magazine

Transcription

magazine
België - Belgique
P.P. 1470
1470 GENAPPE
P 001763
UBJET INFO
nr. 75
MAGAZINE
Jubileumuitgave – Mei 2011
Edition Jubilé – Mai 2011
Bureau dépôt Genappe
Ed. resp. / Verantw. uitg. G. Menne
Av. Buissonnets 54 Bruxelles 1020 Brussel
1951 - 2011
1951 - 2011
19.05.2011 – 60e ANNIVERSAIRE DE L’UBJET
19 MEI 2011 – 60e VERJAARDAG VAN DE UBJET
De nos jours le tourisme est la principale « industrie » au monde. Il y a 60 ans ce n’était pas le cas,
et il y a encore un long mais passionnant chemin à parcourir pour continuer à découvrir ce monde.
Vandaag de dag is het toerisme de voornaamste “industrie” ter wereld.
Nous avons appris à mieux comprendre la terre et à devenir plus conscients de l’écologie. C’est une
tendance récente mais en pleine expansion.
1951 - 2011
- Onderweg hebben we ook geleerd om de aarde beter te begrijpen en er ecologisch bewuster mee
om te gaan. Dit is een relatief recente, maar groeiende trend.
Nous avons découvert les impressionnantes beautés de la terre et de la mer, mais aussi la misère du
tiers monde. Une prise de conscience avec d’importantes conséquences. La gigantesque assistance
morale et matérielle apportée par les pays riches à travers les programmes d’aide officiels et les
initiatives privées doit aussi être mentionnée. Le tourisme est certainement un des catalyseurs de
cette aide, et nous pouvons en être fiers.
- Onderweg hebben we de indrukwekkende schoonheid van land- en zeeschappen ontdekt, maar ook
de armoede van de “derde wereld”. Nogmaals een bewustwording met almaar grotere gevolgen. De
gigantische morele en materiële hulp die “het rijke Westen” verleent via officiële hulpprogramma’s
en door ontelbare privé initiatieven, mag ook wel eens aangestipt worden. Het toerisme is hiervan
ongetwijfeld één van de catalysatoren.
Retournons maintenant en 1951, quand le tourisme en était à ses balbutiements. Il connut une
grande impulsion quand, juste avant la guerre, on introduisit la première semaine de congés payés,
le tourisme social était né.
SPONSORS
Le « grand » tourisme était par contre encore élitaire, mais ce fait allait changer grâce à l’augmentation
du bien-être et l’enthousiasme des écrivains de tourisme, journalistes, photographes et conférenciers
qui, à travers les nouveaux média, ont fait connaître les horizons lointains.
En daar zijn we trots op.
SPONSORS
Eén van onze UBJET leden deed het allemaal en die man was - en is nog steeds - een monument van
de toeristische wereld. Ik noem hem hier bij name: Bernard Henry aan wie ik hier zeer nadrukkelijk
hulde wil brengen. Hij is het oudste, trouwste en meest productieve lid van onze Vereniging,
sinds…1951; sinds…60 jaar dus!
En dat verdient ten overvolle dit eresaluut!
Un autre homme qui a beaucoup de mérites…il est membre depuis 50 ans ! … c’est George Duvivier.
Je veux aussi l’intégrer dans notre hommage et le remercier pour sa fidélité à notre association, et ses
nombreux services rendus au tourisme.
La plupart des associations sont semblables à la mer, et à ses marées. Le temps nous prive parfois
d’êtres chers, mais nous en apporte aussi de nouveaux. C’est la vie.
Een tweede man met grote verdiensten - hij met 50 jaar lidmaatschap - is George Duvivier; ook
hém wil ik hier betrekken in onze dankbare hulde voor zijn trouw aan onze vereniging en voor zijn
grote verdiensten voor het toerisme.
Une association qui a atteint ses 60 ans se doit aussi de penser à un « rajeunissement » .Nous
prévoyons donc de lancer dans l’avenir des initiatives afin d’attirer de jeunes journalistes.
De meeste verenigingen zijn een beetje als de zee en zijn onderhevig aan de getijdenwerking van
eb en vloed. De tijd ontneemt ons zo nu en dan een kostbare collega, maar diezelfde tijd brengt ook
nieuwe gezichten. C’est la vie.
L’UBJET est une association nationale, mais a aussi un profil international grâce à la FIJET. Vous
pourrez lire les informations à ce sujet dans les pages qui suivent.
Maar een vereniging die 60 jaar is geworden, is het verplicht aan zichzelf én aan het beroep, om aan
verjonging te denken. Wij nemen ons dus voor om in de komende tijd initiatieven te ontwikkelen
waarmee we jonge, debuterende journalisten kunnen aantrekken.
D’autres mots de remerciement pour nos sponsors : ils ont rendu notre fête du Jubilé possible. Leurs
logos ornent ces pages et vous trouverez dans ce numéro d’autres informations à leur sujet.
Merci aussi à tous les membres de notre Conseil d’administration pour leur contribution positive
à l’association. Grâce à leur enthousiasme et leur dévouement, l’UBJET continuera dans le futur à
jouer un rôle important dans le tourisme.
UBJET is een nationale vereniging, maar heeft via de overkoepelende FIJET ook een uitgesproken
internationaal profiel. Op de volgende pagina’s leest u daar alles over.
Ook heel speciale woorden van dank aan onze sponsors; zij hebben het feestprogramma mogelijk
gemaakt. Hun logo’s prijken naast deze tekst en ook verder in dit nummer vindt u meer tekst en
uitleg over hun activiteiten.
Une dernière remarque : depuis environ un quart de siècle, j’ai pu participer à la vie de l’UBJET.
C’est grâce à l’atmosphère amicale et à l’esprit de tolérance qui y règnent que j’ai pu y rencontrer
des gens formidables. Ils m’ont aidé à mieux comprendre la vie et le plaisir de « voyager dans
l’amitié ». Voyager pour mieux comprendre et apprécier le monde et ses habitants.
C’était l’ambition du tourisme, et cela le restera.
Je remercie l’UBJET pour tout ce qu’elle m’a apporté.
www.ubjet.org
COUVERTURE: M. Tijani Haddad,
Président de la FIJET en Chine
© Walter Roggeman
Imprimeries Mallinoises sa
Maanstraat 8, 2800 Malines
Mise en page: Bert Luyten
PRIX
ANDRE
LIBERT
PRIJs
www.ubjet.org
Walter Roggeman
Président
Maar terug naar dat gezegende jaar 1951 toen het toerisme nog in zijn kinderschoenen stond. Het
had een belangrijk impuls gekregen net voor de oorlog met het invoeren van de eerste week betaald
verlof: het sociaal toerisme was geboren.
Het “grote” toerisme daarentegen was toen voornamelijk nog elitair. Maar dat zou veranderen
dankzij de verhoogde welvaart en het enthousiasme van de toeristische schrijvers, journalisten,
fotografen en voordrachtgevers die ook de doorsnee burger via de nieuwe media, kennis lieten
maken met verre landen en stranden.
Un de nos membres a beaucoup contribué à cette action. Il était, et est toujours, un monument du
secteur touristique : c’est Bernard Henry, à qui je veux ici rendre hommage. Il est le plus ancien,
le plus fidèle, le plus productif membre de notre association depuis 1951… depuis 60 ans, et cela
mérite pleinement notre reconnaissance.
PRIX
ANDRE
LIBERT
PRIJs
60 jaar geleden was dit helemaal niet zo en er moest nog een lange, maar boeiende weg worden
afgelegd. om de wereld verder te ontdekken.
COVER: Dhr. Tijani Haddad,
FIJET President in China
© Walter Roggeman
Mechelse Drukkerijen nv
Maanstraat 8, 2800 Mechelen
Lay-out: Bert Luyten
Dank ook aan al onze leden van de Raad van Bestuur voor hun positieve bijdrage aan onze
Vereniging. Dankzij hun enthousiasme en inzet zal de UBJET ook in de toekomst verder een
belangrijke rol spelen in het toerisme.
En nog een slotbemerking: gedurende ruim een kwart eeuw lang had ik het voorrecht lid te
mogen zijn van de UBJET. Hier was het dat ik in een sfeer van vriendschap en verdraagzaamheid
fantastische mensen heb ontmoet. Ze hebben mij nog diepere inzichten bijgebracht over het leven
en het “reizen in vriendschap”. Reizen om de wereld en zijn bewoners beter te leren kennen en
waarderen. Dit was cultuurtoerisme van toen, van nu en van straks.
Ik ben de UBJET dankbaar
Walter Roggeman
Voorzitter
UBJET 60 jaar in dienst van het toerisme
UBJET
60 ans au service du tourisme
UBJET, de Unie der Belgische Journalisten en Toeristische
Schrijvers, is de oudste en grootste vereniging van die aard
in België (°1951).
Samen met de Franse zustervereniging AFJET, stichten ze
in 1954 de FIJET, voluit: de “Fédération Internationale des
Journalistes et Ecrivains du Tourisme”.
L’UBJET, l’Union Belge des Journalistes et Ecrivains du
Tourisme, est la plus ancienne et la plus grande association
de ce genre en Belgique (°1951).
nationales dispersées sur le globe. Il faut y ajouter un nombre
toujours plus important de membres individuels dans les pays
où aucune association n’existe.
Nomen est omen; de benaming UBJET op zich vat veel van
de essentie samen van onze vereniging. Het is in de eerste
plaats een “Unie”, m.a.w. het omvat op harmonische wijze
een aantal heel diverse mensen en disciplines: een Unie
van Belgen uit noord en zuid; een unie van “Journalisten en
Toeristische Schrijvers” met woord, beeld of klank. Onze
vereniging is geen cenakel van alleen maar “professionelen”
maar staat evenzeer open voor wat wij “liefhebbers” noemen,
maar dan in de edele zin van het woord. Vaak komen we tot
de vaststelling dat sommigen onder hen een unieke staat van
verdiensten hebben. Welke “professioneel” kan een palmares
voorleggen als deze van een van onze “liefhebbers”, die ruim
vijftig toeristische boeken publiceerde en honderden dito
voordrachten hield? Een boom herken je aan zijn vruchten...
Deze organisatie is ondertussen uitgegroeid tot de oudste
professionele vereniging van toeristische journalisten en
schrijvers in de wereld met meer dan 800 leden in 25 nationale
verenigingen verspreid over de globe. Voeg daar nog aan toe
een groeiend aantal individuele leden in landen waar nog
geen representatieve vereniging bestaat. Als stichtend lid
heeft de UBJET een ereplaats in dit wereldpeleton waar we
allen trots op mogen zijn.
