegenwoordig gebruikt worden,
is de taksim de vorm die het meest geschikt
lijkt om de makam te brengen, met de
nodige aandacht voor alle kenmerken ervan.
Het uitwerken van taksimler (het meervoud
van taksim) vereist niet alleen een grote
technische vaardigheid en een gevoel
voor ritme, je moet ook beschikken over
een uitmuntende kennis van de makams
en een vakkundig componist zijn. Al die
criteria zorgen ervoor dat de taksim de
meest complete vorm is van Ottomaanse
instrumentale muziek.
Pas toen Turkije een republiek werd,
trad de oed weer uit de schaduw. Het was
wachten op virtuoze vernieuwers voor hij
herontdekt werd en op een slimme manier
opnieuw zijn intrede deed in de kunstwereld.
De verspreiding van de radio en de
platenindustrie waren daarbij ongetwijfeld
belangrijke factoren. In de 20e eeuw trad de
oed weer op het voorplan en kwam hij in een
nieuw licht te staan. De cellist Şakir Paşa deed
het instrument weer tot zijn recht komen, en
zijn voorbeeld werd gevolgd door zijn leerling
Şerif Muhiddin Targan (1892-1967) en diens
tijdgenoten Udî Nevres Bey (1873-1937), Şerif
Içli (1899-1956), Ûdi Hrant Emre (1901-1978)
en vooral Yorgo Bacanos (1900-1977), één
voor één meesters op de oed. Een nieuwe
‘klassieke’ stijl ontstond pas in de tweede
helft van de 20e eeuw, op aanzet van Cinuçen
Tanrikorur (1938-2000). Die inspireerde zich
op de tambur-techniek van Cemil Bey om het
bespelen van de oed opnieuw uit te vinden en
op te waarderen.
De taksim
Tegenwoordig is de taksim een op zichzelf
staand genre, maar daarnaast vervult hij in het
instrumentale repertoire ook verschillende,
nauwkeurig vastgelegde functies: de
inleidende taksim (giriş of baş taksim) gaat
vooraf aan het concert (fasıl); de transitie- of
modulatie-taksim (geçiş taksîm) begeleidt de
overgang van de ene makam naar een andere
om de luisteraar op de nieuwe toonaard
voor te bereiden. Tot slot is er de tussentaksim (ara taksim). Die biedt muzikanten en
luisteraars een rustmoment tijdens de fasıl,
vooral wanneer er zonder onderbreking tal
van stukken in dezelfde makam zijn gespeeld.
Sommige muzikanten denken dat de taksim
oorspronkelijk misschien vooral die taak
van interludium tussen twee stukken of
liederen vervulde omdat het begrip letterlijk
‘verdeling’ betekent. Het is ontleend aan het
Arabische woord taqsim, dat is afgeleid van
het werkwoord qassim, wat vertaald wordt als
‘verdelen’ of ‘verspreiden’.
Om de kunst van de taksim in Turkije onder
de knie te krijgen put de instrumentalist
uit een klassiek repertoire dat grotendeels
mondeling is overgeleverd. Het aanleren
van dat repertoire, dat door een meester
onderwezen wordt, zorgt voor een intuïtieve
assimilatie van de melodiestructuren (seyir)
van de makams, die het pad effenen voor
de improvisatie, het kenmerk van de taksim.
Necati Çelik benadrukt het belang van tawır,
een begrip dat hij vertaalt als ‘muziekstijl’ of
‘persoonlijkheid van de muzikant’ en dat heel
nauw verbonden is met het begrip seyir. Het is
absoluut noodzakelijk iemand anders zijn stijl
te herkennen en een eigen stijl te ontwikkelen
door naar anderen te luisteren, want alleen op
die manier kunnen de melodieën van de seyir
geïntegreerd worden. Tawır is een onmisbaar
element bij het creëren van nieuwe melodieën
en vormt in de taksim een bijzonder aspect
van de Turkse esthetiek.
