day of the turkish oud
Transcription
day of the turkish oud
Centre FOR Fine Arts BRUSSELS DAY OF THE TURKISH OUD 01 MAY ’16 — Terarken Terarken 3 11:00 – 13:00 makam workshop met ∙ avec Necati Çelik & Tristan Driessens 15:00 – 17:30 oud masterclass met ∙ avec Yurdal Tokcan Terarken 2 20:00 – 22:00 Concert Eerste deel ∙ Première partie YURDAL TOKCAN pauze ∙ pause Tweede deel ∙ Deuxième partie NECATI ÇELIK “Laat de zanger de oed ter hand nemen, en wanneer hij losbrandt, Laten we hem dan volgen: laten we een zucht slaken wanneer ons hart in vuur en vlam staat.” Nef’i van Erzurum (1572-1632) Tegen het einde van de 15e eeuw is de oed een van de meest gebruikte instrumenten aan het Ottomaanse hof. Hij geniet een geprivilegieerde status, maar toch zou het fout zijn de oed voor te stellen als een instrument waarmee enkel kunstmuziek wordt gespeeld. Voor de islamkunst aan het koninklijke hof was het tijdens de middeleeuwen een van de belangrijkste snaarinstrumenten, maar de oed is zowel in Turkije als daarbuiten altijd met verschillende culturele kringen verbonden geweest. Hij werd gebruikt voor ontspanning in de harem en tijdens nachtelijke feesten. In die hoedanigheid wordt hij in moslimkunst uit alle periodes voorgesteld, maar het is ook een hofinstrument en het geliefkoosde instrument van de ‘muziekwetenschap’ (‘ilm al-musiqa). Tot de eerste helft van de 17e eeuw was de oed een van de favoriete Ottomaanse muziekinstrumenten. Uit bronnen blijkt dat er vanaf 1650 een ingrijpende verandering plaatsvond waardoor de oed in geen tijd aan belang inboette en daarna bijna twee eeuwen lang in de vergetelheid raakte. Hij werd vervangen door de Ottomaanse tambur, en die verwierf zijn adelbrieven in de kunstmuziek. Dit typisch Turkse instrument heeft een lange hals waardoor de snaren harder kunnen worden aangespannen; hij brengt warme klanken voort. Langzaam maar zeker viel het instrument bij de muziekgezelschappen aan het hof meer in de smaak dan de luiten met korte hals, die qua klankkleur matter waren en uiteindelijk uit de gunst raakten. Tegen het einde van de 17e eeuw veroverde de tambur een plaats in de muziekgezelschappen die fasıl speelden en stootte hij de familie van de korte luiten van de troon. Bienvenue à la première édition de la Journée de l’oud turc ! Cet événement vous est présenté par BOZAR et le Yunus Emre Institute-Brussels, institution favorisant l’apprentissage de l’oud selon la tradition de la musique classique turque. À cette occasion, deux des plus grands oudistes turcs, Yurdal Tokcan et Necati Çelik, sont invités sur scène pour vous exposer les multiples facettes de l’oud solo. En marge de leur concert, nous vous proposons une série de master classes dirigées par ces artistes, ainsi que par Tristan Driessens, oudiste belge hors pair et fondateur de la Brussels Academy for Turkish Oud. Cette Journée de l’oud turc s’inscrit dans le cadre de l’inauguration de cette nouvelle académie, qui dépend de l’Académie de Musique Itinérante (Seyir) et qui bénéficie du soutien de l’institut turc Yunus Emre. Que la fête – de l’oud turc – commence ! FR De Turkse makam is veruit het belangrijkste aspect van de makam, in de Turkse muziekterminologie seyir genoemd. Het begrip seyir is afgeleid van het Arabische werkwoord sara, dat je kan vertalen als ‘bewegen’, ‘reizen’. Een sayyar is een ‘reiziger’ of ‘een planeet’, en het woord sair, seyir in het Turks, betekent ‘reis’, ‘tocht’ of ‘opeenvolging’. Het is die reis van de melodie die de meeste klassieke muzikanten definiëren als de makam. Necati Çelik benadrukt met klem dat de gelijkschakeling van het concept makam met het begrip ‘toonladder’ een veel te beperkte visie is die theoretici en beginnende muzikanten vaak niet weerleggen om de toegankelijkheid tot deze ingewikkelde muziektaal te vergemakkelijken. “Als