Nomen est omen: la dénomination UBJET évoque en soi déjà
l’objet essentiel de notre association. Nous sommes d’abord
une “union”, une association qui héberge des gens très
différents: des Belges du Nord et du Sud, des “journalistes
et ecrivains” mais également des photographes, cinéastes et
conférenciers. Notre association est aussi une amicale qui
donne une place aux amateurs dans le beau sens du mot.
On constate qu’ils sont souvent parmi les plus productifs
et créatifs. Quel professionnel du tourisme peut présenter
un palmarès de cinquante livres touristiques dans les deux
langues nationales. On reconnait l’arbre à ses fruits.
Comme membre fondateur, l’UBJET occupe une place
d’honneur dans ce peloton mondial, ce dont nous pouvons
être fiers.
Zestig jaar geleden werden bij de stichting van onze
vereniging de volgende grondbeginselen aanvaard:
•
•
•
•
de Belgische schrijvers,journalisten en voordrachtgevers
die gewoonlijk het toerisme in al zijn uitingen behandelen,
te groeperen;
hun de reizen die ze ondernemen te vergemakkelijken
met het oog op hun letterkundige bedrijvigheid;
de publicaties van deze schrijvers te bevorderen, zowel in
België als in het buitenland,
de auteurs in verbinding te stellen met soortgelijke
groeperingen in andere landen.
De vereniging zal zich steeds afzijdig houden ten aanzien van
politieke, wijsgerige of godsdienstige vraagstukken.
Dit credo is nog steeds geldig en trekt nieuwe, jonge confraters
aan die hier in een vriendschappelijke sfeer beter gedijen.
UBJET – FIJET België en de Wereld
Ik wou hier graag de nadruk leggen op de complementariteit
van onze vereniging UBJET met haar geesteskind FIJET.
UBJET werd gesticht in 1951 door twee visionaire
persoonlijkheden: Arthur Haulot en Raph Alofs. Enkele
weken later wordt deze bestuurskern reeds vervolledigd
met Bernard Henry als Secretaris-Generaal, de man die
vandaag, 60 jaar later, nog steeds onze gewaardeerd EreVice-Voorzitter is.
De UBJET is een goed functionerende vereniging met een
Raad van Bestuur die regelmatig vergadert en activiteiten
uitstippelt waaraan al de leden kunnen deelnemen.
FIJET organiseert elk jaar een wereldcongres telkens in een
ander land:
- het 50e Congres in Slovenië (2008 )
- het 51e in China (2009)
- het 52e in Turkije (2010)
- het 53e in Roemenië (2011)
4
Dit alles kost aan de leden een haast symbolische “bijdrage
in de kosten” maar anderzijds ook de morele verplichting
om binnen de 6 maanden een artikel over het gastland te
publiceren.
Naast al de toeristische “highlights” die men bezoekt en al de
ontvangsten die worden georganiseerd, is er vooral ook nog
die unieke opportuniteit om collega’s toeristische journalisten
van over gans de wereld te ontmoeten, met hen van gedachten
te wisselen en vriendschappen te sluiten.
Tot slot een warme aanbeveling aan alle UBJET leden:
sluit aan bij FIJET, dan ontmoeten we elkaar wellicht op
het volgende wereldcongres ergens op onze grote, mooie
wereldbol.
Ik ben ervan overtuigd dat uw enthousiasme dan even groot
zal zijn als het mijne.
Word lid: www.ubjet.org en www.fijet.net
• grouper les écrivains, journalistes et conférenciers belges
qui traitent habituellement du tourisme sous toutes ses
formes;
• favoriser leur production;
Normaliter duurt zo’n congres een volle week en die tijd
wordt intensief gebruikt met o.m. een algemene vergadering
en een programma boordevol toerisme “haut de gamme”.
De jonge vereniging is dynamisch en ambitieus en drie jaar
later ziet ze reeds de noodzaak in van een internationaal,
overkoepelend organisme.
Il y a soixante ans, lors de la fondation de notre association,
les principes de base suivants ont été acceptés:
Walter ROGGEMAN
• faciliter les voyages qu’ils entreprennent en vue de
développer leur activité littéraire;
• les mettre en rapport avec les groupes similaires existants
en d’autres pays.
L’UBJET est et restera étrangère à toute question politique,
philosophique ou religieuse. Ce crédo est toujours valable
et continue à attirer des jeunes confrères qui peuvent mieux
s’épanouir dans une atmosphère amicale.
UBJET – FIJET La Belgique et le Monde
Je voudrais ici rafraîchir la mémoire et attirer l’attention
sur la complémentarité de notre association UBJET avec sa
consoeur la FIJET. L’UBJET fut fondée en 1951 par deux
visionnaires: Arthur Haulot et Raph Alofs. Quelques semaines
plus tard, le comité de direction était rejoint par Bernard
Henry en tant que Secrétaire Général. Aujourd’hui, soixante
ans plus tard, nous sommes honorés de l’avoir toujours avec
nous comme Vice-Président honoraire!
La jeune association était dynamique et ambitieuse et trois
ans après sa fondation elle a vu la nécessité d’un organisme
international qui superviserait l’ensemble.
L’UBJET est une association qui fonctionne bien, avec un
Conseil d’administration qui se réunit régulièrement et qui
sélectionne des activités auxquelles tous les membres peuvent
participer.
Il en résulte un programme annuel riche et varié réparti sur
tout le pays.
La FIJET propose chaque année un Congrès Mondial dans un
pays différent.
- Le 50e en Slovénie (2008)
- Le 51e en Chine (2009)
- Le 52e en Turquie (2010)
- Le 53e en Roumanie (2011)
Normalement un Congrès dure une semaine complète et
comprend une Assemblée Générale et beaucoup de temps
pour la découverte du pays et de ses habitants, disons du
tourisme “haut de gamme”.
Et tout cela en échange d’une participation aux frais presque
symbolique, mais aussi une obligation: publier dans les 6
mois après le congrès un article sur le pays hôte.
A côté de tous les musts touristiques qu’on vous fait
découvrir et toutes les réceptions qui sont organisées pour
vous, c’est également une opportunité unique de rencontrer
des journalistes touristiques du monde entier, d’échanger
avec eux des opinions et de sceller de nouvelles amitiés.
Pour terminer je lance une chaude recommandation aux
membres de l’UBJET: affiliez-vous à la FIJET, et nous nous
rencontrerons sans doute lors du prochain congrès mondial
quelque part dans le monde.
Je suis persuadé que votre enthousiasme sera aussi grand que
le mien.
Walter ROGGEMAN
Avec l’association française AFJET, elle fonda en 1957
la FIJET « Fédération internationale des Journalistes et
Ecrivains du Tourisme ».
Cette organisation est entre-temps la plus ancienne association
professionnelle de journalistes et écrivains du tourisme dans
le monde, avec pas moins de 800 membres et 25 associations
Devenez membre: www.ubjet.org et www.fijet.net
5
omzomen het bos, strelen de helling,
hol of bol, eng of grassig, glad of
stralend onder de sint-jansbloemen en
klaprozen.
De seizoenen speelden er handig het
spel mee van grillige fantasie: modderig
rond de hofstee na de herfstregens, de
abstracte schets van de gestolde golfjes
na een kerstmisnacht, plakkerig lauw
na een intense zomerbui, nevelig van
poederstof na een te lange droogte van
de hondsdagen.
Wegels
Door: Bernard Henry
Ik prang van reisherinneringen. Mijn
huis staat bol van souvenirs. Heerlijkst
heugen me de mensen. En wegeltjes uit
mijn jeugd of van jaren terug. Paadjes
waar het lot en mijn grillen me hebben
langsgebracht.
Wegen zijn er voor de auto’s. Ze dienen
geen fantasie. Eens autostrade ontberen
ze àlle persoonlijkheid. Als soldaten. Of
Hiltons. Banen missen romantiek. Een
technicus trok op de kaart een rechte en
daar kwam hij, de snelweg. Op de ruïnes
van bomen, akkers, kerken en de laatste
beemden rond de sublieme bocht van de
beek onze jeugd. Moesten banen vaak
niet de betonnen parodie van antieke
poëtische wegels zijn, ik zou ze haten.
Ik doe ze per auto en vergeet ze meteen.
Terwijl ik wegels min en innig koester
als brokjes koloriet, stukjes tableau,
sprookjes in het landschap, takken in de
vitale boom van een panorama.
De moderne mens spreekt haast met
schroom over de wegels van zijn
streek. Ze roepen het beeld op van de
vergane keuterboer, de excentrieke
eenzaat, een losgebroken koe wier
uier kwelt, een neuriënde trekker
naast de moddergracht. Een curiosum.
Mensen heten niet graag curiosum.
Ze lijken liever modern of normaal.
Dus looft men liever viaducten dan
paadjes met distels en haagdoren.
PDG’s met alpino zijn al lang precieuze
museumstukken. Toch hoort een alpino
bij de dolaard met een knapzak. Waarin
een plant, een boek of bloem, een appel
of zijn boterham. Of voor een steen
misschien, een ruwe kei waarin wat zon
danst en een compleet palet op vlamt.
Langs wegels en paden vind je die. Op
routes en banen beklemmen je enkel
stof en scheurasfalt.
Dorpwegels kunnen edel zijn van
leeftijd en historie. Generaties bekenden
hebben ze geëffend en gediend,
processies met flambeeuwen, fanfares,
geiten, honden, baldakijnen en jeugd na
jeugd die erover heeft schoolgelopen,
paps na opa en dan wij misschien…
Zulke wegels worden familiestukken.
Elke bocht is een reliek, gemeen
souvenir van een sliert geslachten.
Een sluis, of sloot of bruggetje hebben
levens conversaties gevoed. Trek ze
recht in beton en de idylle is dood. Eén
generatie later voel je het litteken nog,
soms twee, als de route één akker sneed.
Daarom noem ik zo’n wegels edel. Het
leven heeft er altijd recht op gehad en
verjaring zou ze moeten vrijwaren.
Als een geklasseerde kapel of het
historische pad van een krijgsgebeuren,
als
Diksmuide
of
Bastogne.
Dorpspaden, bergwegels zijn als pure
poëzie. Ze slingeren door de velden,
6
UBJET Info Magazine – Wegels • Bernard Henry
Menig pad is nog pad gebleven maar
ligt zielig vergeten als een museumprul,
omdat er een baan door snijdt met
nerveuze explosies en oliepufjes van
sportieve limousines. Zo’n wegel is ten
dode gedoemd bij gebrek aan cliënteel.
