magazine
Transcription
magazine
België - Belgique P.P. 1470 1470 GENAPPE P 001763 UBJET INFO nr. 75 MAGAZINE Jubileumuitgave – Mei 2011 Edition Jubilé – Mai 2011 Bureau dépôt Genappe Ed. resp. / Verantw. uitg. G. Menne Av. Buissonnets 54 Bruxelles 1020 Brussel 1951 - 2011 1951 - 2011 19.05.2011 – 60e ANNIVERSAIRE DE L’UBJET 19 MEI 2011 – 60e VERJAARDAG VAN DE UBJET De nos jours le tourisme est la principale « industrie » au monde. Il y a 60 ans ce n’était pas le cas, et il y a encore un long mais passionnant chemin à parcourir pour continuer à découvrir ce monde. Vandaag de dag is het toerisme de voornaamste “industrie” ter wereld. Nous avons appris à mieux comprendre la terre et à devenir plus conscients de l’écologie. C’est une tendance récente mais en pleine expansion. 1951 - 2011 - Onderweg hebben we ook geleerd om de aarde beter te begrijpen en er ecologisch bewuster mee om te gaan. Dit is een relatief recente, maar groeiende trend. Nous avons découvert les impressionnantes beautés de la terre et de la mer, mais aussi la misère du tiers monde. Une prise de conscience avec d’importantes conséquences. La gigantesque assistance morale et matérielle apportée par les pays riches à travers les programmes d’aide officiels et les initiatives privées doit aussi être mentionnée. Le tourisme est certainement un des catalyseurs de cette aide, et nous pouvons en être fiers. - Onderweg hebben we de indrukwekkende schoonheid van land- en zeeschappen ontdekt, maar ook de armoede van de “derde wereld”. Nogmaals een bewustwording met almaar grotere gevolgen. De gigantische morele en materiële hulp die “het rijke Westen” verleent via officiële hulpprogramma’s en door ontelbare privé initiatieven, mag ook wel eens aangestipt worden. Het toerisme is hiervan ongetwijfeld één van de catalysatoren. Retournons maintenant en 1951, quand le tourisme en était à ses balbutiements. Il connut une grande impulsion quand, juste avant la guerre, on introduisit la première semaine de congés payés, le tourisme social était né. SPONSORS Le « grand » tourisme était par contre encore élitaire, mais ce fait allait changer grâce à l’augmentation du bien-être et l’enthousiasme des écrivains de tourisme, journalistes, photographes et conférenciers qui, à travers les nouveaux média, ont fait connaître les horizons lointains. En daar zijn we trots op. SPONSORS Eén van onze UBJET leden deed het allemaal en die man was - en is nog steeds - een monument van de toeristische wereld. Ik noem hem hier bij name: Bernard Henry aan wie ik hier zeer nadrukkelijk hulde wil brengen. Hij is het oudste, trouwste en meest productieve lid van onze Vereniging, sinds…1951; sinds…60 jaar dus! En dat verdient ten overvolle dit eresaluut! Un autre homme qui a beaucoup de mérites…il est membre depuis 50 ans ! … c’est George Duvivier. Je veux aussi l’intégrer dans notre hommage et le remercier pour sa fidélité à notre association, et ses nombreux services rendus au tourisme. La plupart des associations sont semblables à la mer, et à ses marées. Le temps nous prive parfois d’êtres chers, mais nous en apporte aussi de nouveaux. C’est la vie. Een tweede man met grote verdiensten - hij met 50 jaar lidmaatschap - is George Duvivier; ook hém wil ik hier betrekken in onze dankbare hulde voor zijn trouw aan onze vereniging en voor zijn grote verdiensten voor het toerisme. Une association qui a atteint ses 60 ans se doit aussi de penser à un « rajeunissement » .Nous prévoyons donc de lancer dans l’avenir des initiatives afin d’attirer de jeunes journalistes. De meeste verenigingen zijn een beetje als de zee en zijn onderhevig aan de getijdenwerking van eb en vloed. De tijd ontneemt ons zo nu en dan een kostbare collega, maar diezelfde tijd brengt ook nieuwe gezichten. C’est la vie. L’UBJET est une association nationale, mais a aussi un profil international grâce à la FIJET. Vous pourrez lire les informations à ce sujet dans les pages qui suivent. Maar een vereniging die 60 jaar is geworden, is het verplicht aan zichzelf én aan het beroep, om aan verjonging te denken. Wij nemen ons dus voor om in de komende tijd initiatieven te ontwikkelen waarmee we jonge, debuterende journalisten kunnen aantrekken. D’autres mots de remerciement pour nos sponsors : ils ont rendu notre fête du Jubilé possible. Leurs logos ornent ces pages et vous trouverez dans ce numéro d’autres informations à leur sujet. Merci aussi à tous les membres de notre Conseil d’administration pour leur contribution positive à l’association. Grâce à leur enthousiasme et leur dévouement, l’UBJET continuera dans le futur à jouer un rôle important dans le tourisme. UBJET is een nationale vereniging, maar heeft via de overkoepelende FIJET ook een uitgesproken internationaal profiel. Op de volgende pagina’s leest u daar alles over. Ook heel speciale woorden van dank aan onze sponsors; zij hebben het feestprogramma mogelijk gemaakt. Hun logo’s prijken naast deze tekst en ook verder in dit nummer vindt u meer tekst en uitleg over hun activiteiten. Une dernière remarque : depuis environ un quart de siècle, j’ai pu participer à la vie de l’UBJET. C’est grâce à l’atmosphère amicale et à l’esprit de tolérance qui y règnent que j’ai pu y rencontrer des gens formidables. Ils m’ont aidé à mieux comprendre la vie et le plaisir de « voyager dans l’amitié ». Voyager pour mieux comprendre et apprécier le monde et ses habitants. C’était l’ambition du tourisme, et cela le restera. Je remercie l’UBJET pour tout ce qu’elle m’a apporté. www.ubjet.org COUVERTURE: M. Tijani Haddad, Président de la FIJET en Chine © Walter Roggeman Imprimeries Mallinoises sa Maanstraat 8, 2800 Malines Mise en page: Bert Luyten PRIX ANDRE LIBERT PRIJs www.ubjet.org Walter Roggeman Président Maar terug naar dat gezegende jaar 1951 toen het toerisme nog in zijn kinderschoenen stond. Het had een belangrijk impuls gekregen net voor de oorlog met het invoeren van de eerste week betaald verlof: het sociaal toerisme was geboren. Het “grote” toerisme daarentegen was toen voornamelijk nog elitair. Maar dat zou veranderen dankzij de verhoogde welvaart en het enthousiasme van de toeristische schrijvers, journalisten, fotografen en voordrachtgevers die ook de doorsnee burger via de nieuwe media, kennis lieten maken met verre landen en stranden. Un de nos membres a beaucoup contribué à cette action. Il était, et est toujours, un monument du secteur touristique : c’est Bernard Henry, à qui je veux ici rendre hommage. Il est le plus ancien, le plus fidèle, le plus productif membre de notre association depuis 1951… depuis 60 ans, et cela mérite pleinement notre reconnaissance. PRIX ANDRE LIBERT PRIJs 60 jaar geleden was dit helemaal niet zo en er moest nog een lange, maar boeiende weg worden afgelegd. om de wereld verder te ontdekken. COVER: Dhr. Tijani Haddad, FIJET President in China © Walter Roggeman Mechelse Drukkerijen nv Maanstraat 8, 2800 Mechelen Lay-out: Bert Luyten Dank ook aan al onze leden van de Raad van Bestuur voor hun positieve bijdrage aan onze Vereniging. Dankzij hun enthousiasme en inzet zal de UBJET ook in de toekomst verder een belangrijke rol spelen in het toerisme. En nog een slotbemerking: gedurende ruim een kwart eeuw lang had ik het voorrecht lid te mogen zijn van de UBJET. Hier was het dat ik in een sfeer van vriendschap en verdraagzaamheid fantastische mensen heb ontmoet. Ze hebben mij nog diepere inzichten bijgebracht over het leven en het “reizen in vriendschap”. Reizen om de wereld en zijn bewoners beter te leren kennen en waarderen. Dit was cultuurtoerisme van toen, van nu en van straks. Ik ben de UBJET dankbaar Walter Roggeman Voorzitter UBJET 60 jaar in dienst van het toerisme UBJET 60 ans au service du tourisme UBJET, de Unie der Belgische Journalisten en Toeristische Schrijvers, is de oudste en grootste vereniging van die aard in België (°1951). Samen met de Franse zustervereniging AFJET, stichten ze in 1954 de FIJET, voluit: de “Fédération Internationale des Journalistes et Ecrivains du Tourisme”. L’UBJET, l’Union Belge des Journalistes et Ecrivains du Tourisme, est la plus ancienne et la plus grande association de ce genre en Belgique (°1951). nationales dispersées sur le globe. Il faut y ajouter un nombre toujours plus important de membres individuels dans les pays où aucune association n’existe. Nomen est omen; de benaming UBJET op zich vat veel van de essentie samen van onze vereniging. Het is in de eerste plaats een “Unie”, m.a.w. het omvat op harmonische wijze een aantal heel diverse mensen en disciplines: een Unie van Belgen uit noord en zuid; een unie van “Journalisten en Toeristische Schrijvers” met woord, beeld of klank. Onze vereniging is geen cenakel van alleen maar “professionelen” maar staat evenzeer open voor wat wij “liefhebbers” noemen, maar dan in de edele zin van het woord. Vaak komen we tot de vaststelling dat sommigen onder hen een unieke staat van verdiensten hebben. Welke “professioneel” kan een palmares voorleggen als deze van een van onze “liefhebbers”, die ruim vijftig toeristische boeken publiceerde en honderden dito voordrachten hield? Een boom herken je aan zijn vruchten... Deze organisatie is ondertussen uitgegroeid tot de oudste professionele vereniging van toeristische journalisten en schrijvers in de wereld met meer dan 800 leden in 25 nationale verenigingen verspreid over de globe. Voeg daar nog aan toe een groeiend aantal individuele leden in landen waar nog geen representatieve vereniging bestaat. Als stichtend lid heeft de UBJET een ereplaats in dit wereldpeleton waar we allen trots op mogen zijn. Nomen est omen: la dénomination UBJET évoque en soi déjà l’objet essentiel de notre association. Nous sommes d’abord une “union”, une association qui héberge des gens très différents: des Belges du Nord et du Sud, des “journalistes et ecrivains” mais également des photographes, cinéastes et conférenciers. Notre association est aussi une amicale qui donne une place aux amateurs dans le beau sens du mot. On constate qu’ils sont souvent parmi les plus productifs et créatifs. Quel professionnel du tourisme peut présenter un palmarès de cinquante livres touristiques dans les deux langues nationales. On reconnait l’arbre à ses fruits. Comme membre fondateur, l’UBJET occupe une place d’honneur dans ce peloton mondial, ce dont nous pouvons être fiers. Zestig jaar geleden werden bij de stichting van onze vereniging de volgende grondbeginselen aanvaard: • • • • de Belgische schrijvers,journalisten en voordrachtgevers die gewoonlijk het toerisme in al zijn uitingen behandelen, te groeperen; hun de reizen die ze ondernemen te vergemakkelijken met het oog op hun letterkundige bedrijvigheid; de publicaties van deze schrijvers te bevorderen, zowel in België als in het buitenland, de auteurs in verbinding te stellen met soortgelijke groeperingen in andere landen. De vereniging zal zich steeds afzijdig houden ten aanzien van politieke, wijsgerige of godsdienstige vraagstukken. Dit credo is nog steeds geldig en trekt nieuwe, jonge confraters aan die hier in een vriendschappelijke sfeer beter gedijen. UBJET – FIJET België en de Wereld Ik wou hier graag de nadruk leggen op de complementariteit van onze vereniging UBJET met haar geesteskind FIJET. UBJET werd gesticht in 1951 door twee visionaire persoonlijkheden: Arthur Haulot en Raph Alofs. Enkele weken later wordt deze bestuurskern reeds vervolledigd met Bernard Henry als Secretaris-Generaal, de man die vandaag, 60 jaar later, nog steeds onze gewaardeerd EreVice-Voorzitter is. De UBJET is een goed functionerende vereniging met een Raad van Bestuur die regelmatig vergadert en activiteiten uitstippelt waaraan al de leden kunnen deelnemen. FIJET organiseert elk jaar een wereldcongres telkens in een ander land: - het 50e Congres in Slovenië (2008 ) - het 51e in China (2009) - het 52e in Turkije (2010) - het 53e in Roemenië (2011) 4 Dit alles kost aan de leden een haast symbolische “bijdrage in de kosten” maar anderzijds ook de morele verplichting om binnen de 6 maanden een artikel over het gastland te publiceren. Naast al de toeristische “highlights” die men bezoekt en al de ontvangsten die worden georganiseerd, is er vooral ook nog die unieke opportuniteit om collega’s toeristische journalisten van over gans de wereld te ontmoeten, met hen van gedachten te wisselen en vriendschappen te sluiten. Tot slot een warme aanbeveling aan alle UBJET