je een toonladder hebt, heb je seyir nodig om er een makam van te maken”, zo zegt hij, en “verwar de begrippen toonladder en makam niet met elkaar”. Om het belang van die melodiestructuur eenvoudig uit te leggen neemt de meester zijn toevlucht tot een vergelijking: de seyir is het zout dat onmisbaar is om de makam zijn typische smaak te verlenen. De Turkse makam bepaalt de muziekstructuur en vindt zijn wortels in de soefibroederschappen en, tijdens de vijf eeuwen van het Ottomaanse Rijk, aan het hof. Het is een modaal systeem dat vooral monodisch – eenstemmig – wordt gebruikt en zijn expressiviteit haalt uit de taksim, de improvisatie, het bekendste instrumentale genre uit het Nabije Oosten en het Midden-Oosten. Hoe kunnen we de makam beschrijven, het basisconcept van de kunstmuziek uit de landen die zich uitstrekken van de Maghreb tot Centraal-Azië? De etymologie van het begrip stamt uit het Arabisch en kan je vertalen als ‘plaats’ en ‘halte’. Elke makam is dus een ‘plaats’ met een eigen kleur, een persoonlijke melodieuze opeenvolging en specifieke intervallen. Sommige Ottomaanse makams vormen samen ‘families’ en berusten op dezelfde toonladders. Het enige wat hen onderscheidt, is de melodiestructuur. Dat De begrippen die we tot dusver hebben vernoemd, vormen de basis van de taksim, de niet-vastgelegde muzikale expressie die de gewone improvisatie overstijgt omdat het een volledig op zichzelf staande vorm is die de melodische hiërarchie van de seyir volgt. Van alle vormen van Turkse instrumentale muziek die tegenwoordig gebruikt worden, is de taksim de vorm die het meest geschikt lijkt om de makam te brengen, met de nodige aandacht voor alle kenmerken ervan. Het uitwerken van taksimler (het meervoud van taksim) vereist niet alleen een grote technische vaardigheid en een gevoel voor ritme, je moet ook beschikken over een uitmuntende kennis van de makams en een vakkundig componist zijn. Al die criteria zorgen ervoor dat de taksim de meest complete vorm is van Ottomaanse instrumentale muziek. Pas toen Turkije een republiek werd, trad de oed weer uit de schaduw. Het was wachten op virtuoze vernieuwers voor hij herontdekt werd en op een slimme manier opnieuw zijn intrede deed in de kunstwereld. De verspreiding van de radio en de platenindustrie waren daarbij ongetwijfeld belangrijke factoren. In de 20e eeuw trad de oed weer op het voorplan en kwam hij in een nieuw licht te staan. De cellist Şakir Paşa deed het instrument weer tot zijn recht komen, en zijn voorbeeld werd gevolgd door zijn leerling Şerif Muhiddin Targan (1892-1967) en diens tijdgenoten Udî Nevres Bey (1873-1937), Şerif Içli (1899-1956), Ûdi Hrant Emre (1901-1978) en vooral Yorgo Bacanos (1900-1977), één voor één meesters op de oed. Een nieuwe ‘klassieke’ stijl ontstond pas in de tweede helft van de 20e eeuw, op aanzet van Cinuçen Tanrikorur (1938-2000). Die inspireerde zich op de tambur-techniek van Cemil Bey om het bespelen van de oed opnieuw uit te vinden en op te waarderen. De taksim Tegenwoordig is de taksim een op zichzelf staand genre, maar daarnaast vervult hij in het instrumentale repertoire ook verschillende, nauwkeurig vastgelegde functies: de inleidende taksim (giriş of baş taksim) gaat vooraf aan het concert (fasıl); de transitie- of modulatie-taksim (geçiş taksîm) begeleidt de overgang van de ene makam naar een andere om de luisteraar op de nieuwe toonaard voor te bereiden. Tot slot is er de tussentaksim (ara taksim). Die biedt muzikanten en luisteraars een rustmoment tijdens de fasıl, vooral wanneer er zonder onderbreking tal van stukken in dezelfde makam zijn gespeeld. Sommige muzikanten denken dat de taksim oorspronkelijk misschien vooral die taak van interludium tussen twee stukken of liederen vervulde omdat het begrip letterlijk ‘verdeling’ betekent. Het is ontleend aan het