Hij lijdt aan geen kwaal of tering. Hij
sterft gewoon af als een seniel gelaat
dat door geen kus meer wordt getroost
en zich dra overbodig waant.
Ranker steeds tiert er het onkruid,
hoger de varens en de distels. Het pad is
er nog, maar je moet al zoeken. Je stap
speurt aarzelend naar de vaste bedding
tussen de twee grachten. Volgend jaar is
het al vérder opgeteerd, een eind reeds
vóór de autoroute.
Het is een tragische teleurgang. Want
ook dit pad had geslachten getekend
van alle belendende hoeven. Het leven
sloeg er zijn stempel in. Een stenen
kruis heugt Günthers fatale val van de
hooikar, dat late zomer 1912. Je kunt
het jaartal nog raden onder de humus,
maar de naam is al lang uitgevreten
door regen en vorst. Drie jaar geleden
lag er een laatste ruiker.
In een bocht wenkte een Madonna,
maar toen die vorige winter door de
storm werd onthoofd, is niemand
speciaal gekomen voor beeld- en
eerherstel. Eens was ze het meidoel
voor de gezinnen uit het dal, met lelies
en Ave-Maria’s van de schoolkinderen.
De treden van de nis liggen verloren
in de modder van de dode sloot. De
moeders houden er nu hun jongsten
weg ter wille van de stank en de adders.
Er was een bron, waar men geknield
kon duiken en elk passant een kruisje
maakt met het nat dat gewijd werd
genoemd, wie weet nog waarom? De
bron blijft borrelen maar haar melodie
wordt gesmoord door
de motoren en ook in
haar straal knaagt al
een poos de kiem van
gassen en mazout.
Zelfs de koeien worden
er weg-gehouden, de
laatste - ook zij - van
Günthers dal, dat
hoeven ombouwt tot
skichalets en vee
ruilt voor zomergasten.
Heimwee naar de
wegels en paden,
waarvan we dromen.
Er zijn er nóg, in het struikgewas onder
het bomenlommer, in de deining van
een spooklandschap, in de schoot van
het dal, pal naast een zilverbeekje.
Om dié dwergpaadjes zijn landen
als Zwitserland zo’n reuzenklepper. De boeren kopen nu al lang zelf hun melk
in de melkhandel. Dààrvoor wordt het
vee dus overbodig. En meteen ook mest
en weiden en hooi. En het gra(a)sveld.
En dra ook het pad tussen vee en hoeve.
Er zijn nog andere paadjes, óók weer
de laatste. Hun poëzie en romantiek
zijn nog gebleven, puur en echt. Hun
sprookje is nog voelbaar en vitaal,
kleurig en borrelend van muziek, langs
bron en bergwater, tot de pastorale
balsem van steeds grazende bellen.
Zwitserland heeft er nog vele van, op de
Alpen, in de gaaf gebleven bergen, aan
de voet van hun flanken en gletsjers. Uit
zo’n buurt blijven de auto’s ver, want
voor beton of asfalt ligt weinig kans.
Bekoorlijkst vind ik de wandelwegen
zonder start of zonder eind. Als horden
trekmieren in de tropische jungle.
Mysterieus blijft de aanvang van
hun mars en de finale van hun doel.
Een pad, dat verdwijnt
in
het
geboomte, op het
plateau van een
massief, in het
mozaïek der akkers
in het dal of de
schuimende bedding
van
een
bergstroom, is als
een
verrassend
cadeau voor de
globetrotter, een
glimp van het verleden, die nog even
gaaf bleef tussen de
zuignappen van de moderne octopus.
Ik vereer ze, met des te meer respect
naarmate ze zeldzamer worden.
Wie dié ontdekken wil, is een avonturier,
een échte, modern, doordrenkt met
de oude geest van trekkende pioniers,
al zoékt hij zijn avontuur dan ook op
eigen bodem of bij de Alpenbuur.
Ik hou, met rugzak en bergschoenen,
van de sublieme weelde van een
complete vakantiedag, of -week of
-maand, op de alom zieltogende idylle
van een vergeten wegel. Ik hou van de
antieke paden, in Alpen, veld of prairie
waar een simpele kei of vogel, bloem of
heerser nog puur hun melodie uitzingen.
Omdat dat nog zo verheugend kan bij
de Zwitserse buur, heb ik niet zelden
dààr, tussen een Bangkok en Haïti,
het gelukkigst… geglobetrot. Ook
zonder klimtouwen, reisvisum of
camera. Wél met knapzak en alpino.
Zo’n nabije opaas wegel kan, heus,
feller boeien dan hulagirls of nog véél
blotere Papoea’s! ■
UBJET Info Magazine – Wegels • Bernard Henry
7
L’hôtel de ville
Leo van den Daele, un des plus beaux
cafés des années 1890 et savourer
café, gâteaux, une cuisine légère et
excellente dans le style de l’époque. La
« Ponttor » fait partie des rares portes
de la ville qui existent encore. Depuis
le 14e siècle, cette porte accueille par
le pont d’entrée et la basse-cour les
visiteurs de l’ancienne ville impériale.
De nombreux musées présentent des
collections allant du Moyen-Age à
l’époque moderne.
Aix-la-Chapelle,
résidence impériale
Au triangle des trois frontières, Aixla-Chapelle, d’origine celte, station
thermale romaine et résidence
impériale de Charlemagne est une
vieille ville séduisante, agréable et d’un
charme particulier, un enchantement
de fontaines, de sculptures en bronze,
de trésors et monuments artistiques,
de ruelles aux multiples recoins.
L’ambiance d’Aix-la-Chapelle est
unique, autour de la cathédrale, un des
fleurons de l’architecture occidentale
et de l’hôtel de ville gothique. Peu
avant 800, l’empereur entreprend la
construction d’une basilique octogonale
sur le modèle des églises de l’Empire
romain d’Orient, un des premiers
grands édifices à coupole construit au
nord des Alpes.
Vue sur la cathédrale
8
Aux 14e et 15e siècles,
elle est agrandie par
le chœur gothique et
d’autres chapelles. La
chapelle palatine est
l’un des monuments
les mieux conservés de
l’époque carolingienne.
Outre son importance en
tant qu’église où repose
Charlemagne depuis l’an
814 et où ont été oints,
couronnés et intronisés
environ 32 rois et douze
reines du Saint-Empire
entre 936 et 1531, la
cathédrale devient au
cours du Moyen-Age,
aux côtés de Jérusalem,
Rome et Saint-Jacques
de Compostelle, l’un
des plus importants
lieux de pèlerinage de la
chrétienté. A l’intérieur
de la cathédrale, les
ossements de l’empereur
UBJET Info Magazine – Aix-la-Chapelle, résidence impériable • George Duvivier
Par: George Duvivier
reposent dans une châsse, un merveilleux
travail en argent doré, dans l’abside du
chœur. Un lustre en cuivre offert par
Frédéric Barberousse, une chaire en
cuivre doré ornée de pierres précieuses.
Le trône situé dans la galerie supérieure
est constitué de dalles de marbre
provenant de Jérusalem. La cathédrale
et son somptueux trésor abritent des
objets d’art sacré de l’Antiquité tardive
et d’autres époques, des pièces uniques
comme la « Croix de Lorraine » qui
comptent parmi les plus précieuses
d’Europe. Il faut prendre le temps de
découvrir la beauté et la diversité des
nombreuses églises qui font partie du
passé et du présent de la ville.
C’est sur les fondements et avec une
partie conservée des murs extérieurs
du Palatinat que fut construit l’hôtel
de ville au 14e siècle, à l’emplacement
du palais de Charlemagne, dont il reste
encore la tour de Granus. La façade
donnant sur le marché est richement
décorée de statues qui rappellent les
couronnements royaux qui eurent lieu
à Aix-la-Chapelle. La salle blanche
et la salle des couronnements longue
de 45 mètres et large de 18,50 mètres,
donnent à l’hôtel de ville son caractère
unique. Laissez-vous émerveiller par
les différentes facettes de la ville.
Flâner dans la zone piétonne, autour de
la cathédrale et de l’hôtel de ville, est
une véritable expérience. On y trouve
des magasins luxueux et des petites
boutiques charmantes. S’installer chez
Les visiteurs découvrent au Couven
Museum, telle une promenade dans
le passé, un aperçu de merveilleux
meubles du 18e siècle et la
pharmacie dans laquelle le chocolat
fut fabriqué pour la première fois
en 1857. Le Suermondt-Ludwig
Museum abrite des œuvres datant
de l’Antiquité à nos jours et une
collection de sculptures gothiques
d’une très grande renommée. Le
théâtre est un des lieux culturels
importants de la ville; il connaît
une vive fréquentation avec près de
300 représentations annuelles et des
invités de renom. Ville de thermes
et de bains : déjà les Celtes et les
Romains et avant eux peut-être,
les hommes de l’âge de la pierre
et du bronze connaissaient la force
bienfaisante de l’eau bouillonnante
des profondeurs des thermes et
savaient en user. Tout comme
Charlemagne a aimé l’eau chaude
et l’a utilisée. Les sources ont
rendu Aix-la-Chapelle célèbre au
loin. Saunas, bains turcs, piscines
de détente, ambiance de lumière
tamisée, de musique méditative,
cet univers vous plonge corps et
âme dans la magie de l’orient, au
cœur de senteurs envoûtantes. Des
visites guidées thématiques sont
organisées par l’office de tourisme,
à travers des places historiques ou
suivant les traces des remparts.
Ne pas manquer la découverte des
environs en autocar et terminer la
soirée pleine d’ambiance dans le
crépuscule, en buvant un bon verre
dans un authentique bistrot. Un
présent de Noël a porté la gloire de
la ville dans le monde : la “Printe »,
une spécialité pâtissière dont le
secret de fabrication a été découvert
à Aix-la-Chapelle au temps de
Charlemagne. Un produit exquis
que l’on trouve partout dans les bonnes
maisons. Chaque année, le marché de
Noël, dans un éclat de décorations, de
parfums, de vin chaud, de bougies et de
musique est une destination qui attire des
milliers de visiteurs dans une ambiance
extraordinaire. Quatre grandes écoles
de premier ordre sont installées
aujourd’hui et la science est devenue
un élément inséparable de la ville. Aix-
la-Chapelle est une ville historique, une
ville du savoir au cœur de l’Europe, une
ville aux sources d’eau chaude à ne pas
manquer. Un seul remède au visiteur
tombé amoureux de la ville, le souvenir
d’un bon repos nocturne dans le calme
et le bon accueil de l’hôtel Reichshof
Seilgraben, tél.0049.241.23868.