leden: sluit aan bij FIJET, dan ontmoeten we elkaar wellicht op het volgende wereldcongres ergens op onze grote, mooie wereldbol. Ik ben ervan overtuigd dat uw enthousiasme dan even groot zal zijn als het mijne. Word lid: www.ubjet.org en www.fijet.net • grouper les écrivains, journalistes et conférenciers belges qui traitent habituellement du tourisme sous toutes ses formes; • favoriser leur production; Normaliter duurt zo’n congres een volle week en die tijd wordt intensief gebruikt met o.m. een algemene vergadering en een programma boordevol toerisme “haut de gamme”. De jonge vereniging is dynamisch en ambitieus en drie jaar later ziet ze reeds de noodzaak in van een internationaal, overkoepelend organisme. Il y a soixante ans, lors de la fondation de notre association, les principes de base suivants ont été acceptés: Walter ROGGEMAN • faciliter les voyages qu’ils entreprennent en vue de développer leur activité littéraire; • les mettre en rapport avec les groupes similaires existants en d’autres pays. L’UBJET est et restera étrangère à toute question politique, philosophique ou religieuse. Ce crédo est toujours valable et continue à attirer des jeunes confrères qui peuvent mieux s’épanouir dans une atmosphère amicale. UBJET – FIJET La Belgique et le Monde Je voudrais ici rafraîchir la mémoire et attirer l’attention sur la complémentarité de notre association UBJET avec sa consoeur la FIJET. L’UBJET fut fondée en 1951 par deux visionnaires: Arthur Haulot et Raph Alofs. Quelques semaines plus tard, le comité de direction était rejoint par Bernard Henry en tant que Secrétaire Général. Aujourd’hui, soixante ans plus tard, nous sommes honorés de l’avoir toujours avec nous comme Vice-Président honoraire! La jeune association était dynamique et ambitieuse et trois ans après sa fondation elle a vu la nécessité d’un organisme international qui superviserait l’ensemble. L’UBJET est une association qui fonctionne bien, avec un Conseil d’administration qui se réunit régulièrement et qui sélectionne des activités auxquelles tous les membres peuvent participer. Il en résulte un programme annuel riche et varié réparti sur tout le pays. La FIJET propose chaque année un Congrès Mondial dans un pays différent. - Le 50e en Slovénie (2008) - Le 51e en Chine (2009) - Le 52e en Turquie (2010) - Le 53e en Roumanie (2011) Normalement un Congrès dure une semaine complète et comprend une Assemblée Générale et beaucoup de temps pour la découverte du pays et de ses habitants, disons du tourisme “haut de gamme”. Et tout cela en échange d’une participation aux frais presque symbolique, mais aussi une obligation: publier dans les 6 mois après le congrès un article sur le pays hôte. A côté de tous les musts touristiques qu’on vous fait découvrir et toutes les réceptions qui sont organisées pour vous, c’est également une opportunité unique de rencontrer des journalistes touristiques du monde entier, d’échanger avec eux des opinions et de sceller de nouvelles amitiés. Pour terminer je lance une chaude recommandation aux membres de l’UBJET: affiliez-vous à la FIJET, et nous nous rencontrerons sans doute lors du prochain congrès mondial quelque part dans le monde. Je suis persuadé que votre enthousiasme sera aussi grand que le mien. Walter ROGGEMAN Avec l’association française AFJET, elle fonda en 1957 la FIJET « Fédération internationale des Journalistes et Ecrivains du Tourisme ». Cette organisation est entre-temps la plus ancienne association professionnelle de journalistes et écrivains du tourisme dans le monde, avec pas moins de 800 membres et 25 associations Devenez membre: www.ubjet.org et www.fijet.net 5 omzomen het bos, strelen de helling, hol of bol, eng of grassig, glad of stralend onder de sint-jansbloemen en klaprozen. De seizoenen speelden er handig het spel mee van grillige fantasie: modderig rond de hofstee na de herfstregens, de abstracte schets van de gestolde golfjes na een kerstmisnacht, plakkerig lauw na een intense zomerbui, nevelig van poederstof na een te lange droogte van de hondsdagen. Wegels Door: Bernard Henry Ik prang van reisherinneringen. Mijn huis staat bol van souvenirs. Heerlijkst heugen me de mensen. En wegeltjes uit mijn jeugd of van jaren terug. Paadjes waar het lot en mijn grillen me hebben langsgebracht. Wegen zijn er voor de auto’s. Ze dienen geen fantasie. Eens autostrade ontberen ze àlle persoonlijkheid. Als soldaten. Of Hiltons. Banen missen romantiek. Een technicus trok op de kaart een rechte en daar kwam hij, de snelweg. Op de ruïnes van bomen, akkers, kerken en de laatste beemden rond de sublieme bocht van de beek onze jeugd. Moesten banen vaak niet de betonnen parodie van antieke poëtische wegels zijn, ik zou ze haten. Ik doe ze per auto en vergeet ze meteen. Terwijl ik wegels min en innig koester als brokjes koloriet, stukjes tableau, sprookjes in het landschap, takken in de vitale boom van een panorama. De moderne mens spreekt haast met schroom over de wegels van zijn streek. Ze roepen het beeld op van de vergane keuterboer, de excentrieke eenzaat, een losgebroken koe wier uier kwelt, een neuriënde trekker naast de moddergracht. Een curiosum. Mensen heten niet graag curiosum. Ze lijken liever modern of normaal. Dus looft men liever viaducten dan paadjes met distels en haagdoren. PDG’s met alpino zijn al lang precieuze museumstukken. Toch hoort een alpino bij de dolaard met een knapzak. Waarin een plant, een boek of bloem, een appel of zijn boterham. Of voor een steen misschien, een ruwe kei waarin wat zon danst en een compleet palet op vlamt. Langs wegels en paden vind je die. Op routes en banen beklemmen je enkel stof en scheurasfalt. Dorpwegels kunnen edel zijn van leeftijd en historie. Generaties bekenden hebben ze geëffend en gediend, processies met flambeeuwen, fanfares, geiten, honden, baldakijnen en jeugd na jeugd die erover heeft schoolgelopen, paps na opa en dan wij misschien… Zulke wegels worden familiestukken. Elke bocht is een reliek, gemeen souvenir van een sliert geslachten. Een sluis, of sloot of bruggetje hebben levens conversaties gevoed. Trek ze recht in beton en de idylle is dood. Eén generatie later voel je het litteken nog, soms twee, als de route één akker sneed. Daarom noem ik zo’n wegels edel. Het leven heeft er altijd recht op gehad en verjaring zou ze moeten vrijwaren. Als een geklasseerde kapel of het historische pad van een krijgsgebeuren, als Diksmuide of Bastogne. Dorpspaden, bergwegels zijn als pure poëzie. Ze slingeren door de velden, 6 UBJET Info Magazine – Wegels • Bernard Henry Menig pad is nog pad gebleven maar ligt zielig vergeten als een museumprul, omdat er een baan door snijdt met nerveuze explosies en oliepufjes van sportieve limousines. Zo’n wegel is ten dode gedoemd bij gebrek aan cliënteel. Hij lijdt aan geen kwaal of tering. Hij sterft gewoon af als een seniel gelaat dat door geen kus meer wordt getroost en zich dra overbodig waant. Ranker steeds tiert er het onkruid, hoger de varens en de distels. Het pad is er nog, maar je moet al zoeken. Je stap speurt aarzelend naar de vaste bedding tussen de twee grachten. Volgend jaar is het al vérder opgeteerd, een eind reeds vóór de autoroute. Het is een tragische teleurgang. Want ook dit pad had geslachten getekend van alle belendende hoeven. Het leven sloeg er zijn stempel in. Een stenen kruis heugt Günthers fatale val van de hooikar, dat late zomer 1912. Je kunt het jaartal nog raden onder de humus, maar de naam is al lang uitgevreten door regen en vorst. Drie jaar geleden lag er een laatste ruiker. In een bocht wenkte een Madonna, maar toen die vorige winter door de storm werd onthoofd, is niemand speciaal gekomen voor beeld- en eerherstel. Eens was ze het meidoel voor de gezinnen uit het dal, met lelies en Ave-Maria’s van de schoolkinderen. De treden van de nis liggen verloren in de modder van de dode sloot. De moeders houden er nu hun jongsten weg ter wille van de stank en de adders. Er was een bron, waar men geknield kon duiken en elk passant een kruisje maakt met het nat dat gewijd werd genoemd, wie weet nog waarom? De bron blijft borrelen maar haar melodie wordt gesmoord door de motoren en ook in haar straal knaagt al een poos de kiem van gassen en mazout. Zelfs de koeien worden er weg-gehouden, de laatste - ook zij - van Günthers dal, dat hoeven ombouwt tot skichalets en vee ruilt voor zomergasten. Heimwee naar de wegels en paden, waarvan we dromen. Er zijn er nóg, in het struikgewas onder het bomenlommer, in de deining van een spooklandschap, in de schoot van het dal, pal naast een zilverbeekje. Om dié dwergpaadjes zijn landen als Zwitserland zo’n reuzenklepper. De boeren kopen nu al lang zelf hun melk in de melkhandel. Dààrvoor wordt het vee dus overbodig. En meteen ook mest en weiden en hooi. En het gra(a)sveld. En dra ook het pad tussen vee en hoeve. Er zijn nog andere paadjes, óók weer de laatste. Hun poëzie en romantiek zijn nog gebleven, puur en echt. Hun sprookje is nog voelbaar en vitaal, kleurig en borrelend van muziek, langs bron en bergwater, tot de pastorale balsem van steeds grazende bellen. Zwitserland heeft er nog vele van, op de Alpen, in de gaaf gebleven bergen, aan de voet van hun flanken en gletsjers. Uit zo’n buurt blijven de auto’s ver, want voor beton of asfalt ligt weinig kans. Bekoorlijkst vind ik de wandelwegen zonder start of zonder eind. Als horden trekmieren in de tropische jungle. Mysterieus blijft de aanvang van hun mars en de finale van hun doel. Een pad, dat verdwijnt in het geboomte, op het plateau van een massief, in het mozaïek der akkers in het dal of de schuimende bedding van een bergstroom, is als een verrassend cadeau voor de globetrotter, een glimp van het verleden, die nog even gaaf bleef tussen de zuignappen van de moderne octopus. Ik vereer ze, met des te meer respect naarmate ze zeldzamer worden. Wie dié ontdekken wil, is een avonturier, een échte, modern, doordrenkt met de oude geest van trekkende pioniers, al zoékt hij zijn avontuur dan ook op eigen bodem of bij de Alpenbuur. Ik hou, met rugzak en bergschoenen, van de sublieme weelde van een complete vakantiedag, of -week of -maand, op de alom zieltogende idylle van een vergeten wegel. Ik hou van de antieke paden, in Alpen, veld of prairie waar een simpele kei of vogel, bloem of heerser nog puur hun melodie uitzingen. Omdat dat nog zo verheugend kan bij de Zwitserse buur, heb ik niet zelden dààr, tussen een Bangkok en Haïti, het gelukkigst… geglobetrot. Ook zonder klimtouwen, reisvisum of camera. Wél met knapzak en alpino. Zo’n nabije opaas wegel kan, heus, feller boeien dan hulagirls of nog véél blotere Papoea’s! ■ UBJET Info Magazine – Wegels • Bernard Henry 7 L’hôtel de ville Leo van den Daele, un des plus beaux cafés des années 1890 et savourer café, gâteaux, une cuisine légère et excellente dans le style de l’époque. La « Ponttor » fait partie des rares portes de la ville qui existent encore. Depuis le 14e siècle, cette porte accueille par le pont d’entrée et la basse-cour les visiteurs de l’ancienne ville impériale. De nombreux musées présentent des collections allant du Moyen-Age à l’époque moderne. Aix-la-Chapelle, résidence impériale Au triangle des trois frontières, Aixla-Chapelle, d’origine celte, station thermale romaine et résidence impériale de Charlemagne est une vieille ville séduisante, agréable et d’un charme particulier, un enchantement de fontaines, de sculptures en bronze, de trésors et monuments artistiques, de ruelles aux multiples recoins. L’ambiance d’Aix-la-Chapelle est unique, autour de la cathédrale, un des fleurons de l’architecture occidentale et de l’hôtel de ville gothique. Peu avant 800, l’empereur entreprend la construction d’une basilique octogonale sur le modèle des églises de l’Empire romain d’Orient, un des premiers grands édifices à coupole construit au nord des Alpes. Vue sur la cathédrale 8 Aux 14e et 15e siècles, elle est agrandie par le chœur gothique et d’autres chapelles. La chapelle palatine est l’un des monuments les mieux conservés de l’époque carolingienne. Outre son importance en tant qu’église où repose Charlemagne depuis l’an 814 et où ont été oints, couronnés et intronisés environ 32 rois et douze reines du Saint-Empire entre 936 et 1531, la cathédrale devient au cours du Moyen-Age, aux côtés de Jérusalem, Rome et Saint-Jacques de Compostelle, l’un des plus importants lieux de pèlerinage de la chrétienté. A