Naar Tristan Driessens
music
De Ottomaanse oed
Welkom op de eerste editie van de Dag van de Turkse oed! Deze
wordt je voorgesteld door BOZAR en het Yunus Emre InstituteBrussels, een instelling die oedlessen organiseert in de traditie van
de Turkse klassieke muziek. Bij deze gelegenheid delen twee grote
Turkse oedmeesters het podium: Yurdal Tokcan en Necati Çelik.
Ze laten je kennismaken met alle facetten van de oed als soloinstrument. Daarnaast verzorgen ze enkele masterclasses samen
met Tristan Driessens, een buitengewone Belgische oedspeler,
oprichter van de Brussels Academy for Turkish Oud. Deze Dag van
de Turkse Oed heeft plaats in het kader van de inhuldiging van
deze nieuwe academie, die afhangt van de Académie de Musique
Itinérante (Seyir) en de steun geniet van het Turkse Yunus Emre
Institute-Brussels. Laat het feest van de Turkse oed maar beginnen!
NL
L’oud ottoman
« Que le chanteur prenne l’oud en main, et
quand il se met en feu,
Suivons-le : soupirons quand nos cœurs
s’enflamment. »
Nef’i d’Erzurum (1572-1632)
Vers la fin du XVe siècle, l’oud est l’un
des instruments les plus courants de la
Cour ottomane. Malgré l’évidence du statut
privilégié dont jouit l’oud, il serait erroné de
le présenter comme un instrument réservé
uniquement à la musique savante. S’il est, au
Moyen Âge, l’un des instruments à cordes
les plus représentés dans l’art islamique de
la Cour royale, l’oud, aussi bien en Turquie
qu’au-delà, fut toujours associé à plusieurs
sphères culturelles. Il pouvait faire partie
des divertissements du harem et des fêtes
nocturnes ; il est représenté comme tel dans
les arts musulmans de toutes les époques,
tout en étant un instrument de cour ainsi
que l’instrument d’élection de la « Science
musicale » (‘ilm al-mûsîqâ).
Jusqu’à la première moitié du XVIIe siècle,
l’oud occupa une place de choix dans
l’ensemble musical ottoman. À partir de
1650, les sources attestent un mouvement
de transformation, ce qui eut comme
conséquence un déclin rapide de l’oud et
ensuite son absence quasi-totale pendant
plus de deux siècles. Il fut supplanté par le
tanbûr ottoman, qui allait donner à la musique
savante ses lettres de noblesse. Cet instrument
exclusivement turc, dont le manche long
confère une plus forte tension aux cordes,
se caractérise par un timbre brillant ; et,
probablement, au fur et à mesure qu’il gagna
en faveur au sein des ensembles de la Cour,
les sonorités plus sourdes des luths à manche
court finirent par déplaire. Vers la fin du XVIIe
siècle, le tanbûr conquit une place dans les
ensembles de fasıl et finit par détrôner toute la
famille des luths à manche court.
Ce ne fut qu’à l’avènement de l’ère
républicaine que l’oud resurgit des ténèbres.
Il fallut attendre des novateurs virtuoses
pour qu’il fût redécouvert et réintroduit
judicieusement dans le milieu savant. Sans
conteste, la diffiusion radiophonique et
l’industrie discographique y contribuèrent
pour une grande partie. Le XXe siècle
atteste la réapparition de l’oud sous une
nouvelle lumière ; il fut remis en valeur par le
violoncelliste Şakir Paşa, suivi par son élève
Şerif Muhiddin Targan (1892-1967) et ses
contemporains Udî Nevres Bey (1873-1937),
Şerif Içli (1899-1956), Ûdi Hrant Emre (19011978) et surtout Yorgo Bacanos (1900-1977),
qui furent tous de véritables maîtres de l’oud.
Un nouveau style « classique » à proprement
parler n’émergea qu’à la seconde moitié
du XXe siècle sous l’impulsion de Cinuçen
Tanrikorur (1938-2000), qui s’inspira de la
technique du tanbûr de Cemil Bey pour
réinventer et valoriser le jeu de l’oud.