Info : [email protected] ■
L’agréable zone piétonne
UBJET Info Magazine – Aix-la-Chapelle, résidence impériable • George Duvivier
9
Sighisoara
de geweldige collecties Romeinse,
Roemeense en Europese kunst w.o.
werken van Rembrandt en Rubens.
Een ander ‘Paleis’ dat men vandaag
de dag dit van het Parlement noemt,
staat beter bekend in de wereld als
het megalomane bouwsel dat Nicolae
Ceausescu ons naliet: het op een
na grootste gebouw ter wereld. Dit
cyclopische complex met twaalf
verdiepingen en meer dan 2000 (!)
zalen en kamers is zonder twijfel de
meest toeristische topper van Boekarest
geworden. Een posthume compensatie
voor al de ellende die de bouwheer aan
zijn landgenoten heeft aangedaan.
Roemenië,
een te ontdekken land
maar hopelijk ook met een open geest.
qua natuur als qua cultuur bijzonder
veel te bieden.
22 miljoen Roemenen verdienen dit. Een
Een kort verslag.
reis door dit land (8 x de oppervlakte
Een dag in Boekarest
Je vertrekt met een paar vooroordelen
van België) laat je achter met een
veelheid aan indrukken. In de hoofdstad
Boekarest, met ruim 2 miljoen inwoners,
prijkt hedendaagse luxe naast vervallen
woonblokken uit de kommunistische
tijd. Een koninklijk paleis werd er
museum voor schone kunsten en een
ander paleis bestemd voor de vroegere
heerser, werd nu dit van het parlement.
Elk van de drie landsdelen, Walachije,
Moldavië en Transsylvanië, heeft zowel
De gouden dagen van Boekarest, het
‘Parijs van de Balkan’ van de eerste
decennia van de XXe eeuw, zijn lang
voorbij, maar er is weer sterke hoop
op beterschap. De Roemenen hebben
dit wel verdiend na wat ze in de rest
van de XXe eeuw hebben moeten
doorstaan: aardbevingen, oorlogen,
bombardementen en daarna het regime
van Ceaucescu. Nu is er een verdiende
inhaalbeweging aan de gang. Boekarest
is boeiend, maar als je tijd beperkt is,
Transsylvanië
Door: Walter Roggeman
logeer je best in de meest historische
straat van de stad, de Calea Victoriei,
bijvoorbeeld in het nieuwe Radisson
Blu. Dit prachtige hotel biedt meer
dan 500 kamers en suites aan, een
indrukwekkende lobby, een bar als een
lichtkunstwerk, een prachtig buitenzwembad en ga zo maar door. Naast de
deur is er een van de vele speelcasino’s
die de stad rijk is.
Voor velen wekt deze naam alleen
maar herinneringen op aan Dracula.
En niemand zal ontkennen dat deze
man, de historische figuur althans:
Vlad Tepes (Vlad de spietser) hier ooit
zijn sinistere roem heeft verdiend als
bijzonder wreed heerser. Vijf eeuwen
later was hij de inspiratiebron van Bram
Stoker’s wereldbekende romanfiguur:
Dracula. Blue Air brengt
ons in een
uurtje vliegen
van
Tulcea
naar
Sibiu,
zo’n
600 km
westwaarts.
Dit is een van
de
mooiste
historische
steden
van
Roemenië
en in 2007
“Europese
Culturele
Trouwfeest op het platteland
Hoofdstad”.
Sibiu
werd
gesticht in de XIIe eeuw door
kruisvaarders en immigranten uit het
hertogdom Saksen. De originele Duitse
naam Hermannstadt getuigt daar nog
steeds van.
Idem dito voor de twee andere steden
van de “Saksische driehoek” van
Transsylvanië: Brasov (Kronstadt)
en Sighishoara (Schässburg). Deze
laatste stad is meteen ook één van de
meest unieke citadelsteden van Europa,
gelegen op een heuvel en omringd door
XIVe eeuwse wallen en torens . Het hele
citadelstadje heeft zijn middeleeuwse
sfeer nog gaaf bewaard met oude,
kleurrijke huizen, hellende straten met
kasseien en een marktpleintje waar het
zalig is om zitten in de schaduw van een
kanstanjelaar, genietend van de stilte en
met uitzicht op het geboortehuis van …
Vlad Tepes. ■
De kilometerlange straat is a.h.w. een
samenvatting van Boekarest met, naast
een prachtig pand uit de belle époque,
een vervallen, maar nog steeds bewoond
bouwsel uit de kommunistische tijd.
Dan weer eigentijdse luxezaken
gevolgd door een orthodox kerkje,
dat zich bescheiden opstelt op enkele
passen van de straat.
Aan de Victoriei ligt ook het Plein van
de Revolutie. Hier gaf Ceausescu zijn
laatste speech vanop het balkon van
de zetel van de kommunistische partij.
Hier ontstonden het gemor en daarna de
kreten van de menigte die hem deden
wegvluchten. Hier werden honderden
mensen door het opgetrommelde leger
doodgeschoten.
Hier begon het einde van een duistere
periode.
Brasov (Kronstadt)
10
UBJET Info Magazine – Roemenië, een te ontdekken land • Walter Roggeman
Ook aan de Vicoriei ligt het prachtige
koninklijk paleis dat nu het Nationale
Museum voor Schone Kunsten is.
Vele trappen en zalen later kan u met
een voldaan gevoel terugdenken aan
An American in... Bucarest
Jim Thompson, FIJET Director of Congresses & Meetings
UBJET Info Magazine – Roemenië, een te ontdekken land • Walter Roggeman
11
Mahabalipuram: le temple des “7 pagodes”
époustouflante. Il fut construit en
1897, sous la domination britannique,
mais fallait-il pour cela faire venir les
matériaux, comme les colonnes et les
vitraux, de Grande-Bretagne ? Cela
en jette, mais il est plutôt kitsch. Plus
intéressante sur la colline est la statue
géante du taureau Nandi, le véhicule
de Shiva, haute de 5 mètres, taillée
dans le roc. A proximité, le temple de
Somnathpur est un pur bijou. Il est
considéré comme le sanctuaire Hoysala
le mieux préservé et surtout le plus
beau. Les sculptures extérieures sont
d’une finesse inégalée.
Calicut et le Kérala
Calicut, cité portuaire, appelée
Kozhikhode, était déjà connue des
Grecs, des Romains et des Arabes,
comme centre du commerce des épices.
Il faut y voir le temple Jaïn, la croyance
la plus paisible peut-être de notre
temps, dont les membres respectent
toute vie, même la plus élémentaire,
et vivent dans une austérité absolue.
L’Inde du Sud,
au cœur du monde dravidien
L’Inde, un mot fabuleux : des
images surgissent spontanément qui
évoquent l’aventure, la fortune, les
palais immenses, les éléphants, les
maharadjas, l’empire britannique, le
Taj Mahal. Cette Inde, la plus connue en
Occident, se rencontre principalement
dans le Nord, dans le Rajasthan. Le
Sud du sous-continent est totalement
différent, les temples gigantesques et
foisonnants de sculptures remplacent
les palais ; la nature exubérante a pris
la place des steppes désertiques, la foi
fervente des Dravidiens tranche avec la
retenue très « british » des Rajputs.
Durant treize jours, nous avons
parcouru trois états de langue et de
culture différentes : le Karnataka,
le Kerala et le Tamil-Nadu avec le
voyagiste ESCAPE. Une expérience
inoubliable !
12
Bangalore et le Karnataka
Après le vol sur Mumbai (ex-Bombay,
car tous les noms des villes ont été
indianisés), un nouvel avion nous
dépose dans la capitale des nouvelles
technologies de l’Inde. Le chauffeur
nous attend et, après un petit-déjeuner
sur le pouce, en route vers la localité de
Hassan et la visite de deux sites majeurs
de l’ancien empire Hoysala qui a régné
du 11e au 13e siècle sur le Karnataka.
Les temples de Belur et de Halebid
comptent parmi les chefs-d’œuvre
de l’art médiéval indien. Comment
décrire les milliers de sculptures d’une
finesse incroyable, un foisonnement
de personnages, d’animaux divers,
des chapelles, des frises, notamment
d’éléphants, mais aussi de beaux jeunes
gens, le tout en l’honneur de Vishnou.
Halebid surtout, avec ses temples érigés
en étoile, où le moindre centimètre carré
est sculpté, est une véritable dentelle de
pierre. Même les colonnes intérieures
UBJET Info Magazine – L’Inde du Sud, au coeur du monde dravidien • Gilbert Menne
L’église protestante Saint-Francis
(1842) vaut aussi le détour. La ville de
Cochin (Kochi) dans une large baie, est
une ancienne colonie portugaise. FortCochin (Mattancheri), l’ancien nom de
la vieille ville, est très typique avec ses
petites ruelles et maisons centenaires,
dont la plupart abritent maintenant
des antiquaires. On y trouve aussi une
synagogue du 16e siècle, toujours en
activité. Il faut prendre le temps de
s’y promener, de chiner, d’aller voir
les filets de pêche « chinois » datant
du 14e siècle, grands carrelets avec
contrepoids manœuvrés par plusieurs
hommes, l’église portugaise SaintFrancis (1503) qui abrita le tombeau
de Vasco de Gama avant son transfert
au Portugal et l’ancien quartier colonial
avec son cimetière hollandais. Un
parfum suranné d’Europe sous les
Tropiques !
Attraction très connue de la région,
les fameux « Backwaters » sont un
vaste réseau de canaux, de lacs et de
lagunes sur plus de cent kilomètres dans
l’arrière-pays de Cochin. Une excursion
en bateau est très reposante. Beaucoup
de touristes y logent même sur des
sampans ancrés le long des rives. Le
lendemain, on visite le Parc national de
Périyar, grand de 777 km2, sanctuaire
de la vie sauvage au sein d’une nature
splendide. Il abrite des tigres, éléphants,
bisons, daims et autres sangliers sans
compter de multiples oiseaux, que l’on
peut voir et photographier à partir d’un
bateau sur le lac. Le folklore du Kerala
est très particulier et il ne faut rater sous
aucun prétexte un spectacle de danses
kathakali. Ces danses sacrées, nées au
17e siècle, retracent des épisodes du
fameux Ramayana. Les acteurs, tous
masculins, s’astreignent à de longues
heures de maquillage et d’habillement.
Leur rôle muet s’exprime par la danse,
les roulements d’yeux, les pas, le jeu
des mains, selon 24 gestes codifiés.
Ils sont assistés par un conteur et
des musiciens. Périyar est renommé
pour ses plantations de thé, de café et
d’agrumes.