l’intérieur de la cathédrale, les ossements de l’empereur UBJET Info Magazine – Aix-la-Chapelle, résidence impériable • George Duvivier Par: George Duvivier reposent dans une châsse, un merveilleux travail en argent doré, dans l’abside du chœur. Un lustre en cuivre offert par Frédéric Barberousse, une chaire en cuivre doré ornée de pierres précieuses. Le trône situé dans la galerie supérieure est constitué de dalles de marbre provenant de Jérusalem. La cathédrale et son somptueux trésor abritent des objets d’art sacré de l’Antiquité tardive et d’autres époques, des pièces uniques comme la « Croix de Lorraine » qui comptent parmi les plus précieuses d’Europe. Il faut prendre le temps de découvrir la beauté et la diversité des nombreuses églises qui font partie du passé et du présent de la ville. C’est sur les fondements et avec une partie conservée des murs extérieurs du Palatinat que fut construit l’hôtel de ville au 14e siècle, à l’emplacement du palais de Charlemagne, dont il reste encore la tour de Granus. La façade donnant sur le marché est richement décorée de statues qui rappellent les couronnements royaux qui eurent lieu à Aix-la-Chapelle. La salle blanche et la salle des couronnements longue de 45 mètres et large de 18,50 mètres, donnent à l’hôtel de ville son caractère unique. Laissez-vous émerveiller par les différentes facettes de la ville. Flâner dans la zone piétonne, autour de la cathédrale et de l’hôtel de ville, est une véritable expérience. On y trouve des magasins luxueux et des petites boutiques charmantes. S’installer chez Les visiteurs découvrent au Couven Museum, telle une promenade dans le passé, un aperçu de merveilleux meubles du 18e siècle et la pharmacie dans laquelle le chocolat fut fabriqué pour la première fois en 1857. Le Suermondt-Ludwig Museum abrite des œuvres datant de l’Antiquité à nos jours et une collection de sculptures gothiques d’une très grande renommée. Le théâtre est un des lieux culturels importants de la ville; il connaît une vive fréquentation avec près de 300 représentations annuelles et des invités de renom. Ville de thermes et de bains : déjà les Celtes et les Romains et avant eux peut-être, les hommes de l’âge de la pierre et du bronze connaissaient la force bienfaisante de l’eau bouillonnante des profondeurs des thermes et savaient en user. Tout comme Charlemagne a aimé l’eau chaude et l’a utilisée. Les sources ont rendu Aix-la-Chapelle célèbre au loin. Saunas, bains turcs, piscines de détente, ambiance de lumière tamisée, de musique méditative, cet univers vous plonge corps et âme dans la magie de l’orient, au cœur de senteurs envoûtantes. Des visites guidées thématiques sont organisées par l’office de tourisme, à travers des places historiques ou suivant les traces des remparts. Ne pas manquer la découverte des environs en autocar et terminer la soirée pleine d’ambiance dans le crépuscule, en buvant un bon verre dans un authentique bistrot. Un présent de Noël a porté la gloire de la ville dans le monde : la “Printe », une spécialité pâtissière dont le secret de fabrication a été découvert à Aix-la-Chapelle au temps de Charlemagne. Un produit exquis que l’on trouve partout dans les bonnes maisons. Chaque année, le marché de Noël, dans un éclat de décorations, de parfums, de vin chaud, de bougies et de musique est une destination qui attire des milliers de visiteurs dans une ambiance extraordinaire. Quatre grandes écoles de premier ordre sont installées aujourd’hui et la science est devenue un élément inséparable de la ville. Aix- la-Chapelle est une ville historique, une ville du savoir au cœur de l’Europe, une ville aux sources d’eau chaude à ne pas manquer. Un seul remède au visiteur tombé amoureux de la ville, le souvenir d’un bon repos nocturne dans le calme et le bon accueil de l’hôtel Reichshof Seilgraben, tél.0049.241.23868. Info : [email protected] ■ L’agréable zone piétonne UBJET Info Magazine – Aix-la-Chapelle, résidence impériable • George Duvivier 9 Sighisoara de geweldige collecties Romeinse, Roemeense en Europese kunst w.o. werken van Rembrandt en Rubens. Een ander ‘Paleis’ dat men vandaag de dag dit van het Parlement noemt, staat beter bekend in de wereld als het megalomane bouwsel dat Nicolae Ceausescu ons naliet: het op een na grootste gebouw ter wereld. Dit cyclopische complex met twaalf verdiepingen en meer dan 2000 (!) zalen en kamers is zonder twijfel de meest toeristische topper van Boekarest geworden. Een posthume compensatie voor al de ellende die de bouwheer aan zijn landgenoten heeft aangedaan. Roemenië, een te ontdekken land maar hopelijk ook met een open geest. qua natuur als qua cultuur bijzonder veel te bieden. 22 miljoen Roemenen verdienen dit. Een Een kort verslag. reis door dit land (8 x de oppervlakte Een dag in Boekarest Je vertrekt met een paar vooroordelen van België) laat je achter met een veelheid aan indrukken. In de hoofdstad Boekarest, met ruim 2 miljoen inwoners, prijkt hedendaagse luxe naast vervallen woonblokken uit de kommunistische tijd. Een koninklijk paleis werd er museum voor schone kunsten en een ander paleis bestemd voor de vroegere heerser, werd nu dit van het parlement. Elk van de drie landsdelen, Walachije, Moldavië en Transsylvanië, heeft zowel De gouden dagen van Boekarest, het ‘Parijs van de Balkan’ van de eerste decennia van de XXe eeuw, zijn lang voorbij, maar er is weer sterke hoop op beterschap. De Roemenen hebben dit wel verdiend na wat ze in de rest van de XXe eeuw hebben moeten doorstaan: aardbevingen, oorlogen, bombardementen en daarna het regime van Ceaucescu. Nu is er een verdiende inhaalbeweging aan de gang. Boekarest is boeiend, maar als je tijd beperkt is, Transsylvanië Door: Walter Roggeman logeer je best in de meest historische straat van de stad, de Calea Victoriei, bijvoorbeeld in het nieuwe Radisson Blu. Dit prachtige hotel biedt meer dan 500 kamers en suites aan, een indrukwekkende lobby, een bar als een lichtkunstwerk, een prachtig buitenzwembad en ga zo maar door. Naast de deur is er een van de vele speelcasino’s die de stad rijk is. Voor velen wekt deze naam alleen maar herinneringen op aan Dracula. En niemand zal ontkennen dat deze man, de historische figuur althans: Vlad Tepes (Vlad de spietser) hier ooit zijn sinistere roem heeft verdiend als bijzonder wreed heerser. Vijf eeuwen later was hij de inspiratiebron van Bram Stoker’s wereldbekende romanfiguur: Dracula. Blue Air brengt ons in een uurtje vliegen van Tulcea naar Sibiu, zo’n 600 km westwaarts. Dit is een van de mooiste historische steden van Roemenië en in 2007 “Europese Culturele Trouwfeest op het platteland Hoofdstad”. Sibiu werd gesticht in de XIIe eeuw door kruisvaarders en immigranten uit het hertogdom Saksen. De originele Duitse naam Hermannstadt getuigt daar nog steeds van. Idem dito voor de twee andere steden van de “Saksische driehoek” van Transsylvanië: Brasov (Kronstadt) en Sighishoara (Schässburg). Deze laatste stad is meteen ook één van de meest unieke citadelsteden van Europa, gelegen op een heuvel en omringd door XIVe eeuwse wallen en torens . Het hele citadelstadje heeft zijn middeleeuwse sfeer nog gaaf bewaard met oude, kleurrijke huizen, hellende straten met kasseien en een marktpleintje waar het zalig is om zitten in de schaduw van een kanstanjelaar, genietend van de stilte en met uitzicht op het geboortehuis van … Vlad Tepes. ■ De kilometerlange straat is a.h.w. een samenvatting van Boekarest met, naast een prachtig pand uit de belle époque, een vervallen, maar nog steeds bewoond bouwsel uit de kommunistische tijd. Dan weer eigentijdse luxezaken gevolgd door een orthodox kerkje, dat zich bescheiden opstelt op enkele passen van de straat. Aan de Victoriei ligt ook het Plein van de Revolutie. Hier gaf Ceausescu zijn laatste speech vanop het balkon van de zetel van de kommunistische partij. Hier ontstonden het gemor en daarna de kreten van de menigte die hem deden wegvluchten. Hier werden honderden mensen door het opgetrommelde leger doodgeschoten. Hier begon het einde van een duistere periode. Brasov (Kronstadt) 10 UBJET Info Magazine – Roemenië, een te ontdekken land • Walter Roggeman Ook aan de Vicoriei ligt het prachtige koninklijk paleis dat nu het Nationale Museum voor Schone Kunsten is. Vele trappen en zalen later kan u met een voldaan gevoel terugdenken aan An American in... Bucarest Jim Thompson, FIJET Director of Congresses & Meetings UBJET Info Magazine – Roemenië, een te ontdekken land • Walter Roggeman 11 Mahabalipuram: le temple des “7 pagodes” époustouflante. Il fut construit en 1897, sous la domination britannique, mais fallait-il pour cela faire venir les matériaux, comme les colonnes et les vitraux, de Grande-Bretagne ? Cela en jette, mais il est plutôt kitsch. Plus intéressante sur la colline est la statue géante du taureau Nandi, le véhicule de Shiva, haute de 5 mètres, taillée dans le roc. A proximité, le temple de Somnathpur est un pur bijou. Il est considéré comme le sanctuaire Hoysala le mieux préservé et surtout le plus beau. Les sculptures extérieures sont d’une finesse inégalée. Calicut et le Kérala Calicut, cité portuaire, appelée Kozhikhode, était déjà connue des Grecs, des Romains et des Arabes, comme centre du commerce des épices. Il faut y voir le temple Jaïn, la croyance la plus paisible peut-être de notre temps, dont les membres respectent toute vie, même la plus élémentaire, et vivent dans une austérité absolue. L’Inde du Sud, au cœur du monde dravidien L’Inde, un mot fabuleux : des images surgissent spontanément qui évoquent l’aventure, la fortune, les palais immenses, les éléphants, les maharadjas, l’empire britannique, le Taj Mahal. Cette Inde, la plus connue en Occident, se rencontre principalement dans le Nord, dans le Rajasthan. Le Sud du sous-continent est totalement différent, les temples gigantesques et foisonnants de sculptures remplacent les palais ; la nature exubérante a pris la place des steppes désertiques, la foi fervente des Dravidiens tranche avec la retenue très « british » des Rajputs. Durant treize jours, nous avons parcouru trois états de langue et de culture différentes : le Karnataka, le Kerala et le Tamil-Nadu avec le voyagiste ESCAPE. Une expérience inoubliable ! 12 Bangalore et le Karnataka Après le vol sur Mumbai (ex-Bombay, car tous les noms des villes ont été indianisés), un nouvel avion nous dépose dans la capitale des nouvelles technologies de l’Inde. Le chauffeur nous attend et, après un petit-déjeuner sur le pouce, en route vers la localité de Hassan et la visite de deux sites majeurs de l’ancien empire Hoysala qui a régné du 11e au 13e siècle sur le Karnataka. Les temples de Belur et de Halebid comptent parmi les chefs-d’œuvre de l’art médiéval indien. Comment décrire les milliers de sculptures d’une finesse incroyable, un foisonnement de personnages, d’animaux divers, des chapelles, des frises, notamment d’éléphants, mais aussi de beaux jeunes gens, le tout en l’honneur de Vishnou. Halebid surtout, avec ses temples érigés en étoile, où le moindre centimètre carré est sculpté, est une véritable dentelle de pierre. Même les colonnes intérieures UBJET Info Magazine – L’Inde du Sud, au coeur du monde dravidien • Gilbert Menne L’église protestante Saint-Francis (1842) vaut aussi le détour. La ville de Cochin (Kochi) dans une large baie, est une ancienne colonie portugaise. FortCochin (Mattancheri), l’ancien nom de la vieille ville, est très typique avec ses petites ruelles et maisons centenaires, dont la plupart abritent maintenant des antiquaires. On y trouve aussi une synagogue du 16e siècle, toujours en activité. Il faut prendre le temps de s’y promener, de chiner, d’aller voir les filets de pêche « chinois » datant du 14e siècle, grands carrelets avec contrepoids manœuvrés par plusieurs hommes, l’église portugaise SaintFrancis (1503) qui abrita le tombeau de Vasco de Gama avant son transfert au Portugal et l’ancien quartier colonial avec son cimetière hollandais. Un parfum suranné d’Europe sous les Tropiques ! Attraction très connue de la région, les fameux « Backwaters » sont un vaste réseau de canaux, de lacs et de lagunes sur plus de cent kilomètres dans l’arrière-pays de Cochin. Une excursion en bateau est très reposante. Beaucoup de touristes y logent même sur des sampans ancrés le long des rives. Le lendemain, on visite le Parc national de Périyar, grand de 777 km2, sanctuaire