Le makam turc
Le makam turc désigne le langage musical
savant engendré, à l’origine, au sein des
confréries soufies et, à la Cour, durant les
cinq siècles de l’Empire ottoman. Système
modal à expression essentiellement
monodique – constituée d’une mélodie
unique –, il s’exprime avant tout par le taksîm,
mode d’improvisation qui est le genre
instrumental par excellence du Proche et du
Moyen-Orient.
Comment peut-on circonscrire le makam,
concept fondateur de la musique savante
des pays qui s’étendent du Maghreb à l’Asie
Centrale ? L’étymologie du terme provient
de l’arabe et se traduit comme « lieu » et
« station ». Ainsi, chaque makam présente
un « lieu » qui possède sa couleur propre,
son itinéraire mélodique et ses spécificités
en termes d’intervalles. Certains makams
ottomans se réunissent en familles et
reposent sur des échelles identiques. Ils ne se
distinguent que par la structure mélodique,
aspect de loin le plus pertinent du makam et
appelé seyir dans la terminologie turque.
Le terme seyir est dérivé du verbe arabe
sâra, qui se traduit « bouger », « voyager » ;
un sayyâr est un « voyageur » ou « une
planète », et le mot sair, seyir en langue
turque, signifie « voyage », « itinéraire » ou
« progression ». C’est à travers cet itinéraire
de la mélodie que la majorité des musiciens
classiques turcs préfèrent définir le makam.
Necati Çelik souligne avec force que
l’assimilation du concept de makam à la simple
notion de gamme relève d’une conception
réductrice trop souvent admise par les
théoriciens et les musiciens débutants pour
faciliter l’accès à ce langage complexe. « Si tu
as une échelle, tu as besoin du seyir pour en
faire un makam », dit-il, et « ne confonds pas
les notions d’échelle et de makam ». Faisant
sienne la simplicité, le maître a recours à une
comparaison pour accentuer l’importance de
cette structure mélodique : le seyir est le sel
qui est indispensable pour donner au makam
sa saveur propre.
Le taksîm
Les notions évoquées jusqu’à présent
fournissent la base du taksîm, expression
musicale non mesurée qui se définit
au-delà de la simple improvisation comme
une forme à part entière, qui obéit à la
hiérarchisation mélodique du seyir. De
toutes les formes instrumentales turques
en usage aujourd’hui, le taksîm est celle qui
paraît la plus apte à présenter le makam
sous l’ensemble de ses caractéristiques.
La création de taksîmler (pluriel de taksîm)
requiert non seulement une grande maîtrise
du jeu et un bon sens du rythme, mais, de
plus, une connaissance aboutie des makams
et des compétences en composition.
Tous ces critères font du taksîm la forme la
plus aboutie de la musique instrumentale
ottomane. Outre le statut de genre autonome dont il
jouit de nos jours, il remplit plusieurs fonctions
bien encadrées au sein de l’ensemble
instrumental : le taksîm introductif (giriş
ou baş taksîm) est un prélude au concert
(fasıl) ; le taksîm transitionnel ou modulatoire
(geçiş taksîm) accompagne le passage
d’un makam à un autre afin de préparer
l’auditeur au nouveau climat modal. Enfin,
le taksîm intermédiaire (ara taksîm) octroie
aux interprètes et auditeurs un moment de
repos lors du fasıl, notamment quand de
nombreuses pièces dans le même makam
ont été jouées sans interruption. Certains
auteurs estiment qu’il n’est pas impossible
qu’à l’origine, le taksîm ait rempli plus
spécifiquement cette fonction d’intermède
entre deux morceaux ou chants, puisque le
terme signifie au sens littéral « division ». En
effet, il est emprunté au mot arabe taqsim,
dérivé du verbe qassim, qui se traduit comme
« diviser » ou « distribuer ».