Arabische woord taqsim, dat is afgeleid van het werkwoord qassim, wat vertaald wordt als ‘verdelen’ of ‘verspreiden’. Om de kunst van de taksim in Turkije onder de knie te krijgen put de instrumentalist uit een klassiek repertoire dat grotendeels mondeling is overgeleverd. Het aanleren van dat repertoire, dat door een meester onderwezen wordt, zorgt voor een intuïtieve assimilatie van de melodiestructuren (seyir) van de makams, die het pad effenen voor de improvisatie, het kenmerk van de taksim. Necati Çelik benadrukt het belang van tawır, een begrip dat hij vertaalt als ‘muziekstijl’ of ‘persoonlijkheid van de muzikant’ en dat heel nauw verbonden is met het begrip seyir. Het is absoluut noodzakelijk iemand anders zijn stijl te herkennen en een eigen stijl te ontwikkelen door naar anderen te luisteren, want alleen op die manier kunnen de melodieën van de seyir geïntegreerd worden. Tawır is een onmisbaar element bij het creëren van nieuwe melodieën en vormt in de taksim een bijzonder aspect van de Turkse esthetiek. Naar Tristan Driessens music De Ottomaanse oed Welkom op de eerste editie van de Dag van de Turkse oed! Deze wordt je voorgesteld door BOZAR en het Yunus Emre InstituteBrussels, een instelling die oedlessen organiseert in de traditie van de Turkse klassieke muziek. Bij deze gelegenheid delen twee grote Turkse oedmeesters het podium: Yurdal Tokcan en Necati Çelik. Ze laten je kennismaken met alle facetten van de oed als soloinstrument. Daarnaast verzorgen ze enkele masterclasses samen met Tristan Driessens, een buitengewone Belgische oedspeler, oprichter van de Brussels Academy for Turkish Oud. Deze Dag van de Turkse Oed heeft plaats in het kader van de inhuldiging van deze nieuwe academie, die afhangt van de Académie de Musique Itinérante (Seyir) en de steun geniet van het Turkse Yunus Emre Institute-Brussels. Laat het feest van de Turkse oed maar beginnen! NL L’oud ottoman « Que le chanteur prenne l’oud en main, et quand il se met en feu, Suivons-le : soupirons quand nos cœurs s’enflamment. » Nef’i d’Erzurum (1572-1632) Vers la fin du XVe siècle, l’oud est l’un des instruments les plus courants de la Cour ottomane. Malgré l’évidence du statut privilégié dont jouit l’oud, il serait erroné de le présenter comme un instrument réservé uniquement à la musique savante. S’il est, au Moyen Âge, l’un des instruments à cordes les plus représentés dans l’art islamique de la Cour royale, l’oud, aussi bien en Turquie qu’au-delà, fut toujours associé à plusieurs sphères culturelles. Il pouvait faire partie des divertissements du harem et des fêtes nocturnes ; il est représenté comme tel dans les arts musulmans de toutes les époques, tout en étant un instrument de cour ainsi que l’instrument d’élection de la « Science musicale » (‘ilm al-mûsîqâ). Jusqu’à la première moitié du XVIIe siècle, l’oud occupa une place de choix dans l’ensemble musical ottoman. À partir de 1650, les sources attestent un mouvement de transformation, ce qui eut comme conséquence un déclin rapide de l’oud et ensuite son absence quasi-totale pendant plus de deux siècles. Il fut supplanté par le tanbûr ottoman, qui allait donner à la musique savante ses lettres de noblesse. Cet instrument exclusivement turc, dont le manche long confère une plus forte tension aux cordes, se caractérise par un timbre brillant ; et, probablement, au fur et à mesure qu’il gagna en faveur au sein des ensembles de la Cour, les sonorités plus sourdes des luths à manche court finirent par déplaire. Vers la fin du XVIIe siècle, le tanbûr conquit une place dans les ensembles de fasıl et finit par détrôner toute la famille des luths à manche court. Ce ne fut qu’à l’avènement de l’ère républicaine que l’oud resurgit des ténèbres. Il fallut attendre des novateurs virtuoses pour qu’il fût redécouvert et réintroduit