de la vie sauvage au sein d’une nature splendide. Il abrite des tigres, éléphants, bisons, daims et autres sangliers sans compter de multiples oiseaux, que l’on peut voir et photographier à partir d’un bateau sur le lac. Le folklore du Kerala est très particulier et il ne faut rater sous aucun prétexte un spectacle de danses kathakali. Ces danses sacrées, nées au 17e siècle, retracent des épisodes du fameux Ramayana. Les acteurs, tous masculins, s’astreignent à de longues heures de maquillage et d’habillement. Leur rôle muet s’exprime par la danse, les roulements d’yeux, les pas, le jeu des mains, selon 24 gestes codifiés. Ils sont assistés par un conteur et des musiciens. Périyar est renommé pour ses plantations de thé, de café et d’agrumes. Par: Gilbert Menne sont intégralement façonnées. Quel temps a-t-il fallu pour tout cela ? Plus de cent ans ! Le lendemain, sur la route de Mysore, une haute colline se dresse à l’horizon : c’est Sravanabelgola (plus facile à retenir que les autres). Au pied d’un lac, il faut gravir pieds nus (avec chaussettes), sous une chaleur brûlante sans ombre, un escalier de granit impressionnant pour admirer la statue monolithe la plus grande de l’Inde, celle du seigneur Gomateswara, un des sages de la croyance Jaïn : 17,70 m de hauteur. L’ascension épuisante est récompensée par ce spectacle unique et une vue superbe sur les alentours. Mysore, ville royale La ville de Mysore est relativement jeune, très verte et dispose d’une hôtellerie de qualité. Le palais du maharadja est le plus important du Sud, sans être pour cela d’une beauté Mysorte: le taureau Nandi sur la colline UBJET Info Magazine – L’Inde du Sud, au coeur du monde dravidien • Gilbert Menne 13 des fleurs et des boules de beurre, dépose des offrandes, invoque aussi les « neuf planètes », et célèbre aussi des jubilés de mariage. Les Européens sont tout de suite adoptés. Après un rafraîchissement, nous avons échappé au repas en invoquant notre programme chargé ! La visite de l’ancien palais Thirumalai Nayak, vestige déchu de l’ancien royaume des Nayaks, achève la visite de la ville. Sravanabelgola: statue gigantesque de Gomateshwara Le Tamil-Nadu, le plus indien de neuf étages, chacune hyperchargée de statues (des millions au total !) des états de l’Inde La partie la plus au Sud de l’Inde n’a pas subi d’invasions et a pu préserver une civilisation sans influences extérieures. L’art dravidien y atteint son paroxisme, avec des temples superbes. Dans la ville de Madurai, le temple Minakshi (17e siècle) est extraordinaire et est considéré comme le plus grand de l’Inde. C’est un gigantesque enchevêtrement de salles, de cours, de chapelles, où se presse une foule compacte se livrant à de multiples tâches religieuses. Le temple compte douze tours (gopurams) de 50 mètres et 14 représentant une faune grouillante de dieux, déesses et animaux fantastiques. Au milieu, le bassin des Lys d’or, lieu des ablutions qui, selon la légende, se couvrit de fleurs quand le dieu Indra s’y baigna. On y vénère la « déesse aux yeux de poisson » et son époux Shiva en formant des voeux. Le soir, les prêtres conduisent en procession l’idole de la déesse auprès de son époux afin que leur union recharge l’énergie de l’univers : un spectacle mémorable ! La foule tourne autour des autels, jette UBJET Info Magazine – L’Inde du Sud, au coeur du monde dravidien • Gilbert Menne Tanjore (Thanjavur) est l’ancienne capitale de la dynastie Chola (9e siècle) qui marque l’apogée de l’architecture dravidienne et du travail du bronze. Le temple de Brehadeshwara, construit à la fin du 10e siècle, est une véritable ville entourée d’une enceinte. Elle culmine à plus de 70 m de hauteur et comprend, à côté du sanctuaire proprement dit, de multiples temples annexes, ateliers, magasins et cuisines. Une flèche en or couronne le dôme monolithe de 80 tonnes ! A l’entrée, un superbe taureau Nandi d’un seul bloc de 25 tonnes. La visite doit se limiter à deux heures, on y passerait la journée sans problème. L’intérêt majeur du palais royal voisin est la superbe galerie d’art qui contient une collection unique de statues mais surtout des pièces en bronze magnifiques du 7e au 11e siècle. La ville de Tiruchirappali (Trichy ou Trichinopoly) est bâtie sur un éperon rocheux ceinturé de 21 tours et de 7 enceintes. On y vénère Vishnou depuis mille ans. Pour accéder à son temple, le Shri Rangam, il faut gravir 433 marches au milieu d’une foule compacte de fidèles. L’effort est récompensé par une vue imprenable sur la ville et surtout par des sculptures de l’art Hoysala représentant de charmantes jeunes filles. Un petit air de France en Inde Les Portugais, les Hollandais et les Britanniques ne furent pas les seuls à créér des comptoirs en Inde. La France aussi avait des ambitions coloniales : Pondichéry, Yanaon, Karikal, Mahé et Chandernagor sont des noms bien connus (autrefois) dans l’Hexagone. Qui ne connaît le nom de JosephFrançois Dupleix, gouverneur des comptoirs français, qui réussit à prendre Madras aux Anglais en 1746, soumit une vaste partie du Sud et offrit ainsi à la France un petit empire. Sa puissance, M a h a b a l i p u r a m le premier exemple de construction et l’art rupestre indienne maçonnée (vers 690), bâti par Une mention spéciale est à réserver pour cette localité côtière qui possède un patrimoine exceptionnel de l’art rupestre indien entre les 7e et 8e siècles. Une colline couverte de rochers en équilibre abrite des grottes et des temples sculptés dans le roc, avec des sculptures saisissantes. Une paroi relate « L’Ascèse d’Arjuna », le héros du Mahabharata, une suite de sculptures longue de 27 mètres et haute de 9 mètres, une saga complexe et merveilleuse symbolisant la naissance du Gange, d’une qualité exceptionnelle. Plusieurs Le dieu-elephant Ganesha, protecteur des voyageurs... et donc des touristes grottes mettent en scène ses excès et des premiers revers des dieux, des héros, des êtres célestes, provoquèrent des jalousies et le firent des éléphants, des najas et autres rappeler. Il finit dans la misère. La ville animaux, tous d’une grande facture. La de Pondichéry resta cependant française cerise sur le gâteau sont les « rathas », des jusqu’au 16 août 1962, après l’accord mini-temples monolithes entièrement du Parlement français. Après cette date, découpés dans le roc, réalisés vers 630. les habitants eurent un délai de six mois Tous de forme différente selon la pierre pour choisir de rester Français ou de présente, ils représentent des dieux ou devenir Indiens : 7000 optèrent pour des animaux. Enfin, unique également, la France. Une promenade dans la ville face à l’océan, le temple du Rivage est est une expérience aussi passionnante qu’amusante. Dès l’entrée, on observe que les gendarmes ont un képi français et que les noms des rues sont bilingues Tamoul-Français. Les traces de l’époque coloniale sont nombreuses : un consulat général, un Institut, un Lycée français, l’église Notre-Dame des Anges, la Promenade de bord de mer, des Cercles, une statue de Dupleix, mais aussi de Jeanne d’Arc, de splendides maisons coloniales et … des joueurs de pétanque qui parlent français. Ils n’ont pas de pastis mais un alcool local ! Dans les environs, le temple de Shiva à Chidambaram est l’un des cinq sanctuaires les plus sacrés de ce dieu dans le Sud, construit entre le 12e et le 13e siècle. Shiva est représenté dansant, symbolisant l’éther, affrontant la déesse Kali dans un combat cosmique. Des prêtres demi-nus gardent farouchement les lieux. un roi Pallava. Edifié sur la plage, érodée par le sel et le vent, sa belle silhouette se fond dans le soleil couchant. Un rêve ! La ville de Kanchipuram, capitale du royaume Pallava, est une des sept villes sacrées du Tamil Nadu. Dans le temple d’Ekambareshwara on vénère un lingam sacré façonné, selon la tradition, par Parvati, épouse de Shiva. Son hall central compte plus de 500 colonnes. Parmi celles-ci, une jolie collection de statues de procession en bois. Le voyage s’achève par une visite en voiture de Madras (Chennai), ville de congrès très prisée, qui a gardé quelques monuments de son passé britannique, comme l’église sainteMarie (1678), le fort Saint-Georges et la cathédrale Saint-Thomas. Savezvous que le corps du célèbre apôtre, renommé pour son incrédulité, repose dans la crypte de ce sanctuaire, édifié en 1896 ? Le pape Jean-Paul II est venu s’y recueillir. C’est sur cette note européenne que nous quittons l’Inde, en nous promettant d’y revenir. ■ Le bassin des Lys au sein du temple Minakshi de Madurai UBJET Info Magazine – L’Inde du Sud, au coeur du monde dravidien • Gilbert Menne 15 je wederhelft je vraagt om samen op de divan te gaan nestelen, jou niet een flodderuurtje te wachten staat maar de huishoudbegroting of de takenlijst op het menu staan! Om je helemaal te overtuigen minzaam te knikken en nadien loyaal tot uitvoering over te gaan, woonden hier, in grote getale, de beulen. Zij brachten hun opbeurende taak echter niet hier ten uitvoer maar in de grotere eerste tuin. Kwestie van een hele meute in één bedrijf te kunnen lynchen vooraleer aan de grote schoonmaak te beginnen. Aan de divan gekomen moet je heimelijk een blik werpen op het hoekvenster, helemaal omtralied. Hierachter zat, diep weggedoken de sultan die vanuit zijn biechtstoel zijn kabinet goed in het oog kon houden en eventueel op tijd kon ingrijpen indien zijn ministers niet enthousiast genoeg zijn wensen in wetten omzetten. Istanbul, Topkapi harem met Topklasse Indien Manneken Pis, de Grote Markt, de Eifeltoren of de Tower een pars pro toto vormen voor Brussel, Parijs of Londen, kan je perfect een midweekje Istanbul boeken volgende lente of najaar. Een tukje vliegen en je landt in Azië. Even in gebarentaal afbieden bij de taxistop en een vriendelijke onverstaanbare chauffeur brengt je terug in Europa naar je vijfsterrenhotel, want Istanbul is de enige stad ter wereld die zich uitstrekt over twee continenten. Weekendtas in de kamer en hop naar de binnenstad. Maar wat is must indien je maar enkele uren hebt? Geen discussie: Topkapi Sarayi, de harem van duizend-en éénnacht! Grofweg van de 15e tot en met de 19e eeuw was dit paleis de residentie van de Ottomaanse sultans en weet dat die er een resem vrouwen op nahielden. Saravi, komt van het Turkse saray en betekent paleis maar werd vaak als synoniem gebruikt voor de hier destijds rondkuierende gecastreerde bewakers van de vrouwenvertrekken. De sultan wilde wel zijn vrouwelijk schoon bewaken en behoeden voor eventuele vluchtpogingen maar anderzijds ook geen concurrerende adonissen met deze taak belasten. Mehmet de Veroveraar liet in 1460 het Topkapi bouwen op de plaats van de akropolis van het oude Byzantium. Het lag daarmee op het hoogste punt juist daar waar de Bosphorus, de Gouden Hoorn en de Zee van Marmara samenvloeien. Prachtig en strategisch gelegen en voorzien van alle comfort was regeren wel degelijk zijn voornaamste bezigheid en het vrouwelijk alaam bracht hem 16 UBJET Info Magazine – Istanbul, Topkapi harem met Topklasse • Patrick Perck Door: Patrick Perck niet van de wijs. Integendeel, het moest zijn concentratie versterken, een beetje zoals Michael Jackson knapen als muze houdt en niet zozeer om te flikflooien zoals menig onverlaat uit jaloezie pretendeert. Het complex bestaat uit vier ommuurde binnenplaatsen die steeds kleiner worden naarmate je het volgende tuintje betreedt. Via de Poort van de Doorluchtige komt men in de eerste hof en daar waren destijds de Janitsaren gelegerd. Poortje twee, Poort van de Vrede brengt je naar het centrum van de ambtenarij. Hier kwam het kabinet – divan genaamd samen. Het is dus duidelijk dat je, als Omdat de sultan regelmatig honger kreeg van het luistervinken, tref je hier tegenover de keuken aan. Alles in formaat want de meer dan 5000 bedienden die hier hun leven doorbrachten, konden in één shift aan tafel gaan. Bewonder de schoorstenen die vanaf de Zee van Marmara zeer goed te zien zijn en die tegelijk dienst deden als vuurtoren. Het hoeft niet te verwonderen dat op deze plaats de talrijke paleisintriges hun oorsprong vonden en de zwarte eunuch, de hoeder van de bende, moet meer dan zijn handen vol gehad hebben om ieder het juiste volgnummertje te geven zodat braafjes op beurtje wachten om je door de grote Manitoe te laten verwennen niet zou ontaarden in haar-trekkerij of ogen-krabberij. De eerste tweehonderd