Par: Gilbert Menne
sont intégralement façonnées. Quel
temps a-t-il fallu pour tout cela ? Plus
de cent ans !
Le lendemain, sur la route de Mysore,
une haute colline se dresse à l’horizon :
c’est Sravanabelgola (plus facile à
retenir que les autres). Au pied d’un
lac, il faut gravir pieds nus (avec
chaussettes), sous une chaleur brûlante
sans ombre, un escalier de granit
impressionnant pour admirer la statue
monolithe la plus grande de l’Inde,
celle du seigneur Gomateswara, un
des sages de la croyance Jaïn : 17,70
m de hauteur. L’ascension épuisante est
récompensée par ce spectacle unique et
une vue superbe sur les alentours.
Mysore, ville royale
La ville de Mysore est relativement
jeune, très verte et dispose d’une
hôtellerie de qualité. Le palais du
maharadja est le plus important du
Sud, sans être pour cela d’une beauté
Mysorte: le taureau Nandi sur la colline
UBJET Info Magazine – L’Inde du Sud, au coeur du monde dravidien • Gilbert Menne
13
des fleurs et des boules de beurre,
dépose des offrandes, invoque aussi
les « neuf planètes », et célèbre aussi
des jubilés de mariage. Les Européens
sont tout de suite adoptés. Après un
rafraîchissement, nous avons échappé
au repas en invoquant notre programme
chargé ! La visite de l’ancien palais
Thirumalai Nayak, vestige déchu de
l’ancien royaume des Nayaks, achève
la visite de la ville.
Sravanabelgola: statue gigantesque de Gomateshwara
Le Tamil-Nadu, le plus indien de neuf étages, chacune hyperchargée
de statues (des millions au total !)
des états de l’Inde
La partie la plus au Sud de l’Inde n’a pas
subi d’invasions et a pu préserver une
civilisation sans influences extérieures.
L’art dravidien y atteint son paroxisme,
avec des temples superbes. Dans la ville
de Madurai, le temple Minakshi (17e
siècle) est extraordinaire et est considéré
comme le plus grand de l’Inde. C’est un
gigantesque enchevêtrement de salles,
de cours, de chapelles, où se presse une
foule compacte se livrant à de multiples
tâches religieuses. Le temple compte
douze tours (gopurams) de 50 mètres et
14
représentant une faune grouillante de
dieux, déesses et animaux fantastiques.
Au milieu, le bassin des Lys d’or, lieu
des ablutions qui, selon la légende, se
couvrit de fleurs quand le dieu Indra s’y
baigna.
On y vénère la « déesse aux yeux
de poisson » et son époux Shiva en
formant des voeux. Le soir, les prêtres
conduisent en procession l’idole de
la déesse auprès de son époux afin
que leur union recharge l’énergie de
l’univers : un spectacle mémorable !
La foule tourne autour des autels, jette
UBJET Info Magazine – L’Inde du Sud, au coeur du monde dravidien • Gilbert Menne
Tanjore (Thanjavur) est l’ancienne
capitale de la dynastie Chola (9e siècle)
qui marque l’apogée de l’architecture
dravidienne et du travail du bronze. Le
temple de Brehadeshwara, construit à la
fin du 10e siècle, est une véritable ville
entourée d’une enceinte. Elle culmine à
plus de 70 m de hauteur et comprend,
à côté du sanctuaire proprement dit,
de multiples temples annexes, ateliers,
magasins et cuisines. Une flèche en
or couronne le dôme monolithe de 80
tonnes ! A l’entrée, un superbe taureau
Nandi d’un seul bloc de 25 tonnes. La
visite doit se limiter à deux heures, on
y passerait la journée sans problème.
L’intérêt majeur du palais royal voisin
est la superbe galerie d’art qui contient
une collection unique de statues
mais surtout des pièces en bronze
magnifiques du 7e au 11e siècle. La
ville de Tiruchirappali (Trichy ou
Trichinopoly) est bâtie sur un éperon
rocheux ceinturé de 21 tours et de 7
enceintes. On y vénère Vishnou depuis
mille ans. Pour accéder à son temple, le
Shri Rangam, il faut gravir 433 marches
au milieu d’une foule compacte de
fidèles. L’effort est récompensé par une
vue imprenable sur la ville et surtout
par des sculptures de l’art Hoysala
représentant de charmantes jeunes filles.
Un petit air de France en Inde
Les Portugais, les Hollandais et les
Britanniques ne furent pas les seuls à
créér des comptoirs en Inde. La France
aussi avait des ambitions coloniales :
Pondichéry, Yanaon, Karikal, Mahé
et Chandernagor sont des noms bien
connus (autrefois) dans l’Hexagone.
Qui ne connaît le nom de JosephFrançois Dupleix, gouverneur des
comptoirs français, qui réussit à prendre
Madras aux Anglais en 1746, soumit
une vaste partie du Sud et offrit ainsi à
la France un petit empire. Sa puissance,
M a h a b a l i p u r a m le premier exemple de construction
et l’art rupestre indienne maçonnée (vers 690), bâti par
Une mention spéciale est à
réserver pour cette localité
côtière qui possède un
patrimoine exceptionnel
de l’art rupestre indien
entre les 7e et 8e siècles.
Une colline couverte de
rochers en équilibre abrite
des grottes et des temples
sculptés dans le roc, avec
des sculptures saisissantes.
Une
paroi
relate
« L’Ascèse d’Arjuna »,
le héros du Mahabharata,
une suite de sculptures
longue de 27 mètres et
haute de 9 mètres, une saga
complexe et merveilleuse
symbolisant la naissance
du Gange, d’une qualité
exceptionnelle. Plusieurs
Le dieu-elephant Ganesha, protecteur des voyageurs... et donc des touristes
grottes mettent en scène
ses excès et des premiers revers
des dieux, des héros, des êtres célestes,
provoquèrent des jalousies et le firent des éléphants, des najas et autres
rappeler. Il finit dans la misère. La ville animaux, tous d’une grande facture. La
de Pondichéry resta cependant française cerise sur le gâteau sont les « rathas », des
jusqu’au 16 août 1962, après l’accord mini-temples monolithes entièrement
du Parlement français. Après cette date, découpés dans le roc, réalisés vers 630.
les habitants eurent un délai de six mois Tous de forme différente selon la pierre
pour choisir de rester Français ou de présente, ils représentent des dieux ou
devenir Indiens : 7000 optèrent pour des animaux. Enfin, unique également,
la France. Une promenade dans la ville face à l’océan, le temple du Rivage est
est une expérience aussi passionnante
qu’amusante. Dès l’entrée, on observe
que les gendarmes ont un képi français
et que les noms des rues sont bilingues
Tamoul-Français. Les traces de l’époque
coloniale sont nombreuses : un consulat
général, un Institut, un Lycée français,
l’église Notre-Dame des Anges, la
Promenade de bord de mer, des Cercles,
une statue de Dupleix, mais aussi de
Jeanne d’Arc, de splendides maisons
coloniales et … des joueurs de pétanque
qui parlent français.
Ils n’ont pas de pastis mais un alcool
local ! Dans les environs, le temple de
Shiva à Chidambaram est l’un des cinq
sanctuaires les plus sacrés de ce dieu
dans le Sud, construit entre le 12e et le
13e siècle. Shiva est représenté dansant,
symbolisant l’éther, affrontant la déesse
Kali dans un combat cosmique. Des
prêtres demi-nus gardent farouchement
les lieux.
un roi Pallava. Edifié sur la plage, érodée
par le sel et le vent, sa belle silhouette
se fond dans le soleil couchant. Un
rêve ! La ville de Kanchipuram,
capitale du royaume Pallava, est une
des sept villes sacrées du Tamil Nadu.
Dans le temple d’Ekambareshwara
on vénère un lingam sacré façonné,
selon la tradition, par Parvati, épouse
de Shiva. Son hall central compte plus
de 500 colonnes. Parmi celles-ci, une
jolie collection de statues de procession
en bois. Le voyage s’achève par une
visite en voiture de Madras (Chennai),
ville de congrès très prisée, qui a gardé
quelques monuments de son passé
britannique, comme l’église sainteMarie (1678), le fort Saint-Georges et
la cathédrale Saint-Thomas. Savezvous que le corps du célèbre apôtre,
renommé pour son incrédulité, repose
dans la crypte de ce sanctuaire, édifié
en 1896 ? Le pape Jean-Paul II est
venu s’y recueillir. C’est sur cette note
européenne que nous quittons l’Inde, en
nous promettant d’y revenir. ■
Le bassin des Lys au sein du temple Minakshi de Madurai
UBJET Info Magazine – L’Inde du Sud, au coeur du monde dravidien • Gilbert Menne
15
je wederhelft je vraagt om samen op
de divan te gaan nestelen, jou niet een
flodderuurtje te wachten staat maar
de huishoudbegroting of de takenlijst
op het menu staan! Om je helemaal
te overtuigen minzaam te knikken en
nadien loyaal tot uitvoering over te
gaan, woonden hier, in grote getale, de
beulen. Zij brachten hun opbeurende
taak echter niet hier ten uitvoer maar
in de grotere eerste tuin. Kwestie
van een hele meute in één bedrijf
te kunnen lynchen vooraleer aan de
grote schoonmaak te beginnen. Aan
de divan gekomen moet je heimelijk
een blik werpen op het hoekvenster,
helemaal omtralied. Hierachter zat,
diep weggedoken de sultan die vanuit
zijn biechtstoel zijn kabinet goed in
het oog kon houden en eventueel op
tijd kon ingrijpen indien zijn ministers
niet enthousiast genoeg zijn wensen in
wetten omzetten.
Istanbul,
Topkapi harem met Topklasse
Indien Manneken Pis, de Grote Markt,
de Eifeltoren of de Tower een pars pro
toto vormen voor Brussel, Parijs of
Londen, kan je perfect een midweekje
Istanbul boeken volgende lente of
najaar. Een tukje vliegen en je landt
in Azië. Even in gebarentaal afbieden
bij de taxistop en een vriendelijke
onverstaanbare chauffeur brengt je
terug in Europa naar je vijfsterrenhotel,
want Istanbul is de enige stad ter wereld
die zich uitstrekt over twee continenten.
Weekendtas in de kamer en hop naar de
binnenstad.
Maar wat is must indien je maar enkele
uren hebt? Geen discussie: Topkapi
Sarayi, de harem van duizend-en éénnacht!
Grofweg van de 15e tot en met de 19e
eeuw was dit paleis de residentie van
de Ottomaanse sultans en weet dat die
er een resem vrouwen op nahielden.