judicieusement dans le milieu savant. Sans conteste, la diffiusion radiophonique et l’industrie discographique y contribuèrent pour une grande partie. Le XXe siècle atteste la réapparition de l’oud sous une nouvelle lumière ; il fut remis en valeur par le violoncelliste Şakir Paşa, suivi par son élève Şerif Muhiddin Targan (1892-1967) et ses contemporains Udî Nevres Bey (1873-1937), Şerif Içli (1899-1956), Ûdi Hrant Emre (19011978) et surtout Yorgo Bacanos (1900-1977), qui furent tous de véritables maîtres de l’oud. Un nouveau style « classique » à proprement parler n’émergea qu’à la seconde moitié du XXe siècle sous l’impulsion de Cinuçen Tanrikorur (1938-2000), qui s’inspira de la technique du tanbûr de Cemil Bey pour réinventer et valoriser le jeu de l’oud. Le makam turc Le makam turc désigne le langage musical savant engendré, à l’origine, au sein des confréries soufies et, à la Cour, durant les cinq siècles de l’Empire ottoman. Système modal à expression essentiellement monodique – constituée d’une mélodie unique –, il s’exprime avant tout par le taksîm, mode d’improvisation qui est le genre instrumental par excellence du Proche et du Moyen-Orient. Comment peut-on circonscrire le makam, concept fondateur de la musique savante des pays qui s’étendent du Maghreb à l’Asie Centrale ? L’étymologie du terme provient de l’arabe et se traduit comme « lieu » et « station ». Ainsi, chaque makam présente un « lieu » qui possède sa couleur propre, son itinéraire mélodique et ses spécificités en termes d’intervalles. Certains makams ottomans se réunissent en familles et reposent sur des échelles identiques. Ils ne se distinguent que par la structure mélodique, aspect de loin le plus pertinent du makam et appelé seyir dans la terminologie turque. Le terme seyir est dérivé du verbe arabe sâra, qui se traduit « bouger », « voyager » ; un sayyâr est un « voyageur » ou « une planète », et le mot sair, seyir en langue turque, signifie « voyage », « itinéraire » ou « progression ». C’est à travers cet itinéraire de la mélodie que la majorité des musiciens classiques turcs préfèrent définir le makam. Necati Çelik souligne avec force que l’assimilation du concept de makam à la simple notion de gamme relève d’une conception réductrice trop souvent admise par les théoriciens et les musiciens débutants pour faciliter l’accès à ce langage complexe. « Si tu as une échelle, tu as besoin du seyir pour en faire un makam », dit-il, et « ne confonds pas les notions d’échelle et de makam ». Faisant sienne la simplicité, le maître a recours à une comparaison pour accentuer l’importance de cette structure mélodique : le seyir est le sel qui est indispensable pour donner au makam sa saveur propre. Le taksîm Les notions évoquées jusqu’à présent fournissent la base du taksîm, expression musicale non mesurée qui se définit au-delà de la simple improvisation comme une forme à part entière, qui obéit à la hiérarchisation mélodique du seyir. De toutes les formes instrumentales turques en usage aujourd’hui, le taksîm est celle qui paraît la plus apte à présenter le makam sous l’ensemble de ses caractéristiques. La création de taksîmler (pluriel de taksîm) requiert non seulement une grande maîtrise du jeu et un bon sens du rythme, mais, de plus, une connaissance aboutie des makams et des compétences en composition. Tous ces critères font du taksîm la forme la plus aboutie de la musique instrumentale ottomane. Outre le statut de genre autonome dont il jouit de nos jours, il remplit plusieurs fonctions bien encadrées au sein de l’ensemble instrumental : le taksîm introductif (giriş ou baş taksîm) est un prélude au concert (fasıl) ; le taksîm transitionnel ou modulatoire (geçiş taksîm) accompagne le passage d’un makam à un autre afin de préparer l’auditeur au nouveau climat modal. Enfin, le