jaar werd de harem enkel bevolkt door females om de eenvoudige reden dat alle mannelijke familieleden werden uitgemoord. Je moet tenslotte je troon veilig stellen. Vanaf de zestiende eeuw mochten de prinsjes blijven leven en werden ze hier ook grootgebracht. Voor alle duidelijkheid: een eunuch werd niet als man beschouwd en leverde dus geen gevaar. Vermits het hier om Afrikaans import gaat, spreken we over zwarte eunuch in tegenstelling tot de witte eunuch uit de Kaukasus. Buiten de huidskleur is er nog een tweede en ingrijpender verschil: het zwarte exemplaar was helemaal gecastreerd wijl zijn bleke tegenhanger maar half gecastreerd werd. Tot nu toe ben ik nergens te weten gekomen welke helft gefileerd werd en ik ben u dankbaar indien u mij een exemplaar van deze laatste ter hand kan doen. Dat moet een interessante reportage opleveren! De eunuch was wel de hoeder van de kippenbende maar de echte macht werd uitgeoefend door de valide sultan, de mater familias. Het extra entree-geld dat dient betaald om deze vetrekken te mogen bewonderen, is de investering waard: prachtige ontvangstkamers, weelderige boudoirs en baden, fijne muurschilderingen maar anderzijds ook klein en benepen. Bij nieuwbouw moet je nooit of te nimmer je eega meenemen naar de architect want keuken en badkamer, dé zones waar de vrouw de scepter zwaait, kunnen niet groot en imposant genoeg. Geef ze plaatjes van de harem van Topkapi te bekijken en op slag voelt ze zich gevleid met een kitchenette van 2 op 3! Via de Poort van de Gelukzaligheid kom je in de derde tuin. Hier wordt duidelijk dat de sultan zowel wereldlijke als kerkelijke zeggingskracht had want zowel links als rechts van de audiëntiezaal valt er een ware schat aan sierraden te bewonderen om zowel de paus als de keizer jaloers te maken. Bij zo’n typisch Oosters kromzwaard, helemaal versierd met edelstenen en inlegwerk stond ik zodanig lang te likkebaarden dat de zaalwachter vroeg mijn zakken leeg te maken. Mijn safaripak telt 27 zakken in allerlei formaten en het duurde dan ook niet zo lang tot heel de vloer bedekt was met toegangskaarten, al dan niet verschoten filmrolletjes, een knipmes, een zakagenda, een zaklamp, stadsplannetjes, een rol toiletpapier etc. Alles diende betast en gecontroleerd en na een drietal kwartier mocht ik inpakken en wegwezen. Mijn vraag om als tijdverlies compensatie dat leuk sultansabeltje te mogen meeritsen werd niet beantwoord… . Alles lekker knus bijeen, moeten de sultans gedacht hebben want hier bevindt zich ook de ingang tot de harem. De honderden vrouwen hadden hier hun vertrekken en uiteraard zijn er voldoende hoekjes en nisjes zodat de meester des huizes ongestoord zijn viriliteit kon etaleren. Nochtans bleek er niet al teveel jaloezie te heersen onder de Eva’s en lange koffiesjauwels en vrouwengeklets moeten voor een oorverdovend gezoem hebben gezorgd. UBJET Info Magazine – Istanbul, Topkapi harem met Topklasse • Patrick Perck 17 Le pont Brankov Door mijn ongeplande vlucht heb ik de voetafdruk gemist van de profeet Mohammed. De echte!! Ik was dus wel verplicht na de aflossing van de wacht terug te keren want die voeten mochten niet gemist. In een hoekje zit daar een priester uit de Koran luidop voor te lezen. Al jaren beweert men en inderdaad, toen ik op het einde van mijn verblijf in Istanbul terugkeerde naar tuintje 3 was dezelfde prevelaar in dito houding uit dezelfde Koran de goegemeente aan ’t voordragen. Enig verschil: hij was ondertussen aan refrein zestien geraakt… Bagdad-paviljoen als uitvalbasis en met een licht wijdhoek krijg je alles in één beeldzoeker. De vierde tuin is niet afgesloten. Het is de ruimte waar de sultan kon uitpuffen van zijn inspanningen verricht in ruimte twee en drie. En hier wordt je aangeraden een gelijkaardige houding aan te nemen. Het uitzicht is adembenemend, zowel op de Bosphorus als de Genuese wijk en/ of Aziatisch Istanbul. Kies het Hier puf je uit van de inspanningen van je bezoek. Hier vlij je je vermoeide voeten onder een terrastafeltje want jawel, hier is er een cafeetje neergepoot. Puf uit en bestel een koffie, een Turkse koffie en geen … Griekse zoals ik verkeerdelijk deed! ■ Belgrade, en croisière sur le Danube Belgrade, capitale de la Serbie, est une cité en pleine expansion dont la population s’est accrue après la guerre grâce à l’arrivée de Serbes venus d’autres régions. L’un des monuments les plus significatifs de Belgrade est sa fameuse forteresse maintes fois remaniée et en partie ruinée. L’histoire de la ville de Belgrade s’apparente, s’identifie même, depuis toujours à celle d’un lieu fortifié tant le site au confluent de la Save et du Danube revêt une importance stratégique depuis la plus haute antiquité. Si les Cimmériens et les Scythes traversèrent la région vers 600 avant Jésus-Christ, ils ne s’y fixèrent guère. Par contre, une vague d’autres migrateurs, en majorité composée d’un peuple celte et thrace à la fois, vint fonder, sur ces hauteurs dominant le fleuve majestueux, une cité neuve en 298 avant Jésus-Christ. Quand les Romains s’emparèrent de cette ville au premier siècle de notre ère, ils la nommèrent Singidunum, et y installèrent des garnisons pour protéger 18 UBJET Info Magazine – Istanbul, Topkapi harem met Topklasse • Patrick Perck les limes, les fameuses frontières naturelles, du Danube. Lors du partage de l’Empire Romain en empire d’Occident et empire d’Orient, la ville passa dans le domaine géopolitique des Byzantins tout en conservant son rôle de lieu hautement stratégique. Le terrible Attila ne laissa pas plus pousser d’herbe après son passage là qu’ailleurs, il détruisit la ville et sa forteresse puis ce fut au tour des Sarmates, des Ostrogoths et d’autres peuples nomades de venir faire des ravages sur ces rives du Danube. En 510, Belgrade, fort dépeuplée, retournait à l’empire byzantin. En 512, l’empereur Anastase fit appel à des Germains, les Hérules, pour repeupler et protéger Belgrade. Mais, aidés des Avars, une peuplade slave, les Serbes, se répand à son tour dans la région et finit par enlever définitivement Belgrade aux Byzantins plongeant la ville dans un “ silence “ d’archives de deux siècles. A partir de 827, les Bulgares contrôlent la forteresse et en 878 la ville apparaît pour la première fois sous le nom de Beograd. Ce qui Par: Louise-Marie Libert-Vandenhove signifie le château blanc. Hongrois et Bulgares vont sans cesse se disputer la place forte serbe sans compter les Byzantins qui interviennent par intermittence. Les aventures de la cité ne font que commencer. Pendant tout le Moyen Age, la ville sera régulièrement saccagée ce qui n’empêchât pas pour UBJET Info Magazine – Belgrade, en croisière sur le Danube • Louise-Marie Liberrt-Vandenhove 19 La forteresse de Belgrade autant les Croisés en route pour la Terre Sainte d’y faire halte et le géographe et cartographe arabe Al Idrissi de donner de la cité une description très positive, à dire vrai même laudative. Pourtant petit à petit, l’avancée ottomane s’intensifiait dans les Balkans et dans la première moitié du 14e siècle une nouvelle forteresse fut construite (une fois de plus) à l’emplacement actuel des fortins. Belgrade sut ainsi résister vaillamment à Murad II et Mehmet II, le conquérant de Constantinople. Hélas pour Belgrade, la chance va tourner avec Soliman le Magnifique qui s’empara de la ville en 1521 pour la faire raser avant de continuer son avancée en Europe Centrale. Après de nombreuses péripéties, les Ottomans ne libérèrent le fort dominant le Danube qu’en 1867. Ils avaient occupé le site pendant près de trois siècles et demi. Du haut de la forteresse, la vue sur la ville et sur le fleuve est reposante malgré cette évocation de guerres et de batailles inscrite dans ses murs. Proche de la forteresse, les promeneurs et les touristes peuvent jouir d’un joli parc ou admirer l’église dite de Ruzica qui fut utilisée comme dépôt de poudre (attitude habituelle dans l’empire ottoman) avant de retrouver une fonction d’église militaire à la fin du 19e siècle et d’être rénovée en 1925. la ville. Ce monument funéraire, par son élégance, pourrait avoir sa place dans l’un des plus beaux cimetières historiques d’Istanbul. Les quartiers modernes de Belgrade témoignent des bouleversements apparus au 19e siècle après le départ définitif des Turcs et l’occidentalisation conséquente de la cité. Les placettes et les rues tortueuses firent place à de grandes artères et la ville connut un rapide développement industriel qui entraîna la construction de banques et autres édifices qui pour être publics n’en manquaient pas moins d’une grande allure. Avec bonheur, Belgrade comme d’autres villes européennes vit fleurir une féconde période d’art nouveau. Mais on ne peut omettre de visiter un étonnant et grandiose sanctuaire au Autre témoin proche des remparts, datant de l’époque ottomane : l’un des plus anciens bâtiments de la Belgrade actuelle appelé le turbe ou tombeau de Ali Pacha l’un des gouverneurs de 20 UBJET Info Magazine – Belgrade, en croisière sur le Danube • Louise-Marie Libert-Vandenhove cœur de la cité. Car avec ce lieu de culte, Belgrade s’est dotée d’un projet gigantesque en cours pratiquement d’achèvement : le Temple de Saint-Sava qui devrait devenir la plus grande église orthodoxe du monde. Il y a là tout un symbole, religieux bien sûr mais aussi politique et ethnique. C’est à cet endroit précis de Belgrade qu’à la fin du 16e siècle Sinan Pacha fit brûler les reliques de saint Sava évangélisateur des Serbes pour punir le peuple citadin de l’une de ses nombreuses révoltes contre les sultans d’Istanbul. Actuellement, cette immense église orthodoxe est aussi un moyen pour les Serbes de s’affirmer en tant qu’orthodoxes face aux autres régions de l’ex-Yougoslavie catholiques ou musulmanes. L’idée avait déjà germé en 1939 mais le chantier fut rapidement abandonné à cause de l’occupation nazie. Après la première guerre mondiale Tito avait d’autres priorités. Le chantier a repris en 2001 en style serbo-byzantin et l’immense édifice devrait pouvoir accueillir 15 000 personnes. Cet orgueilleux et à la fois magnifique plan architectural est financé par des dons qui viennent aussi (surtout?) des Serbes émigrés à l’étranger. Il nous faut partir car le Danube et Budapest nous attendent. Notre bateau repart vers les étapes suivantes en Slovaquie et en Autriche. Croisière effectuée avec Croisieurope www.croisieurope.com ■ Mexico, Aromas y Sabores Mexico bestaat dit jaar 200 jaar. Een goede gelegenheid om eens te gaan kijken of de Mexicaanse keuken meer biedt dan taco’s, tortilla’s en guacamole. De Mexicaanse keuken wordt vaak geassocieerd met monotone pikantheid. Spijtig, want dit land biedt een gevarieerde rijkdom aan producten, waarvan wij meegenieten zonder het te beseffen. Indien Mexico nooit ontdekt was, had Assepoester in geen pompoenkoets gereden… En we zouden nooit gazpacho, chorizo, polenta, ratatouille of bouillabaisse gekend hebben. Om maar te zwijgen van ‘onze’ aardappelen, chocolade, avocado’s, tomaten, ananas of de ‘Hongaarse’ paprika. Niet voor niets wil UNESCO de Mexicaanse keuken op de lijst van het cultureel werelderfgoed zetten. In de Mexicaanse keuken gaan heel wat recepten terug tot de Maya’s en Azteken. Maïs en bonen spelen een grote rol. Samen leveren ze alle nodige aminozuren, de bouwstenen van onze broodnodige proteïnes. Tortilla’s met bonenpasta besmeren was dus niet zo dom van de indianen… L’église Saint-Sava In koloniale tijden combineerden de vrouwen, en zeker de kloosterzusters, Door: Frans Rombouts de oude gerechten met de Spaanse ‘import’ zoals varkensvlees, kaas en room. Uit deze tijd stammen de guacamole (avocado, tomaten, ui, chili en koriander) en de escabèche. Net zoals de mole, een bewerkelijke, rijke saus van gemalen pinda’s, sesam- en anijszaad, kaneel, zout, zwarte peper, suiker, look, ui, kruidnagel, koriander, kruim van tarwebrood, tomaat, krenten, spekvet en… chocolade. Tussen 1864 en 1867, bracht Ferdinand Maximiliaan, de vroegere aartshertog van Oostenrijk heel wat Franse koks met zich mee naar Mexico, die ondanks zijn korte regeerperioden een grote invloed hadden op het aanbod in de Mexicaanse restaurants zoals ‘chiles en nogado’ (gevulde pepers met walnotensaus) of ‘conejo en mostaza’ (konijn met mosterdsaus). Trouwens, in de meeste restaurants is de chef een vrouw. En zij houden de oude culinaire tradities in ere, zij het aangepast