En Turquie, l’instrumentiste s’appuie, pour sa
maîtrise de l’art du taksîm, sur un répertoire
classique qui lui est transmis majoritairement
par voie orale. L’apprentissage de ce répertoire
à travers l’enseignement d’un maître engendre
une assimilation intuitive des structures
mélodiques (seyir) des makams, qui lui
ouvrent l’accès à la liberté d’expression qui
est le propre du taksîm. Necati Çelik insiste
sur l’importance de tawır, notion qu’il traduit
comme « style musical » ou « personnalité de
musicien » et qui est étroitement liée à celle
de seyir. Il est indispensable de reconnaître
le style de quelqu’un et de se forger un style
propre en écoutant celui des autres, car ce
n’est qu’à travers lui que les mélodies du seyir
peuvent être intégrées. Le tawır contribue
indispensablement à la création de nouvelles
mélodies et constitue à travers le taksim un
aspect particulier de l’esthétique turque.
D’après Tristan Driessens
Biografiëen · biographies
Yurdal Tokcan
NL Yurdal Tokcan wordt beschouwd als een
van de grootste oedspelers van onze tijd. Hij
staat bekend om zijn technische vaardigheid,
zijn unieke talent om improvisaties (taksim)
vlot en vol gevoel te brengen en zijn subtiele
benadering van het complexe repertoire
van de Turkse klassieke muziek. Tokcan is
ook componist en bewerker. Hij werd in
1966 geboren in Ordu, een kuststadje aan
de Turkse kant van de Zwarte Zee. In 1998
behaalde hij zijn bachelordiploma aan het
Conservatorium voor Turkse Muziek van de
Technische Universiteit in Istanbul. Na zijn
masteropleiding werd Tokcan aan de faculteit
aangesteld als leraar oed. In 1990 sloot hij zich
aan bij het Ensemble voor Turkse klassieke
muziek geleid door Tanburi Necdet Yasar en
reisde hij mee voor een concerttournee door
Frankrijk, Nederland, België en Spanje. Hij
is lid van het Fasil Ensemble van Istanbul en
het Tasavvuf Ensemble, en hij is een van de
stichtende leden van het Istanbul Sazendeleri,
een ensemble dat zich toelegt op het
promoten van Turkse instrumentale muziek.
FR Yurdal Tokcan est considéré comme l’un
des plus éminents oudistes de notre temps.
On lui reconnaît une maîtrise technique, un
talent unique pour l’improvisation (taksîm),
livrée avec aisance et émotion, ainsi qu’une
approche subtile du répertoire complexe
de la musique classique turque. Tokcan est
également compositeur et arrangeur. Il né
à Ordu, sur la côte turque de la Mer Noire,
en 1966. En 1998, il obtient son graduat
au Conservatoire de musique turque de
l’Université technique d’Istanbul. Alors
qu’il achève son master, Tokcan est nommé
professeur d’oud à la faculté. En 1990, il rejoint
l’Ensemble de musique classique turque dirigé
par Tanburi Necdet Yasar et le suit lors de
concerts en France, aux Pays-Bas, en Belgique
et en Espagne. Il est membre de l’Ensemble
Fasil d’Istanbul et de l’Ensemble Tasavvuf,
ainsi qu’un membre fondateur des Istanbul
Sazendeleri, ensemble dédié à la promotion
du répertoire instrumental turc.
Necati Çelik
paleis voor schone kunsten
brussel
Palais des beaux-arts
bruxelles
NL Necati Çelik is een van de grootmeesters
van de Turkse klassieke oed en van de makam.
Zijn virtuoze en geraffineerde spel getuigt
hoe intens zijn band met de Ottomaanse
traditie is. Hij werd in 1955 geboren in Konya.
Al snel leerde hij de bağlama (luit met lange
hals) bespelen, later stapte hij over op de oed.
Vanaf de jaren 1970 onderscheidde Necati
Çelik zich als een van de eerste muzikanten
die de oed als soefi-instrument gebruikte. Hij
nam deel aan Mevlevi-rituelen en maakte er
kennis met Cinuçen Tanrikorur, een belangrijke
vertegenwoordiger van de klassieke school
van de Ottomaanse oed, een figuur die
een grote invloed op zijn muzikale parcours
zou uitoefenen. In de jaren 1980 gaf Necati
Çelik oedlessen aan de Selçuk Universiteit
van Konya en aan de Ege University in Izmir.