taksîm intermédiaire (ara taksîm) octroie aux interprètes et auditeurs un moment de repos lors du fasıl, notamment quand de nombreuses pièces dans le même makam ont été jouées sans interruption. Certains auteurs estiment qu’il n’est pas impossible qu’à l’origine, le taksîm ait rempli plus spécifiquement cette fonction d’intermède entre deux morceaux ou chants, puisque le terme signifie au sens littéral « division ». En effet, il est emprunté au mot arabe taqsim, dérivé du verbe qassim, qui se traduit comme « diviser » ou « distribuer ». En Turquie, l’instrumentiste s’appuie, pour sa maîtrise de l’art du taksîm, sur un répertoire classique qui lui est transmis majoritairement par voie orale. L’apprentissage de ce répertoire à travers l’enseignement d’un maître engendre une assimilation intuitive des structures mélodiques (seyir) des makams, qui lui ouvrent l’accès à la liberté d’expression qui est le propre du taksîm. Necati Çelik insiste sur l’importance de tawır, notion qu’il traduit comme « style musical » ou « personnalité de musicien » et qui est étroitement liée à celle de seyir. Il est indispensable de reconnaître le style de quelqu’un et de se forger un style propre en écoutant celui des autres, car ce n’est qu’à travers lui que les mélodies du seyir peuvent être intégrées. Le tawır contribue indispensablement à la création de nouvelles mélodies et constitue à travers le taksim un aspect particulier de l’esthétique turque. D’après Tristan Driessens Biografiëen · biographies Yurdal Tokcan NL Yurdal Tokcan wordt beschouwd als een van de grootste oedspelers van onze tijd. Hij staat bekend om zijn technische vaardigheid, zijn unieke talent om improvisaties (taksim) vlot en vol gevoel te brengen en zijn subtiele benadering van het complexe repertoire van de Turkse klassieke muziek. Tokcan is ook componist en bewerker. Hij werd in 1966 geboren in Ordu, een kuststadje aan de Turkse kant van de Zwarte Zee. In 1998 behaalde hij zijn bachelordiploma aan het Conservatorium voor Turkse Muziek van de Technische Universiteit in Istanbul. Na zijn masteropleiding werd Tokcan aan de faculteit aangesteld als leraar oed. In 1990 sloot hij zich aan bij het Ensemble voor Turkse klassieke muziek geleid door Tanburi Necdet Yasar en reisde hij mee voor een concerttournee door Frankrijk, Nederland, België en Spanje. Hij is lid van het Fasil Ensemble van Istanbul en het Tasavvuf Ensemble, en hij is een van de stichtende leden van het Istanbul Sazendeleri, een ensemble dat zich toelegt op het promoten van Turkse instrumentale muziek. FR Yurdal Tokcan est considéré comme l’un des plus éminents oudistes de notre temps. On lui reconnaît une maîtrise technique, un talent unique pour l’improvisation (taksîm), livrée avec aisance et émotion, ainsi qu’une approche subtile du répertoire complexe de la musique classique turque. Tokcan est également compositeur et arrangeur. Il né à Ordu, sur la côte turque de la Mer Noire, en 1966. En 1998, il obtient son graduat au Conservatoire de musique turque de l’Université technique d’Istanbul. Alors qu’il achève son master, Tokcan est nommé professeur d’oud à la faculté. En 1990, il rejoint l’Ensemble de musique classique turque dirigé par Tanburi Necdet Yasar et le suit lors de concerts en France, aux Pays-Bas, en Belgique et en Espagne. Il est membre de l’Ensemble Fasil d’Istanbul et de l’Ensemble Tasavvuf, ainsi qu’un membre fondateur des Istanbul Sazendeleri, ensemble dédié à la promotion du répertoire instrumental turc. Necati Çelik paleis voor schone kunsten brussel Palais des beaux-arts bruxelles NL Necati Çelik is een van de grootmeesters van de Turkse klassieke oed en van de makam. Zijn virtuoze en geraffineerde spel getuigt hoe intens zijn band met de Ottomaanse traditie is. Hij werd in 1955 geboren in Konya. Al snel leerde hij