aan de moderne tijd. De autoriteiten stimuleren het behoud van de eigen culinaire identiteit. Daartoe kwamen er culinaire routes langs producenten, wijngaarden en restaurants. Wij volgden de route “Aromas y Sabores” (Aroma’s en Smaken) in het kielzog van de officiële Ambassadrice van de Mexicaanse keuken, chef Patricia Quintana (restaurant Izote). Samen met heel wat andere gelijkgestemde chefs zoals Tito Briz (El Cardenal), Carmen Ramírez Trouw aan de roots Mexicanen besteden veel aandacht aan het eten en ze zijn fier op hun lokale producten en gerechten, die meestal al van in pre-Spaanse tijden van moeder op dochter doorgeven worden. UBJET Info Magazine – Mexico, Aromas y Sabores • Frans Rombouts 21 (El Bajío) en Mònica Patiño (Naos) tilt Quintana de traditionele keuken tot op gastronomisch niveau. Een voorbeeld voor ons eigen landje… We trokken doorheen 4 van de 31 staten: Mexico, Querétaro, Guanajuato en Michoacán. De route is niet louter culinair maar bevat ook een rijk historisch en cultureel aanbod. Met de Azteekse piramide van Tenochtitlan, de Zwarte Madonna van Guadelupe, de Plaza Garibaldi, districten zoals het nostalgische Alameda Central, Coyoacán en San Angel, de wijken Peralvillo, Tepito of La Lagunilla, het museum voor antropologie, de Avenida Madero met het Casa de los Azulejos, Ixtapa de la Sal met zijn heilzame bronnen, de indrukwekkende archeologische zone Teotenango… om maar in de buurt van Mexico-Stad te blijven Als je hieraan niet genoeg hebt, zijn er nog altijd de piramide in El Pueblito, de tempel van La Compañia in Guanajuato, de rozentempel in Morelia, allemaal getuigen van een indrukwekkend indiaans verleden. Voeg daarbij talloze kloosters, kathedralen, kastelen en musea en je hebt materiaal te over om je reisprogramma goed te vullen. Guanajuato Maar wij zijn voor het culinaire gekomen, en in Mexico begint dat op de markt, die overal uitpuilt van kleurrijke groenten en fruit. Bezoek zeker die van La Viga, San Juan of La Merced in Mexico-Stad, de markt van Santiago Tianguistenco, die in de Calle Revolución in Morelia of de Hidalgomarkt in Guanajuato. Rambutans met romig vruchtvlees, plompe nonis met zeer voedzaam sap, mierzoete oranje mamey sapota, bloed-rode cactusvijgen en honderden soorten chilipepers… Je weet niet wat je ziet. Proef “enchiladas mineras” (met kaas, gesnipperde uien, room en chili met daarnaast een stukje kip); en ook “montalayo de chivo” (gefarceerde geitenmaag in een rode saus). Zelfs de gepekelde varkensoren bevielen ons best. Aan de voet van de berg Moctezuma ligt San Miguel de Allende met zijn typische koloniale huizen. Hier wordt in sinaasappelsap gemarineerd varkensvlees opgediend. En ook carnitas, “stukjes vlees”, klaargemaakt in grote koperen ketels met suiker, sinaasappel en spekvet. In dezelfde ketels wordt ook het kipgerecht “pollo de cazo” bereid. Kip wordt hier ook klaargemaakt in “pulque”, op een laag uien, look en tomaten. Daarop tijm, zoete marjolein, laurier, peper en zout, daarover dan weer mangopuree. Dit laat men zeer langzaam sudderen. Querétaro In de staat Querétaro vormen “piloncillo”, suikerbrood, “pan de nata”, melkbrood, en “café de calcetín”, koffie met melk en gezoet met karamel, een typisch ontbijt. Voor de lunch krijg je succulente “gorditas”: tortillas van blauwe maïs met aardappel, cascabel-chili en varkenof rundvlees. Michoacán Voor velen is Michoacán de mooiste staat van Mexico, met rivieren en meren, heetwaterbronnen, overvloedige wouden, bergen en vruchtbare velden én een prachtige kustlijn. Pátzcuaro heeft een viskeuken, met unieke witvis zoals tiro en acúmera. Hier is het recept van de soep van de Tarascosindianen eeuwenlang onveranderd gebleven: bonensoep met gesneden pasilla-chili, ui, look, tomaten, epazote-kruid (“Mexicaanse thee”) en reepjes gebakken tortillas. “Apatacua” is dan weer een bouillon met varkensvlees en groenten; daarin giet men een saus van pepermunt, serranochili, koriander en groene tomaten. “Corundas” zijn de succesnummers uit de keuken van de Tarascos. Maïsdeeg met daarin stukjes spek of andere hartigheden wordt in de bladeren van de maïskolf gerold en dan gestoomd. 22 Ideaal als drank hierbij is koele ‘camata urapira”, agavesap dat samen met tamarindesap gekookt werd. UBJET Info Magazine – Mexico, Aromas y Sabores • Frans Rombouts (geperste tong) is niet te versmaden: kalfs- of rundstong wordt met kruiden gekookt, gepeld, overlangs doorgesneden en gevuld met een mengsel van geplette gekookte eieren, pronkbonen, erwten en stukjes wortel. Nog een laatste lekkernij: “huilota en lodo” (kwartel in modder). Een nietgeplukte kwartel vult men met look, tomaat en gedroogde pruimen. Daarna wrijft men hem tegen de veren in met een dikke laag modder. De vogel wordt gedurende 30 tot 40 min. op gloeiende houtskool gebakken. Daarna verwijdert men de modder, waarin veren en vel blijven steken. Er zijn 3 types: de “plata” of “blanca” is tot 3 maand gerijpt en de “reposado” tussen 3 maand en een jaar. De “añejo” rijpt langer en is daardoor donkerder van kleur. Er is ook een “gold”, dit is jonge tequila waaraan karamel is toegevoegd om hem ouder te doen lijken. En de wormen? Tequila bevat nooit een worm, sommige mezcals uit de staat Oaxaca wel (“con gusano”). Dit is de rups van een nachtvlinder, de “hypopta agavis”, die de agave als gastheer gebruikt. ■ Tequila & wormen Tequila is een soort mezcal, die gemaakt wordt in de streek rond de steden Santiago de Tequila en Arandas in de staat Jalisco. E n wat dacht je van “barbacoa”, een schotel van kalkoen, varken of lam, klaargemaakt in bananenbladeren met borracha-saus, letterlijk: “dronken saus”? Ook de “lengua prensada” Tequila wordt gedistilleerd uit gegist sap van de blauwe “agave tequilana”, dus géén cactus! Deze plant zou al meer dan 9.000 jaar als voedsel gebruikt worden. De indianen brouwden daarvan een drank, pulque, die de conquistadores dan verfijnden tot mezcal. Tequila moet voor meer dan de helft uit agavesap bestaan, de rest is meestal suikkerriet, de “mixto”, maar de beste kwaliteit bestaat volledig uit agave. UBJET Info Magazine – Mexico, Aromas y Sabores • Frans Rombouts 23 Le Mont des Arts SIZED FOR DISCOVERY Bruxelles Par: Charles Labalue W W W. V I S I T B R U S S E L S . B E Bruxelles a tout pour plaire, c’est une ville historique, culturelle et touristique aux multiples attraits : L’Atomium, véritable vedette l’exposition universelle de 1958. de Une ville à savourer, en toutes saisons. Ses musées, dont celui de la ville, à la Maison du Roi, le Bozar, l’incontournable Musée Magritte, le musée Belvue qui retrace l’histoire de la Belgique et bien d’autres encore. Baudelaire, Rousseau, Verlaine, Victor Hugo et biens d’autres encore ont vanté les charmes de Bruxelles, une Cité up to date. Ses églises, la cathédrale Saints-Michel et Gudule, Notre-Dame du Sablon, sans oublier Notre-Dame de la Chapelle, un petit joyau au cœur de Bruxelles. La Place Sainte Catherine © Olivier van de Kerchove Ses multiples restaurants et estaminets : le Diptyque de la Villa Lorraine, le Café d’Egmont qui domine le remarquable parc C’est par milliers du même nom, le Square Marie Louise que des touristes Rouge Tomate, le et visiteurs venus du monde entier dernier étoilé du Michelin, Chez Léon, s’extasient chaque jour, sur cette au cœur de la célèbre rue des Bouchers, Grand’Place, décrite partout, comme la la Bécasse, Au Bon Vieux Temps, à plus belle du monde, pour par après s’en l’image Notre-Dame et j’en passe. aller saluer Manneken- Pis, le symbole de la ville et personnage illustre du Le théâtre de Toone et son vieux bistrot. Bruxelles c’est encore ses folklore Bruxellois. maîtres chocolatiers, ses spectacles, ses expositions, ses serres royales, son annuel « tapis de fleurs », son Art Nouveau, son quartier Européen, sans oublier celui de Tour et Taxis, le marché aux Poissons, la place Flagey, le Centre de la Bande dessinée, la célèbre avenue Louise, sans oublier le boulevard de Waterloo et ses boutiques de luxe, le pittoresque quartier des Marolles… Bruxelles à tout pour plaire. Pensez-y, pour une journée, un weekend, ou pourquoi pas des vacances. ■ Ce n’est pas Philippe Close, l’échevin du Tourisme, qui veille avec soin sur sa superbe capitale de l’Europe, qui me démentira. 24 Vue sur la place royale © Photographe Vanhulst UBJET Info Magazine – Bruxelles • Charles Labalue 25 UNESCO Wereld Erfgoed Dolomieten (Laurin Moser) sterrenhemel zoals wij die niet meer kennen: alles is natuurlijk gemaakt en komt direct van het neerhof. Wat voor ons de friet is, zijn voor de Tirolers, de knoedel: malse deeghapjes die op de tong smelten. Zij verschillen van dorp tot dorp: gevuld met “Graukäse”, spinazie, champignons, of zoeter, met abrikozen of pruimen. De beroemdste is de spekknoedel. ...en liefhebbers van cultuur en geschiedenis Genieten in de bergen (foto: Laurin Moser) Romantische natuur Kronplatz, ook in de zomer een paradijs Het skioord Kronplatz (Plan de Corones) in het Pusterdal, Zuid Tirol, moeten wij niet meer voorstellen: het is bijzonder populair bij talrijke landgenoten wegens zijn uitzonderlijke wintersportmogelijkheden. Maar ook in de zomer is het Pusterdal een heerlijk vakantiegebied. UNESCO Wereld natuurerfgoed Het Pusterdal, een snoer van dertien gemeenten waaronder de bisschopsstad Bruneck en vijftien ongeschonden dorpjes rond de Kronplatzberg behoort tot de Dolomieten; zij vormen een onderdeel van de zuidelijke Een paradijs van mooie fietsroutes (foto: Laurin Moser) 26 UBJET Info Magazine – Kronplatz, ook in de zomer een paradijs • André Monteyne Door: André Monteyne Alpen die gekenmerkt worden door indrukwekkende gletsjers, watervallen en rotspartijen. Hun unieke schoonheid had dichter Wolfgang von Goethe, extreem-alpinist Reinhold Messner en architect Le Corbusier begeesterd, en met reden: in de avondzon kleuren de spitse bergtoppen de scherpe bergkammen en de steile rotswanden tot rood, om dan met het verdwijnen van de zon, zachtjes over te gaan van oranje en paars tot het zwart van de nacht. De uitzonderlijke samenstelling van het Dolomietengesteente maakt deze “enrosadira” tot een natuurwonder. In 2009 hebben de Dolomieten ook de UNESCO overtuigd, die ze uitriep tot wereld natuurerfgoed. Het strekt zich uit over vijf provincies, waaronder Zuid Tirol. Van de gebieden in de Dolomieten die door de Unesco erkend werden, is het Pusterdal het enige met twee berggroepen en drie natuurparken: Riesenferner-Ahrn, Fannes-SennesPrags, en Puez-Geisle, het grootste (10.200 ha). berglucht uitgetekend, in alle lengten, van zeer gemakkelijk tot voorbehouden Tijdens de gehele zomer is het aan sportievelingen. “Nordic walking” Pusterdal een schilderachtig Alpen- (niet alleen in de winter!) wordt dan landschap van bergriviertjes en ook steeds meer populair. Op al deze bloemenweiden waar op de hoogvlakten wandelingen trek je langs talrijke bergkoeien grazen en schaapherders hun berghutten waar je de honger kan kudden leiden in een stilte die slechts stillen. En soms kan overnachten. Zo verbroken wordt door het sjilpen van bv tijdens de 3-daagse trektocht naar de vogels en het sjirpen van de krekels. de “zware” Piz da Peres (2.793 m). Er Het is als het ware een levend schilderij zijn ook mooie fietsroutes uitgetekend. van Verwee en andere romantische En uiteraard is het een paradijs voor koeienschilders die herinneren aan mountainbikers. een stukje cultuur dat elders in Europa al lang verdwenen is. Beneden in het Lekkerbekken… dal staan dichte bossen waartussen tal van meertjes die de besneeuwde Er zijn ook “culinaire” wandelingen bergtoppen weerspiegelen. Hier en daar die je langs herbergen en eethuisjes worden de heuveltoppen bekroond door brengen, waar je de lekkere plaatselijke betoverende kastelen en burchten die gerechten kan proeven. Of het nu een toprestaurant betreft, een berghut of een tot bezoek uitnodigen. zomernachtfeest onder een prachtige Met enig geluk ontmoet je herten, eekhoorns en vossen en bij ons reeds lang uitgestorven padden, kevers en libellen. En marmotten. Een van de vele sagen vertelt over het mythische volk der “Fanes”, de eerste bewoners van het dal, die een verbond hadden gesloten met de marmotten; nog steeds kan je het “marmottenparlement” bezoeken, een natuurlijk amfitheater in de buurt van het Groene Meer, uitverkozen doelwit van wandelaars naar het Pusterdal. Je kan ook kiezen voor “culturele” routes die