Saravi, komt van het Turkse saray
en betekent paleis maar werd vaak
als synoniem gebruikt voor de hier
destijds rondkuierende gecastreerde
bewakers van de vrouwenvertrekken.
De sultan wilde wel zijn vrouwelijk
schoon bewaken en behoeden voor
eventuele
vluchtpogingen
maar anderzijds ook geen
concurrerende adonissen met
deze taak belasten.
Mehmet de Veroveraar liet in
1460 het Topkapi bouwen op
de plaats van de akropolis van
het oude Byzantium. Het lag
daarmee op het hoogste punt juist daar waar de Bosphorus,
de Gouden Hoorn en de Zee
van Marmara samenvloeien.
Prachtig en strategisch gelegen
en voorzien van alle comfort
was regeren wel degelijk zijn
voornaamste bezigheid en het
vrouwelijk alaam bracht hem
16
UBJET Info Magazine – Istanbul, Topkapi harem met Topklasse • Patrick Perck
Door: Patrick Perck
niet van de wijs. Integendeel, het moest
zijn concentratie versterken, een beetje
zoals Michael Jackson knapen als muze
houdt en niet zozeer om te flikflooien
zoals menig onverlaat uit jaloezie
pretendeert.
Het complex bestaat uit vier ommuurde
binnenplaatsen die steeds kleiner
worden naarmate je het volgende tuintje
betreedt.
Via de Poort van de Doorluchtige komt
men in de eerste hof en daar waren
destijds de Janitsaren gelegerd. Poortje
twee, Poort van de Vrede brengt je naar
het centrum van de ambtenarij. Hier
kwam het kabinet – divan genaamd samen. Het is dus duidelijk dat je, als
Omdat de sultan regelmatig honger
kreeg van het luistervinken, tref
je hier tegenover de keuken aan.
Alles in formaat want de meer dan
5000 bedienden die hier hun leven
doorbrachten, konden in één shift aan
tafel gaan. Bewonder de schoorstenen
die vanaf de Zee van Marmara zeer
goed te zien zijn en die tegelijk dienst
deden als vuurtoren.
Het hoeft niet te verwonderen dat op
deze plaats de talrijke paleisintriges hun
oorsprong vonden en de zwarte eunuch,
de hoeder van de bende, moet meer dan
zijn handen vol gehad hebben om ieder
het juiste volgnummertje te geven zodat
braafjes op beurtje wachten om je door
de grote Manitoe te laten verwennen
niet zou ontaarden in haar-trekkerij of
ogen-krabberij.
De eerste tweehonderd jaar werd de
harem enkel bevolkt door females
om de eenvoudige reden dat alle
mannelijke
familieleden
werden
uitgemoord. Je moet tenslotte je troon
veilig stellen. Vanaf de zestiende eeuw
mochten de prinsjes blijven leven en
werden ze hier ook grootgebracht. Voor
alle duidelijkheid: een eunuch werd
niet als man beschouwd en leverde
dus geen gevaar. Vermits het hier om
Afrikaans import gaat, spreken we over
zwarte eunuch in tegenstelling tot de
witte eunuch uit de Kaukasus. Buiten
de huidskleur is er nog een tweede
en ingrijpender verschil: het zwarte
exemplaar was helemaal gecastreerd
wijl zijn bleke tegenhanger maar half
gecastreerd werd. Tot nu toe ben ik
nergens te weten gekomen welke helft
gefileerd werd en ik ben u dankbaar
indien u mij een exemplaar van deze
laatste ter hand kan doen. Dat moet
een interessante reportage opleveren!
De eunuch was wel de hoeder van de
kippenbende maar de echte macht werd
uitgeoefend door de valide sultan, de
mater familias. Het extra entree-geld
dat dient betaald om deze vetrekken te
mogen bewonderen, is de investering
waard: prachtige ontvangstkamers,
weelderige boudoirs en baden, fijne
muurschilderingen maar anderzijds ook
klein en benepen. Bij nieuwbouw moet
je nooit of te nimmer je eega meenemen
naar de architect want keuken en
badkamer, dé zones waar de vrouw de
scepter zwaait, kunnen niet groot en
imposant genoeg. Geef ze plaatjes van
de harem van Topkapi te bekijken en
op slag voelt ze zich gevleid met een
kitchenette van 2 op 3!
Via de Poort van de Gelukzaligheid
kom je in de derde tuin. Hier wordt
duidelijk dat de sultan zowel wereldlijke
als kerkelijke zeggingskracht had
want zowel links als rechts van de
audiëntiezaal valt er een ware schat
aan sierraden te bewonderen om
zowel de paus als de keizer jaloers
te maken. Bij zo’n typisch Oosters
kromzwaard, helemaal versierd met
edelstenen en inlegwerk stond ik
zodanig lang te likkebaarden dat de
zaalwachter vroeg mijn zakken leeg te
maken. Mijn safaripak telt 27 zakken
in allerlei formaten en het duurde
dan ook niet zo lang tot heel de vloer
bedekt was met toegangskaarten, al
dan niet verschoten filmrolletjes, een
knipmes, een zakagenda, een zaklamp,
stadsplannetjes, een rol toiletpapier etc.
Alles diende betast en gecontroleerd
en na een drietal kwartier mocht ik
inpakken en wegwezen. Mijn vraag
om als tijdverlies compensatie dat leuk
sultansabeltje te mogen meeritsen werd
niet beantwoord… .
Alles lekker knus bijeen, moeten de
sultans gedacht hebben want hier
bevindt zich ook de ingang tot de
harem. De honderden vrouwen hadden
hier hun vertrekken en uiteraard zijn
er voldoende hoekjes en nisjes zodat
de meester des huizes ongestoord zijn
viriliteit kon etaleren. Nochtans bleek
er niet al teveel jaloezie te heersen
onder de Eva’s en lange koffiesjauwels
en vrouwengeklets moeten voor een
oorverdovend gezoem hebben gezorgd.
UBJET Info Magazine – Istanbul, Topkapi harem met Topklasse • Patrick Perck
17
Le pont Brankov
Door mijn ongeplande vlucht heb ik
de voetafdruk gemist van de profeet
Mohammed. De echte!! Ik was dus
wel verplicht na de aflossing van de
wacht terug te keren want die voeten
mochten niet gemist. In een hoekje zit
daar een priester uit de Koran luidop
voor te lezen. Al jaren beweert men
en inderdaad, toen ik op het einde van
mijn verblijf in Istanbul terugkeerde
naar tuintje 3 was dezelfde prevelaar
in dito houding uit dezelfde Koran de
goegemeente aan ’t voordragen. Enig
verschil: hij was ondertussen aan refrein
zestien geraakt…
Bagdad-paviljoen als uitvalbasis en met
een licht wijdhoek krijg je alles in één
beeldzoeker.
De vierde tuin is niet afgesloten. Het is
de ruimte waar de sultan kon uitpuffen
van zijn inspanningen verricht in ruimte
twee en drie. En hier wordt je aangeraden
een gelijkaardige houding aan te
nemen. Het uitzicht is adembenemend,
zowel op de Bosphorus als de Genuese
wijk en/ of Aziatisch Istanbul. Kies het
Hier puf je uit van de inspanningen
van je bezoek. Hier vlij je je vermoeide
voeten onder een terrastafeltje want
jawel, hier is er een cafeetje neergepoot.
Puf uit en bestel een koffie, een Turkse
koffie en geen … Griekse zoals ik
verkeerdelijk deed! ■
Belgrade,
en croisière sur le Danube
Belgrade, capitale de la Serbie, est
une cité en pleine expansion dont la
population s’est accrue après la guerre
grâce à l’arrivée de Serbes venus
d’autres régions. L’un des monuments
les plus significatifs de Belgrade est
sa fameuse forteresse maintes fois
remaniée et en partie ruinée.
L’histoire de la ville de Belgrade
s’apparente, s’identifie même, depuis
toujours à celle d’un lieu fortifié tant le
site au confluent de la Save et du Danube
revêt une importance stratégique
depuis la plus haute antiquité. Si les
Cimmériens et les Scythes traversèrent
la région vers 600 avant Jésus-Christ,
ils ne s’y fixèrent guère. Par contre, une
vague d’autres migrateurs, en majorité
composée d’un peuple celte et thrace
à la fois, vint fonder, sur ces hauteurs
dominant le fleuve majestueux, une cité
neuve en 298 avant Jésus-Christ.
Quand les Romains s’emparèrent de
cette ville au premier siècle de notre
ère, ils la nommèrent Singidunum, et y
installèrent des garnisons pour protéger
18
UBJET Info Magazine – Istanbul, Topkapi harem met Topklasse • Patrick Perck
les limes, les fameuses frontières
naturelles, du Danube.
Lors du partage de l’Empire Romain
en empire d’Occident et empire
d’Orient, la ville passa dans le domaine
géopolitique des Byzantins tout en
conservant son rôle de lieu hautement
stratégique. Le terrible Attila ne laissa
pas plus pousser d’herbe après son
passage là qu’ailleurs, il détruisit la
ville et sa forteresse puis ce fut au
tour des Sarmates, des Ostrogoths et
d’autres peuples nomades de venir faire
des ravages sur ces rives du Danube.
En 510, Belgrade, fort dépeuplée,
retournait à l’empire byzantin. En 512,
l’empereur Anastase fit appel à des
Germains, les Hérules, pour repeupler
et protéger Belgrade. Mais, aidés des
Avars, une peuplade slave, les Serbes,
se répand à son tour dans la région
et finit par enlever définitivement
Belgrade aux Byzantins plongeant
la ville dans un “ silence “ d’archives
de deux siècles. A partir de 827, les
Bulgares contrôlent la forteresse et en
878 la ville apparaît pour la première
fois sous le nom de Beograd. Ce qui
Par: Louise-Marie Libert-Vandenhove
signifie le château blanc. Hongrois et
Bulgares vont sans cesse se disputer
la place forte serbe sans compter
les Byzantins qui interviennent par
intermittence. Les aventures de la cité
ne font que commencer. Pendant tout le
Moyen Age, la ville sera régulièrement
saccagée ce qui n’empêchât pas pour
UBJET Info Magazine – Belgrade, en croisière sur le Danube • Louise-Marie Liberrt-Vandenhove
19
La forteresse de Belgrade
autant les Croisés en route pour la Terre
Sainte d’y faire halte et le géographe et
cartographe arabe Al Idrissi de donner
de la cité une description très positive,
à dire vrai même laudative. Pourtant
petit à petit, l’avancée ottomane
s’intensifiait dans les Balkans et dans
la première moitié du 14e siècle une
nouvelle forteresse fut construite (une
fois de plus) à l’emplacement actuel
des fortins. Belgrade sut ainsi résister
vaillamment à Murad II et Mehmet
II, le conquérant de Constantinople.