de bağlama (luit met lange hals) bespelen, later stapte hij over op de oed. Vanaf de jaren 1970 onderscheidde Necati Çelik zich als een van de eerste muzikanten die de oed als soefi-instrument gebruikte. Hij nam deel aan Mevlevi-rituelen en maakte er kennis met Cinuçen Tanrikorur, een belangrijke vertegenwoordiger van de klassieke school van de Ottomaanse oed, een figuur die een grote invloed op zijn muzikale parcours zou uitoefenen. In de jaren 1980 gaf Necati Çelik oedlessen aan de Selçuk Universiteit van Konya en aan de Ege University in Izmir. Inmiddels was hij ook actief lid van het Ensemble voor Turkse klassieke muziek van het ministerie van Cultuur. In 1989 sloot hij zich aan bij het Ensemble voor Turkse klassieke muziek van Istanbul en werd hij de vaste luitspeler van het Necdet Yaşar Ensemble. Als solist doorkruiste hij het Verre en het Nabije Oosten, Europa en de Verenigde Staten. FR Necati Çelik est l’un des grands maîtres de l’oud classique turc et du makam. Virtuose au jeu raffiné, il témoigne d’un profond enracinement dans la tradition ottomane. Necati Çelik naît à Konya en 1955. Très tôt, il s’initie au bağlama (luth à manche long), puis se tourne vers l’oud. Dès les années 1970, Necati Çelik se distingue comme l’un des premiers musiciens à concevoir l’oud comme un instrument soufi. Il prend part aux rituels Mevlevi et y rencontre Cinuçen Tanrikorur, grand représentant de l’école classique de l’oud ottoman, qui exercera une profonde influence sur son parcours musical. Dans les années 1980, Necati Çelik enseigne l’oud à l’Université Selcuk de Konya et au Conservatoire supérieur d’Aegean, tout en étant un membre actif de l’Ensemble de musique classique turque du Ministère de la Culture. En 1989, il rejoint l’Ensemble de musique classique turque d’Istanbul et devient luthiste attitré de l’Ensemble Necdet Yaşar. En tant que soliste, il a parcouru l’Extrême et le Proche-Orient, l’Europe et les États-Unis. Tristan Driessens NL Tristan Driessens werd in 1982 geboren en begon zijn muziekcarrière in Brussel, waar hij oed leerde spelen dankzij de Arabische muzikanten Azzouz El Houri en Anwar Abudragh. Tijdens zijn studie musicologie wist hij zijn ervaringen en ontmoetingen in de grote culturele centra van het MiddenOosten te intensiveren. Hij kreeg les van de grootste oedspelers, waaronder Necati Çelik, Yurdal Tokcan en Naseer Shamma. Tijdens zijn vele reizen nam hij deel aan seminaries en masterclasses. Tristan Driessens specialiseerde zich in de loop van de jaren in de makam en blijft zich ook verdiepen in de ontelbare mogelijkheden van zijn instrument, met de hulp van muzikanten zoals Kudsi Erguner, Tcha Limberger, Jowan Merckx en Mohamed Abozekry. Hij leidt ook de projecten van La Compagnie d’Elias en het Lâmekân Ensemble. Op de Silver Horse Awards kreeg hij de integratieprijs voor zijn bijdrage op het gebied van Turkse muziek. FR Né en 1982, Tristan Driessens entame son parcours musical à Bruxelles, où il s’initie à l’oud auprès des musiciens arabes Azzouz El Houri et Anwar Abudragh. Parallèlement à ses études de musicologie, il multiplie les expériences et les rencontres dans les grands pôles culturels du Moyen-Orient. Il bénéficie de l’enseignement des maîtres de l’oud les plus éminents, comme Necati Çelik, Yurdal Tokcan ou Naseer Shamma. Au cours de ses nombreux voyages, il participe à des séminaires et à des master classes. Au fil des ans, Tristan Driessens se spécialise dans le makam et ne cesse d’explorer les multiples facettes de son instrument avec l’aide de musiciens tels que Kudsi Erguner, Tcha Limberger, Jowan Merckx, ou encore Mohamed Abozekry. Il dirige également les projets La Compagnie d’Elias et Lâmekân Ensemble. Il a reçu le prix de l’intégration des Silver Horse Awards pour son apport dans le domaine de la musique turque.