Inmiddels was hij ook actief lid van het
Ensemble voor Turkse klassieke muziek van
het ministerie van Cultuur. In 1989 sloot hij
zich aan bij het Ensemble voor Turkse klassieke
muziek van Istanbul en werd hij de vaste
luitspeler van het Necdet Yaşar Ensemble. Als
solist doorkruiste hij het Verre en het Nabije
Oosten, Europa en de Verenigde Staten.
FR Necati Çelik est l’un des grands maîtres
de l’oud classique turc et du makam. Virtuose
au jeu raffiné, il témoigne d’un profond
enracinement dans la tradition ottomane.
Necati Çelik naît à Konya en 1955. Très tôt,
il s’initie au bağlama (luth à manche long),
puis se tourne vers l’oud. Dès les années
1970, Necati Çelik se distingue comme l’un
des premiers musiciens à concevoir l’oud
comme un instrument soufi. Il prend part
aux rituels Mevlevi et y rencontre Cinuçen
Tanrikorur, grand représentant de l’école
classique de l’oud ottoman, qui exercera
une profonde influence sur son parcours
musical. Dans les années 1980, Necati Çelik
enseigne l’oud à l’Université Selcuk de Konya
et au Conservatoire supérieur d’Aegean, tout
en étant un membre actif de l’Ensemble de
musique classique turque du Ministère de
la Culture. En 1989, il rejoint l’Ensemble de
musique classique turque d’Istanbul et devient
luthiste attitré de l’Ensemble Necdet Yaşar. En
tant que soliste, il a parcouru l’Extrême et le
Proche-Orient, l’Europe et les États-Unis.
Tristan Driessens
NL Tristan Driessens werd in 1982 geboren
en begon zijn muziekcarrière in Brussel, waar
hij oed leerde spelen dankzij de Arabische
muzikanten Azzouz El Houri en Anwar
Abudragh. Tijdens zijn studie musicologie
wist hij zijn ervaringen en ontmoetingen in
de grote culturele centra van het MiddenOosten te intensiveren. Hij kreeg les van de
grootste oedspelers, waaronder Necati Çelik,
Yurdal Tokcan en Naseer Shamma. Tijdens zijn
vele reizen nam hij deel aan seminaries en
masterclasses. Tristan Driessens specialiseerde
zich in de loop van de jaren in de makam
en blijft zich ook verdiepen in de ontelbare
mogelijkheden van zijn instrument, met de
hulp van muzikanten zoals Kudsi Erguner,
Tcha Limberger, Jowan Merckx en Mohamed
Abozekry. Hij leidt ook de projecten van La
Compagnie d’Elias en het Lâmekân Ensemble.
Op de Silver Horse Awards kreeg hij de
integratieprijs voor zijn bijdrage op het gebied
van Turkse muziek.
FR Né en 1982, Tristan Driessens entame son
parcours musical à Bruxelles, où il s’initie à
l’oud auprès des musiciens arabes Azzouz
El Houri et Anwar Abudragh. Parallèlement
à ses études de musicologie, il multiplie les
expériences et les rencontres dans les grands
pôles culturels du Moyen-Orient. Il bénéficie
de l’enseignement des maîtres de l’oud les
plus éminents, comme Necati Çelik, Yurdal
Tokcan ou Naseer Shamma. Au cours de
ses nombreux voyages, il participe à des
séminaires et à des master classes. Au fil
des ans, Tristan Driessens se spécialise
dans le makam et ne cesse d’explorer les
multiples facettes de son instrument avec
l’aide de musiciens tels que Kudsi Erguner,
Tcha Limberger, Jowan Merckx, ou encore
Mohamed Abozekry. Il dirige également les
projets La Compagnie d’Elias et Lâmekân
Ensemble. Il a reçu le prix de l’intégration des
Silver Horse Awards pour son apport dans le
domaine de la musique turque.