Hélas pour Belgrade, la chance va
tourner avec Soliman le Magnifique
qui s’empara de la ville en 1521 pour
la faire raser avant de continuer son
avancée en Europe Centrale. Après de
nombreuses péripéties, les Ottomans ne
libérèrent le fort dominant le Danube
qu’en 1867. Ils avaient occupé le site
pendant près de trois siècles et demi.
Du haut de la forteresse, la vue sur
la ville et sur le fleuve est reposante
malgré cette évocation de guerres et de
batailles inscrite dans ses murs. Proche
de la forteresse, les promeneurs et les
touristes peuvent jouir d’un joli parc ou
admirer l’église dite de Ruzica qui fut
utilisée comme dépôt de poudre (attitude
habituelle dans l’empire ottoman) avant
de retrouver une fonction d’église
militaire à la fin du 19e siècle et d’être
rénovée en 1925.
la ville. Ce monument funéraire, par
son élégance, pourrait avoir sa place
dans l’un des plus beaux cimetières
historiques d’Istanbul. Les quartiers
modernes de Belgrade témoignent des
bouleversements apparus au 19e siècle
après le départ définitif des Turcs et
l’occidentalisation conséquente de la
cité. Les placettes et les rues tortueuses
firent place à de grandes artères et la
ville connut un rapide développement
industriel qui entraîna la construction
de banques et autres édifices qui pour
être publics n’en manquaient pas moins
d’une grande allure.
Avec bonheur, Belgrade comme
d’autres villes européennes vit fleurir
une féconde période d’art nouveau.
Mais on ne peut omettre de visiter un
étonnant et grandiose sanctuaire au
Autre témoin proche des remparts,
datant de l’époque ottomane : l’un des
plus anciens bâtiments de la Belgrade
actuelle appelé le turbe ou tombeau
de Ali Pacha l’un des gouverneurs de
20
UBJET Info Magazine – Belgrade, en croisière sur le Danube • Louise-Marie Libert-Vandenhove
cœur de la cité. Car avec ce lieu de
culte, Belgrade s’est dotée d’un projet
gigantesque en cours pratiquement
d’achèvement : le Temple de Saint-Sava
qui devrait devenir la plus grande église
orthodoxe du monde. Il y a là tout un
symbole, religieux bien sûr mais aussi
politique et ethnique. C’est à cet endroit
précis de Belgrade qu’à la fin du 16e
siècle Sinan Pacha fit brûler les reliques
de saint Sava évangélisateur des Serbes
pour punir le peuple citadin de l’une
de ses nombreuses révoltes contre les
sultans d’Istanbul. Actuellement, cette
immense église orthodoxe est aussi un
moyen pour les Serbes de s’affirmer
en tant qu’orthodoxes face aux autres
régions de l’ex-Yougoslavie catholiques
ou musulmanes.
L’idée avait déjà germé en 1939 mais
le chantier fut rapidement abandonné
à cause de l’occupation nazie. Après
la première guerre mondiale Tito
avait d’autres priorités. Le chantier a
repris en 2001 en style serbo-byzantin
et l’immense édifice devrait pouvoir
accueillir 15 000 personnes.
Cet orgueilleux et à la fois magnifique
plan architectural est financé par des
dons qui viennent aussi (surtout?) des
Serbes émigrés à l’étranger. Il nous
faut partir car le Danube et Budapest
nous attendent. Notre bateau repart
vers les étapes suivantes en Slovaquie
et en Autriche. Croisière effectuée avec
Croisieurope www.croisieurope.com ■
Mexico,
Aromas y Sabores
Mexico bestaat dit jaar 200 jaar. Een
goede gelegenheid om eens te gaan
kijken of de Mexicaanse keuken meer
biedt dan taco’s, tortilla’s en guacamole.
De Mexicaanse keuken wordt vaak
geassocieerd met monotone pikantheid.
Spijtig, want dit land biedt een
gevarieerde rijkdom aan producten,
waarvan wij meegenieten zonder
het te beseffen. Indien Mexico nooit
ontdekt was, had Assepoester in geen
pompoenkoets gereden… En we zouden
nooit gazpacho, chorizo, polenta,
ratatouille of bouillabaisse gekend
hebben. Om maar te zwijgen van ‘onze’
aardappelen, chocolade, avocado’s,
tomaten, ananas of de ‘Hongaarse’
paprika. Niet voor niets wil UNESCO
de Mexicaanse keuken op de lijst van
het cultureel werelderfgoed zetten.
In de Mexicaanse keuken gaan heel
wat recepten terug tot de Maya’s en
Azteken. Maïs en bonen spelen een
grote rol. Samen leveren ze alle nodige
aminozuren, de bouwstenen van onze
broodnodige proteïnes. Tortilla’s met
bonenpasta besmeren was dus niet zo
dom van de indianen…
L’église Saint-Sava
In koloniale tijden combineerden de
vrouwen, en zeker de kloosterzusters,
Door: Frans Rombouts
de oude gerechten met de Spaanse
‘import’ zoals varkensvlees, kaas
en room. Uit deze tijd stammen de
guacamole (avocado, tomaten, ui, chili
en koriander) en de escabèche. Net
zoals de mole, een bewerkelijke, rijke
saus van gemalen pinda’s, sesam- en
anijszaad, kaneel, zout, zwarte peper,
suiker, look, ui, kruidnagel, koriander,
kruim van tarwebrood, tomaat, krenten,
spekvet en… chocolade.
Tussen 1864 en 1867, bracht Ferdinand
Maximiliaan, de vroegere aartshertog
van Oostenrijk heel wat Franse koks
met zich mee naar Mexico, die ondanks
zijn korte regeerperioden een grote
invloed hadden op het
aanbod in de Mexicaanse
restaurants zoals ‘chiles
en nogado’ (gevulde
pepers met walnotensaus)
of ‘conejo en mostaza’
(konijn met mosterdsaus).
Trouwens, in de meeste restaurants is
de chef een vrouw. En zij houden de
oude culinaire tradities in ere, zij het
aangepast aan de moderne tijd.
De autoriteiten stimuleren het behoud
van de eigen culinaire identiteit.
Daartoe kwamen er culinaire routes
langs producenten, wijngaarden en
restaurants. Wij volgden de route
“Aromas y Sabores” (Aroma’s en
Smaken) in het kielzog van de officiële
Ambassadrice van de Mexicaanse
keuken, chef Patricia Quintana
(restaurant Izote). Samen met heel wat
andere gelijkgestemde chefs zoals Tito
Briz (El Cardenal), Carmen Ramírez
Trouw aan de roots
Mexicanen
besteden
veel aandacht aan het
eten en ze zijn fier op
hun lokale producten en
gerechten, die meestal al
van in pre-Spaanse tijden
van moeder op dochter
doorgeven
worden.
UBJET Info Magazine – Mexico, Aromas y Sabores • Frans Rombouts
21
(El Bajío) en Mònica Patiño (Naos) tilt
Quintana de traditionele keuken tot op
gastronomisch niveau. Een voorbeeld
voor ons eigen landje…
We trokken doorheen 4 van de 31
staten: Mexico, Querétaro, Guanajuato
en Michoacán.
De route is niet louter culinair maar
bevat ook een rijk historisch en cultureel
aanbod. Met de Azteekse piramide
van Tenochtitlan, de Zwarte Madonna
van Guadelupe, de Plaza Garibaldi,
districten zoals het nostalgische
Alameda Central, Coyoacán en San
Angel, de wijken Peralvillo, Tepito
of La Lagunilla, het museum voor
antropologie, de Avenida Madero met
het Casa de los Azulejos, Ixtapa de
la Sal met zijn heilzame bronnen, de
indrukwekkende archeologische zone
Teotenango… om maar in de buurt van
Mexico-Stad te blijven
Als je hieraan niet genoeg hebt, zijn er
nog altijd de piramide in El Pueblito, de
tempel van La Compañia in Guanajuato,
de rozentempel in Morelia, allemaal
getuigen van een indrukwekkend
indiaans verleden. Voeg daarbij talloze
kloosters, kathedralen, kastelen en
musea en je hebt materiaal te over om
je reisprogramma goed te vullen.
Guanajuato
Maar wij zijn voor het culinaire
gekomen, en in Mexico begint dat
op de markt, die overal uitpuilt van
kleurrijke groenten en fruit. Bezoek
zeker die van La Viga, San Juan of La
Merced in Mexico-Stad, de markt van
Santiago Tianguistenco, die in de Calle
Revolución in Morelia of de Hidalgomarkt in Guanajuato. Rambutans
met romig vruchtvlees, plompe
nonis met zeer voedzaam
sap,
mierzoete
oranje
mamey sapota, bloed-rode
cactusvijgen en honderden
soorten chilipepers… Je
weet niet wat je ziet.
Proef “enchiladas mineras”
(met kaas, gesnipperde
uien, room en chili met
daarnaast een stukje kip); en
ook “montalayo de chivo”
(gefarceerde geitenmaag
in een rode saus). Zelfs de gepekelde
varkensoren bevielen ons best.
Aan de voet van de berg Moctezuma
ligt San Miguel de Allende met
zijn typische koloniale huizen. Hier
wordt in sinaasappelsap gemarineerd
varkensvlees opgediend. En ook
carnitas, “stukjes vlees”, klaargemaakt
in grote koperen ketels met suiker,
sinaasappel en spekvet. In dezelfde
ketels wordt ook het kipgerecht “pollo
de cazo” bereid. Kip wordt hier ook
klaargemaakt in “pulque”, op een laag
uien, look en tomaten. Daarop tijm,
zoete marjolein, laurier, peper en zout,
daarover dan weer mangopuree. Dit laat
men zeer langzaam sudderen.
Querétaro
In de staat Querétaro vormen
“piloncillo”, suikerbrood, “pan de
nata”, melkbrood, en “café de calcetín”,
koffie met melk en gezoet met karamel,
een typisch ontbijt.
Voor de lunch krijg je succulente
“gorditas”: tortillas van blauwe maïs
met aardappel, cascabel-chili en varkenof rundvlees.
Michoacán
Voor velen is Michoacán de
mooiste staat van Mexico,
met rivieren en meren,
heetwaterbronnen,
overvloedige wouden, bergen en
vruchtbare velden én een
prachtige kustlijn. Pátzcuaro
heeft een viskeuken, met
unieke witvis zoals tiro en
acúmera. Hier is het recept
van de soep van de Tarascosindianen eeuwenlang onveranderd gebleven: bonensoep
met gesneden pasilla-chili, ui,
look, tomaten, epazote-kruid
(“Mexicaanse thee”) en reepjes
gebakken tortillas. “Apatacua” is dan
weer een bouillon met varkensvlees en
groenten; daarin giet men een saus van
pepermunt, serranochili, koriander en
groene tomaten.