je langs de talrijke monumenten, oude burchten of kerken of bedehuizen brengen, of voor “historische” wandelingen zoals de “Romeinse”, de oude smokkelwegen, of de uitgestrekte militaire paden uit de eerste wereldoorlog. Steeds kan je terugkeren met de lijnbus, zoals je ook altijd het parcours kan onderbreken door een stuk van de weg af te leggen met een shuttle of een lijnbus. Tussen haakjes: het openbaar vervoer is bijzonder efficiënt: vanuit Wörgl (Oostenrijk) loopt een stoptrein langs alle stations van het dal; je kan ook een 7-dagen busrittenkaart kopen: Mobilcard Pustertal of MC Süd Tirol. De kers op de taart: de Kronplatzberg De parel van het Pusterdal is natuurlijk de alom zichtbare Kronplatzberg die goed bestijgbaar is: met de kabelbaan tot het middenstation of helemaal te voet tot de top (2.272 m), sedert 2003 bekroond Een paradijs voor natuurliefhebbers en wandelaars Langs die brede 40 km lange vallei zijn een vijftigtal wandelingen in de adembenemende natuur en de zuivere Kabelbaan Marchner (foto: archief Kronplatz) UBJET Info Magazine – Kronplatz, ook in de zomer een paradijs • André Monteyne 27 Place Stanislas Ville de Nancy door de “Vredesklok” Concordia, symbool van vreedzaam samenleven in een streek die meer dan haar deel gehad heeft van oorlogen, buitenlandse bezettingen en geweld. Eenmaal boven geniet je van een uitzonderlijk gezicht op de ganse vallei. Uiteraard kan men bij elke fase van de “beklimming” in één van de talrijke bergrestaurants verpozen bij een stevige pint, een voortreffelijk Tirolerwijntje of een lichte maaltijd (De kabelbanen werken van begin juni tot einde september). Men kan de berg zelfs met de fiets beklimmen. Vorig jaar vond daar de zevende rit plaats van de “Giro”. officieel tweetalig (Duits-Italiaans) is. Maar eigenlijk spreken de meeste inwoners Duits. Of toch weer niet helemaal. Want in sommige dorpen is het antieke Ladinisch een ambtelijke taal en zijn de straatnaam-borden drietalig. Deze taal, die nauw verwant is met het Retoromaans - officiële taal in het Zwitserse kanton Graubunden (Grischun) -, gaat terug tot een volk uit de vroege Bronstijd dat zich in de eerste eeuw na Christus vermengd heeft met de Romeinse veroveraars. Het Ladinisch ontstond uit het samengaan van hun taal en het volkslatijn. De gemeente St. Martin in Thurn huisvest een Ladinisch museum (Ciastel de Tor); St. Vigil is bekend om zijn Ladinische keuken. Een gastvrije bevolking Kasteel Bruneck (foto: Udo Bernhart) De derde taal van het Pusterdal Veel Belgen zullen een déjà-vu gevoel hebben, als zij vaststellen dat de streek Het gebied van de Kronplatz biedt meer dan duizend voortreffelijke logiesmogelijkheden van 4**** hotel tot gasthof, ontbijtpension of op-deboerderijvakantie. De bevolking is bijzonder gastvrij en het klimaat, eenmaal voorbij de Brennerpas, “mediterraans”. Als het uitzonderlijk Ski plezier (foto: Martin Schoenegger) toch regent, of zelfs bij het gewone goede weer, is een bezoek aan te bevelen aan een van de musea van de historische bisschopsstad Bruneck of van de dorpen, zoals het openluchtmuseum van Dietenheim. Men kan ook interessante uitstappen maken buiten het Pusterdal : een “must” is een bezoek aan “Ötzi”, de voorhistorische jager die gaaf in het ijs teruggevonden werd en nu rust in het archeologiemuseum van Bozen (Bolzano), of aan het woonhuis van de toondichter Gustav Mahler in Toblach. Voor info over zomerconcerten, boerenmarkten, folklorefeesten en andere evenementen: Tourismusverband Kronplatz, Michael Pacher Strasze 114, 39031 Bruneck. tel 0039 0474555447; www.kronplatz.com ; email: artur. [email protected] ■ Een wandeling in de natuur (foto: Laurin Moser) 28 UBJET Info Magazine – Kronplatz, ook in de zomer een paradijs • André Monteyne Lorraine Par: Claudine Clabots En passant par la Lorraine… Quelle région riche en découvertes, trop souvent traversée au pas de course, et qui vaut largement un long séjour, tant les possibilités sont nombreuses. Les Offices de tourisme sont très professionnels, et passionnés par leur ville ou région. L’accueil y est chaleureux. Vic-sur-Seille Localité attachante, à une demi heure de route de Metz et de Nancy, elle est surtout connue depuis 2003 grâce au musée Georges de La Tour. Les évêques de Metz y établirent leur administration, puis leur résidence, du 13e au 17e siècle. Au 15e siècle, elle devait sa prospérité à ses gisements salins. Sur la place du Palais s’élève la maison de la Monnaie, de style gothique du 15e siècle, et l’ancien couvent des Carmes du 17e siècle. La maison de la Monnaie possède une superbe façade restaurée, et une très belle « Vierge à l’enfant ». A l’intérieur, la salle d’honneur est décorée de divers blasons, et d’une belle cheminée. Vic-sur-Seille est le lieu de naissance du peintre Georges de La Tour (1593). Par son mariage en 1617, il s’introduit dans le milieu des notables et s’installe à Lunéville. En 1638, il est nommé peintre de Louis XIII, et occupe un atelier aux galeries du Louvre. On est alors en pleine Guerre de Trente ans et dans une période d’épidémies. La paix revenue, il se réinstalle à Lunéville où il décède en 1652. Il laisse une production rare qui a marqué la première moitié du 17e siècle. Le nouveau musée départemental ouvre ses portes au public en juin 2003. Il est situé place Jeanne d’Arc. Les sous-sols sont occupés par les collections vicoises, résultat des fouilles archéologiques, dont « le trésor de vie », un bel ensemble d’ornements sacerdotaux, et de remarquables sculptures. Trois étages sont occupés par des peintures dont plusieurs oeuvres m’ont marquée. Il y a bien sûr le « Saint Jean-Baptiste dans le désert » de G.de La Tour, émouvant jeune homme nourrissant un agneau, mais aussi de très beaux portraits, dont celui d’un homme âgé, un autoportrait de J.Stella avec sa mère, une dame à la mante noire, portant de superbes dentelles, quelques portraits réalistes peints par Léon Bonnat, une touchante « Nourrice rousse ». Dans un couloir, on peut admirer une très imposante statue de saint Christophe Nancy – l’Arc de Triomphe (la plus grande de Lorraine). Parmi les boutons du costume, un seul peut se tourner. Le jeune homme, ou la jeune fille, qui, sans hésiter, tourne ce bouton, se mariera dans l’année ! La raison principale de ma visite à Vicsur-Seille est l’exposition temporaire « Emile Gallé, nature et symbolisme – influences du Japon ». C’était un véritable enchantement ! Cette exposition a nécessité plus de 2 ans de préparation. 130 œuvres proviennent du Japon, de la Cour du Danemark, de Russie (collection du Tsar Nicolas II), de collections privées. Qui était Emile Gallé ? Il naît à Nancy en 1846. Son père Charles l’initie très tôt à l’art de la céramique. Passionné dès son plus jeune âge par la nature, grâce à sa mère qui lui transmet sa fascination pour les fleurs, il se lie aussi d’amitié avec le botaniste Lemoine, un des pères de l’hybridation. Il rédige des traités de floriculture. Il apprend l’allemand et poursuit des études de minéralogie à Weimar, puis il part à Meisenthal, pour s’initier à l’art du verre (les premières boules de Noël y sont fabriquées). Ses dessins de plantes et d’insectes sont extrêmement précis et peuvent être comparés à ceux de Redouté, ou de Fabre. Le soir, il lit des recueils de poésie, dont on retrouve plusieurs extraits sur ses vases (notamment des textes de Victor UBJET Info Magazine – Lorraine • Claudine Clabots 29 Hugo). Il s’engage sur le plan politique. Protestant d’origine, il condamne publiquement le génocide arménien (un précurseur !), défend les Juifs de Roumanie et Alfred Dreyfus, crée des œuvres qui parlent du rattachement de l’Alsace-Lorraine à la France. Il se lie d’amitié avec un artiste japonais et est très inspiré par les œuvres d’Hokusai. Sa devise « mes racines sont au fond des bois » se retrouve dans la plupart des œuvres qui montrent des fleurs : l’iris, fleur messagère des dieux, l’orobanche une plante parasite sans chlorophylle, les orchidées, les hortensias, les chrysanthèmes, symboles de la royauté au Japon, le chardon, emblème de Nancy, les ombellifères et les monnaies du pape, si appréciées par l’Art Nouveau. Ses libellules (toute vie prend racine dans l’eau) et autres insectes sont aériens et légers. Les mouvements du verre reproduisent les vagues de l’eau ou les vibrations de l’air. C’est un artiste complet, célèbre dans le monde entier pour sa faïence, sa verrerie et son ébénisterie. Cet homme que j’admire beaucoup décède à Nancy en 1904, à l’âge de 58 ans. Il meurt d’une leucémie. Il repose au cimetière de Préville à Nancy. Cette exposition est une totale réussite, tant par la qualité des éclairages, la clarté des explications en français et anglais, que par la beauté des œuvres. Elle s’attache à montrer le symbolisme qui se cache derrière l’œuvre de Gallé. Elle donne aussi envie de découvrir les œuvres entreposées dans le Musée des BeauxArts de Nancy, et celles du musée de l’Ecole de Nancy, merveilleuse vitrine de l’Art Nouveau. On peut notamment y admirer la chambre à coucher avec le lit monumental « aube et crépuscule » œuvre créée quelques semaines avant sa mort, montrant deux superbes papillons incrustés de nacre, palissandre et ébène. Louis Majorelle à Nancy Parallèlement à l’exposition Gallé j’ai visité l’exposition « Majorelle, un art de vivre » à la galerie Poirel à Nancy. J’ai pu y découvrir de très belles créations de cet ébéniste de génie. Louis Majorelle est né en 1859 à Toul et meurt en 1929 à Nancy. Il est influencé par Gallé qui donne à sa production un nouvel élan. On y retrouve le fameux 30 première demi-heure est gratuite – www.velostan. com. Pour la gastronomie, j’ai particulièrement apprécié le repas en terrasse sur la place Stanislas, une des plus belles d’Europe depuis sa restauration (après notre Grand-Place bien entendu !) dans le restaurant « le Grand Café Foy », brasserie au rezPlace Stanislas – Ambiance de nuit Ville de Nancy de-chaussée et restaurant au premier. Le ballet de tartes, « coup de fouet » de Victor Horta. Il dont la fameuse tarte aux mirabelles en ajoute à son entreprise un atelier de saison, vous donne le tournis. Les plats fer forgé pour produire les poignées de sont raffinés, et la clientèle élégante. meubles, charnières… Il réalise aussi Menus à 25 € (32 € avec vin). Vaut le des rampes d’escalier, balcons… et déplacement, surtout pour sa situation. participe à l’exposition universelle de 1909. En 1898, il confie à l’architecte La Saint Nicolas à Nancy Henri Sauvage l’élaboration des plans de sa maison à Nancy. Ce sera la A ne manquer sous aucun prétexte. Saint première maison entièrement de style patron de la Lorraine, il est fêté chaque Art Nouveau de Nancy, construite par premier week-end de décembre. La ville L.Weissenburger. Elle va bientôt être s’illumine de 1000 feux en son honneur. restaurée et va retrouver une partie de Le samedi, des animations musicales son mobilier d’époque, et s’ouvrira à sont organisées et, à partir de 20 h, un nouveau au public. superbe spectacle pyrotechnique de près de 30 minutes enflamme la place Un circuit pédestre, un circuit cycliste, Stanislas. Le dimanche, le traditionnel et un autre en minibus, permettent défilé traverse la ville. Saint-Nicolas est d’admirer les maisons Art Nouveau, accueilli par le maire qui lui remet les dont une partie est accessible lors des clés de la cité. Il faut réserver l’hôtel journées du patrimoine. Un circuit Art longtemps à l’avance car cette fête est Nouveau européen a été lancé. Pour très appréciée, aussi bien par les enfants toute information, consultez le site que par leurs parents. Elle dépasse de www.rutadelmodernisme.com. Fin juin loin nos fêtes de Noël. La rue Goncourt des visites Art Nouveau sont prévues à est particulièrement décorée et animée. Nancy. Informations : www.ot-nancy.fr – Place Renseignements pratiques Stanislas – BP 810 – 54011 Nancy cedex – tél 0383352241. La carte Logement : l’hôtel Etap sud – Allée de « ambassadeur Lorraine » donne droit la Genelière 6, 54180 Houdemont – tél à de nombreuses réductions dans toute 0892683125. L’accueil y est charmant. la Lorraine : www.tourisme-lorraine.fr A quelques minutes se trouve l’arrêt du contact : Peter Boendermaker. bus 139 qui vous mène en 20 minutes au centre ville (attention : dernier Comité régional du tourisme – Abbaye bus vers 20h !). Une piste cyclable des Prémontrés – BP 97 – 54704 Pontest accessible et permet de rejoindre à-Mousson Cedex – tél 0383800180. aisément le centre. Les pistes cyclables sont nombreuses à Nancy, et très bien Musée de Vic-sur-Seille – Delphine indiquées. Un plan est offert à l’Office Sculier – tél. 0387780530 – Musée de Tourisme place Stanislas. Itinéraire départemental Georges de La Tour, Nancy Art Nouveau à vélo à consulter Place Jeanne d’Arc- 57630 Vic-sursur le site de l’association EDEN – seille. Delphine m’a guidée à travers www.as.eden.free.fr. Si vous désirez cette exposition et ses explications louer un vélo en ville, l’équivalent du étaient passionnantes. Elle apprécie velolib de Paris existe sous le nom de beaucoup notre pays et son folklore et velostan. De nombreux points de départ particulièrement Mons et son Doudou. ■ sont prévus (25 stations au total). La UBJET Info Magazine – Lorraine • Claudine Clabots Turkije, een gastvrij land Bodrum Eens een vergeten, onbelangrijk kuststadje, waar de bevolking tot 1960 hoofdzakelijk leefde van het duiken naar sponsen, vissen en van de citrusplantages, werd terug op de kaart gezet dankzij de ontdekking van het antieke scheepswrak in Geldonya. Het wrak en zijn inhoud bestaande uit juwelen, metalen, kruiden, wijn enz. ligt nu te pronken in het onderwateren archeologisch museum dat is ondergebracht in het Middeleeuwse kasteel. Bodrum is nu een gezellige stad met een mooie marina waar honderden jachten en zeilboten liggen. In het hart van de oude stad is het een wirwar van winkelstraatjes met ook vele tavernes en bars. Door: Annemarie Persoons gedurende het Romeinse Rijk. De stad raakte in verval nadat de Turken ze innamen in 1420! Door de verzanding van de haven, werd de economische positie van de stad onhoudbaar en werd de stad uiteindelijk verlaten. Efeze werd en wordt nog steeds door Oostenrijkse archeologen verder opgegraven. Vlakbij, hogerop gelegen, op de berg Koressos, ligt het Huis van de Maagd Maria. Volgens de overlevering heeft Maria, na uit Jeruzalem vertrokken te zijn, haar laatste jaren hier doorgebracht. Het heropgebouwde huis is nu een bedevaartsplaats voor zowel christenen als moslims. Capadocië De wieg van de beschaving in Turkije was het laatste deel van de reis en werd ook het orgelpunt. Aangekomen in Nevsehir, ging het naar het CCR of Capadocia Cave Resort een 6* luxe hotel, gelegen op de flank van een heuvel met een panoramisch zicht op de roze vallei van Goreme en de uitgedoofde, met sneeuw bedekte 4000 m hoge vulkaan berg:’Erciyes’. www.ccr- Ephesus/Efeze Is één van de best bewaarde antieke, beschermde steden van Anatolië, waarvan de ruïnes ten zuiden van de Selçuk vallei liggen. Het is het belangrijkste archeologisch gebied van Turkije. Dat de streek reeds bewoond was tijdens de prehistorische tijden blijkt uit de opgravingen op de acropoolheuvel. Het waren de Griekse kolonisten die er zich vestigden, maar Efeze kende zijn bloeitijd pas UBJET Info Magazine – Turkije, een gastvrij land • Annemarie Persoons 31 Anatolische hoogvlakte en één van Turkije’s oudste en meest conservatieve steden. Het was de thuishaven van Mevlana, een beroemde filosoof en stichter van de orde van de dansende Derwisjen. Het graf van deze filosoof bevindt zich in het mausoleum, nu ook museum en heiligdom .We verbleven in het mooie, moderne 5* hotel Dedeman. www.dedeman.com Aan tafel hotels.com. Duizenden jaren geleden, toen deze vulkaan nog actief was, bedekte de uitgestoten lava een regio van 20.000 km2. Sinds deze later een dode vulkaan werd, werd de bodem er uitgesleten door water en wind en werd de vallei bedekt door een laag vulkanisch as, grind en kleine rotsdeeltjes. Aldus ontstonden canyons, heuvels en ongewone rotsformaties. De streek lijkt uit een andere planeet te komen door de vele uit de rots gehouwen woningen, ondergrondse steden en de rotsen; feeënschoorstenen genoemd. Vanuit een heteluchtballon hadden we een prachtig zicht op de gehele omgeving. Deze was tijdens de Romeinse tijd een toevluchtsoord voor de eerste christenen en raakte in de Byzantijnse tijd bekend voor de uit steen gehouwen kerken, die nu het openluchtmuseum vormen. De ondergrondse steden kan men bezichtigen, enkel indien men soepel genoeg is en niet aan claustrofobie lijdt. De relatief veilige ondergrondse steden werden door middel van ventilatieschachten voorzien van verse lucht. Ook voorraadkamers, keukens, eetzalen, stallen en zelfs wijnopslagkamers waren voorzien in dit ondergronds labyrint. Wie handgeknoopte tapijten wil kopen, in wol of katoen en geweven op de traditionele manier, met dubbele knopen, is hier aan het goede adres. Verzendkosten, garantiebewijs en dedouaneringskosten zijn voor de rekening van de leverancier. www.bazaar54.net. Ook de befaamde keramiektegels gemaakt met Kizilimak klei, in de Guray shop, zijn een bezoek waard! Avanos is dan ook gekend als Pottenstad. www.gurayseramiek. com.tr. Alle toeristen -en luxe hotels serveren in Turkije de internationale keuken, maar het loont de moeite de diversiteit van de Turkse keuken te ontdekken. Slow Food wordt meer en meer bekend en de bereidingen zijn aangepast aan de seizoenen met toch een voorkeur voor kebab; gegrild vlees, dat flinterdun en met de hand wordt gesneden. Verschillende slaatjes worden dagvers en in alle variëteiten aangeboden met aubergine, yoghurt, tomaat, paprika, ui, olijfolie en komijnzaad en met vers gebakken pizzabrood of Durum. Wij proefden ook van de Keuken van de Sultans die opnieuw in ere wordt hersteld en die heerlijke gerechten op tafel tovert zoals; gegrilde vis of inktvis met safraan en courgette of lamsravioli met gevulde paprika. De desserten die wel overzoet zijn, smaken heerlijk bij een Turkse thee of koffie. Het roomijs of Dondurma gemaakt van geitenmelk met tapiocawortels wordt hier koud en zelfs warm gegeten: een delicatesse! Het is een stevig ijs en het smelt zo traag dat je er extra lang kan van genieten. Het is een attractie om te zien hoe de ijsventers dit koude, stevige ijs bewerken met een speciale metalen stang. Ook de Turkse wijnen, zowel rood als wit, zijn lekker en zeker het proeven waard! ■ CitySightseeing Brussels 13 Stops Including Atomium Sablon Manneken PIS Adult: Senior (60+) €20 €18 Student: Child: €18 €10 OUR TY T CI Tel: 0032 (0) 2 466 11 11 www.open-tours.com Operated by UBJET Info Magazine – Turkije, een gastvrij land • Annemarie Persoons Royal Palace Cinquantenaire European Parliament Prices We eindigden de reis met een verblijf in de stad Konya, gelegen in het midden van de vruchtbare 32 Hop On Hop Off www.citysightseeingbrussel.be ������������� 33 RAAD VAN BESTUUR – CONSEIL D’ADMINISTRATION Voorzitter – Président Bestuurders – Administrateurs Walter Roggeman Guldenstraat 29, 2800 Mechelen tel. 015.43.04.26 – fax. 015.43.20.82. – 0475.76.14.27 [email protected] Michel Annys Molenborre 44 B6, 1500 Halle tel. 02.361.80.32 – [email protected] 1 Vice-Président – 1 Vice-Voorzitter Jean-Marie Chavée Rue Sainte-Odile 19, 6723 Habay tél. 0496/530 492 – [email protected] er 1951 - 2011 ste Gilbert Menne Avenue des Buissonnets 54, 1020 Bruxelles tél. 0478.990 143 – fax. 02.387.22.64 [email protected] Vice-Voorzitter - Penningmeester Vice-Président - Trésorier 20 jaar Voorzitterschap 20 Ans de présidence Uiteindelijk kan deze viering maar plaats vinden omdat er zo velen, zolang zo intensief hebben meegewerkt aan opstart en blijvende groei en bloei. Nous fêtons les 60 ans de l’UBJET, mais cette célébration peut seulement avoir lieu maintenant car certains ont, depuis si longtemps, travaillé à son maintien et à son développement. Uiteraard horen in dit rijtje de stichters en medestichters thuis zoals Raph Alofs en Bernard Henry maar die worden elders –terecht- in de bloemetjes gezet. Maar nu reeds gedurende een derde van de totale bestaansgeschiedenis van UBJET hebben we dezelfde kapitein, dezelfde voortrekker, dezelfde voorzitter! Walter Roggeman, de beer met de grote aaibaarheidsfactor, de polyglot, de man die deuren opent die anders gesloten blijven, die contacten legt, onderhoudt en gebruikt ter meerdere eer en glorie van UBJET, de persoon die, steeds aimabel, UBJET richting gaf en opnieuw op de kaart zette, de banden met FIJET herstelde en de vereniging professionaliseerde maar met een menselijk gezicht. Walter Roggeman, haast heel zijn leven bezielend bewoner van Mechelen, auteur van drie boeken (Brussel – Windkracht 7; De getuigen van Julova; Het vermoeide model) en een toneelstuk (Op weg naar Zinder); stichter van Galerij RO en eigen Business Travel Magazine; inrichter en initiatiefnemer voor talloze tentoonstellingen; met graagte gelezen toeristisch schrijver en publicist (Autotoerist, Libelle, Snoecks …) is werkelijk het uithangbord, eyecatcher van de vereniging. Met deemoedige eerbied en onvolprezen enthousiasme danken alle leden, actief, effectief of sympathiserend de houding en de leiderscapaciteiten van hun, dus onze voorzitter. Beste Walter, blijf en leidt verder, organiseer en stippel de richting en de weg verder uit en overschouw … binnen nogmaals twintig jaar, dat het goed gaat met UBJET, onder jouw deskundige leiding. Les fondateurs, comme Raph Alofs et Bernard Henry, ont déjà été fêtés. Par contre, depuis un tiers de l’existence de l’UBJET, nous avons le même capitaine, le même pionnier, le même président : Walter, le polyglotte, l’homme qui ouvre les portes qui autrement resteraient fermées, qui établit les contacts, qui entretient la réputation de l’UBJET. La personne qui, toujours aimable, donne une orientation nouvelle, qui a rétabli les liens avec la FIJET, et qui a professionnalisé l’association tout en lui gardant un visage humain. Walter Roggeman, habitant inspiré de Malines, auteur de trois livres (Bruxelles – Force 7 ; les Témoins de Julova – Le Modèle fatigué) et d’une pièce de théâtre : « En chemin vers Zinder » ; le fondateur de la galerie RO et du magazine Business Travel ; l’organisateur de nombreuses expositions, l’écrivain touristique et publicitaire apprécié (Autotoerist, Libelle, Snoecks…). Il est vraiment l’emblème, le porte-drapeau de l’UBJET. Tous les membres, actifs, effectifs et sympathisants, saluent donc avec respect et enthousiasme l’attitude et les capacités de leader de leur président. Cher Walter, poursuis la tâche, organise et maintiens le gouvernail, garde le cap pour encore 20 ans, pour le bien de l’UBJET, sous ton experte direction. Bon vent ! Patrick Perck (Traduction : Claudine Clabots) Patrick Perck Te Boelaerlei 105, bus 3B, 2140 Borgerhout tel./fax. 03.322.28.66 – 0486.14.57.70 [email protected] Secretaris-generaal – Secrétaire-général Frans Rombouts Donkerstraat 56, 3071 Erps-Kwerps tel./fax 02.759.65.10. – 0486.33.34.35 [email protected] Secrétaire-général adjoint Adjunct secretaris-generaal Claudine Clabots Clos du Vieux Moulin 19, 1410 Waterloo tél. 02.354.31.27.– [email protected] Jean-Claude Couchard Avenue du Fort Jaco, 26, 1180 Bruxelles tél. 02.646.29.99. ; fax. 02.646.88.80 [email protected] Charles Labalue Avenue des Thermes 65, 4050 Chaudfontaine tél. 04.365.85.67.- fax.04.361.56.40. [email protected] Louise-Marie Libert-Vandenhove Avenue Neptune 22/7, 1190 Bruxelles tél./fax. 02.347.07.35. [email protected] André Monteyne Van Bortonnestraat 31 1090 Brussel tel.02/ 427 18 88 – fax.02/426 45 24 [email protected] Louis Nusselein, Schaverdijnstraat 51, 9000 Gent, tel.0477.457.224 [email protected] Rédacteur en chef Editeur responsable HOOFDREDACTEUR Gilbert Menne Avenue des Buissonnets - Braambosjeslaan 54, 1020 Bruxelles-Brussel Tél. 0478/990 143 – Fax. 02/387.22.64 [email protected] Siège social – Maatschappelijke zetel Avenue des Buissonnets – Braambosjeslaan 54 1020 Bruxelles-Brussel Dépôt légal – Wettelijk depot : N° BD 45462 Numéro de compte – Rekening BE 63 2100 1634 0108 BIC GEBABEBB Patrick Perck 34 UBJET Info Magazine 35 W I J GE V EN U GR A A G RENDE Z-V OUS... 2000 M2 STIJVOLLE DESIGN GEZELLIGE LOUNGE BAR & SALON EXCLUSIEVE SIGAREN LOUNGE 20 METER LANGE PANORAMISCHE KEUKEN REGIONALE PRODUKTEN EN SEIZOENSPECIALITEITEN TRENDY OESTERBAR 4 SALONS VOOR PRIVATE EVENTS OF VERGADERINGEN T +32(0) 2 526 88 00 F +32(0) 2 526 88 01 36 26, VICTOR HORTA PLEIN B-1060 BRUSSEL [email protected] WWW.MIDISTATION.EU D E M E E S T KO S M O P O L I S C H E E V E N T B R A S S E R I E VA N B R U S S E L BUSINESS LUNCH – HAPPY HOUR – LIVE MUSIC – DJ’S – SPECIAL EVENTS – PUBLIC PARKING – WIFI & AUDIOVISUAL FACILITIES