“Corundas” zijn de succesnummers uit
de keuken van de Tarascos. Maïsdeeg
met daarin stukjes spek of andere
hartigheden wordt in de bladeren van
de maïskolf gerold en dan gestoomd.
22
Ideaal als drank hierbij is koele ‘camata
urapira”, agavesap dat samen met
tamarindesap gekookt werd.
UBJET Info Magazine – Mexico, Aromas y Sabores • Frans Rombouts
(geperste tong) is niet te versmaden:
kalfs- of rundstong wordt met
kruiden gekookt, gepeld, overlangs
doorgesneden en gevuld met een
mengsel van geplette gekookte eieren,
pronkbonen, erwten en stukjes wortel.
Nog een laatste lekkernij: “huilota en
lodo” (kwartel in modder). Een nietgeplukte kwartel vult men met look,
tomaat en gedroogde pruimen. Daarna
wrijft men hem tegen de veren in
met een dikke laag modder. De
vogel wordt gedurende 30 tot 40
min. op gloeiende houtskool
gebakken. Daarna verwijdert
men de modder, waarin
veren en vel blijven
steken.
Er zijn 3 types: de “plata” of
“blanca” is tot 3 maand gerijpt
en de “reposado” tussen 3
maand en een jaar. De “añejo”
rijpt langer en is daardoor
donkerder van kleur. Er is
ook een “gold”, dit is jonge
tequila waaraan karamel is
toegevoegd om hem ouder te
doen lijken.
En de wormen? Tequila bevat
nooit een worm, sommige
mezcals uit de staat Oaxaca
wel (“con gusano”). Dit is
de rups van een nachtvlinder,
de “hypopta agavis”, die de
agave als gastheer gebruikt. ■
Tequila & wormen
Tequila is een soort
mezcal, die gemaakt
wordt in de streek rond
de steden Santiago de
Tequila en Arandas in de
staat Jalisco.
E n
wat dacht
je van “barbacoa”,
een schotel van kalkoen, varken of
lam, klaargemaakt in bananenbladeren
met borracha-saus, letterlijk: “dronken
saus”? Ook de “lengua prensada”
Tequila wordt gedistilleerd
uit gegist sap van de blauwe
“agave tequilana”, dus géén
cactus! Deze plant zou al meer
dan 9.000 jaar als voedsel gebruikt
worden. De indianen brouwden daarvan
een drank, pulque, die de conquistadores
dan verfijnden tot mezcal.
Tequila moet voor meer dan de helft
uit agavesap bestaan, de rest is meestal
suikkerriet, de “mixto”, maar de beste
kwaliteit bestaat volledig uit agave.
UBJET Info Magazine – Mexico, Aromas y Sabores • Frans Rombouts
23
Le Mont des Arts
SIZED FOR DISCOVERY
Bruxelles
Par: Charles Labalue
W W W. V I S I T B R U S S E L S . B E
Bruxelles a tout pour plaire, c’est une
ville historique, culturelle et touristique
aux multiples attraits :
L’Atomium, véritable vedette
l’exposition universelle de 1958.
de
Une ville à savourer, en toutes saisons.
Ses musées, dont celui de la ville,
à la Maison du Roi, le Bozar,
l’incontournable Musée Magritte, le
musée Belvue qui retrace l’histoire de
la Belgique et bien d’autres encore.
Baudelaire, Rousseau, Verlaine, Victor
Hugo et biens d’autres encore ont vanté
les charmes de Bruxelles, une Cité up
to date.
Ses églises, la cathédrale Saints-Michel
et Gudule, Notre-Dame du Sablon, sans
oublier Notre-Dame de la Chapelle, un
petit joyau au cœur de Bruxelles.
La Place Sainte Catherine © Olivier van de Kerchove
Ses
multiples
restaurants
et
estaminets : le
Diptyque de la
Villa Lorraine, le
Café
d’Egmont
qui domine le
remarquable parc
C’est par milliers
du même nom, le
Square Marie Louise
que des touristes
Rouge Tomate, le
et visiteurs venus du monde entier dernier étoilé du Michelin, Chez Léon,
s’extasient chaque jour, sur cette au cœur de la célèbre rue des Bouchers,
Grand’Place, décrite partout, comme la la Bécasse, Au Bon Vieux Temps, à
plus belle du monde, pour par après s’en l’image Notre-Dame et j’en passe.
aller saluer Manneken- Pis, le symbole
de la ville et personnage illustre du Le théâtre de Toone et son vieux
bistrot. Bruxelles c’est encore ses
folklore Bruxellois.
maîtres chocolatiers, ses spectacles,
ses expositions, ses serres royales,
son annuel « tapis de fleurs », son Art
Nouveau, son quartier Européen, sans
oublier celui de Tour et Taxis, le marché
aux Poissons, la place Flagey, le Centre
de la Bande dessinée, la célèbre avenue
Louise, sans oublier le boulevard de
Waterloo et ses boutiques de luxe, le
pittoresque quartier des Marolles…
Bruxelles à tout pour plaire.
Pensez-y, pour une journée, un weekend, ou pourquoi pas des vacances. ■
Ce n’est pas Philippe
Close,
l’échevin
du Tourisme, qui
veille avec soin sur
sa superbe capitale
de l’Europe, qui me
démentira.
24
Vue sur la place royale © Photographe Vanhulst
UBJET Info Magazine – Bruxelles • Charles Labalue
25
UNESCO Wereld Erfgoed Dolomieten (Laurin Moser)
sterrenhemel zoals wij die niet meer
kennen: alles is natuurlijk gemaakt en
komt direct van het neerhof. Wat voor
ons de friet is, zijn voor de Tirolers,
de knoedel: malse deeghapjes die op
de tong smelten. Zij verschillen van
dorp tot dorp: gevuld met “Graukäse”,
spinazie, champignons, of zoeter, met
abrikozen of pruimen. De beroemdste
is de spekknoedel.
...en liefhebbers van cultuur
en geschiedenis
Genieten in de bergen (foto: Laurin Moser)
Romantische natuur
Kronplatz,
ook in de zomer een paradijs
Het skioord Kronplatz (Plan de
Corones) in het Pusterdal, Zuid Tirol,
moeten wij niet meer voorstellen:
het is bijzonder populair bij talrijke
landgenoten wegens zijn uitzonderlijke
wintersportmogelijkheden. Maar ook in
de zomer is het Pusterdal een heerlijk
vakantiegebied.
UNESCO
Wereld natuurerfgoed
Het Pusterdal, een snoer van dertien
gemeenten waaronder de bisschopsstad
Bruneck en vijftien ongeschonden
dorpjes rond de Kronplatzberg
behoort tot de Dolomieten; zij vormen
een onderdeel van de zuidelijke
Een paradijs van mooie fietsroutes (foto: Laurin Moser)
26
UBJET Info Magazine – Kronplatz, ook in de zomer een paradijs • André Monteyne
Door: André Monteyne
Alpen die gekenmerkt worden door
indrukwekkende gletsjers, watervallen
en rotspartijen. Hun unieke schoonheid
had dichter Wolfgang von Goethe,
extreem-alpinist Reinhold Messner
en architect Le Corbusier begeesterd,
en met reden: in de avondzon kleuren
de spitse bergtoppen de scherpe
bergkammen en de steile rotswanden tot
rood, om dan met het verdwijnen van de
zon, zachtjes over te gaan van oranje en
paars tot het zwart van de nacht.
De uitzonderlijke samenstelling van
het Dolomietengesteente maakt deze
“enrosadira” tot een natuurwonder. In
2009 hebben de Dolomieten ook de
UNESCO overtuigd, die ze uitriep tot
wereld natuurerfgoed. Het strekt zich
uit over vijf provincies, waaronder
Zuid Tirol. Van de gebieden in de
Dolomieten die door de Unesco erkend
werden, is het Pusterdal het enige met
twee berggroepen en drie natuurparken:
Riesenferner-Ahrn, Fannes-SennesPrags, en Puez-Geisle, het grootste
(10.200 ha).
berglucht uitgetekend, in alle lengten,
van zeer gemakkelijk tot voorbehouden
Tijdens de gehele zomer is het aan sportievelingen. “Nordic walking”
Pusterdal een schilderachtig Alpen- (niet alleen in de winter!) wordt dan
landschap van bergriviertjes en ook steeds meer populair. Op al deze
bloemenweiden waar op de hoogvlakten wandelingen trek je langs talrijke
bergkoeien grazen en schaapherders hun berghutten waar je de honger kan
kudden leiden in een stilte die slechts stillen. En soms kan overnachten. Zo
verbroken wordt door het sjilpen van bv tijdens de 3-daagse trektocht naar
de vogels en het sjirpen van de krekels. de “zware” Piz da Peres (2.793 m). Er
Het is als het ware een levend schilderij zijn ook mooie fietsroutes uitgetekend.
van Verwee en andere romantische En uiteraard is het een paradijs voor
koeienschilders die herinneren aan mountainbikers.
een stukje cultuur dat elders in Europa
al lang verdwenen is. Beneden in het Lekkerbekken…
dal staan dichte bossen waartussen
tal van meertjes die de besneeuwde Er zijn ook “culinaire” wandelingen
bergtoppen weerspiegelen. Hier en daar die je langs herbergen en eethuisjes
worden de heuveltoppen bekroond door brengen, waar je de lekkere plaatselijke
betoverende kastelen en burchten die gerechten kan proeven. Of het nu een
toprestaurant betreft, een berghut of een
tot bezoek uitnodigen.
zomernachtfeest onder een prachtige
Met enig geluk ontmoet je herten,
eekhoorns en vossen en bij ons reeds
lang uitgestorven padden, kevers en
libellen. En marmotten. Een van de vele
sagen vertelt over het mythische volk
der “Fanes”, de eerste bewoners van het
dal, die een verbond hadden gesloten
met de marmotten; nog steeds kan je het
“marmottenparlement” bezoeken, een
natuurlijk amfitheater in de buurt van
het Groene Meer, uitverkozen doelwit
van wandelaars naar het Pusterdal.
Je kan ook kiezen voor “culturele” routes
die je langs de talrijke monumenten,
oude burchten of kerken of bedehuizen
brengen, of voor “historische”
wandelingen zoals de “Romeinse”, de oude smokkelwegen, of de
uitgestrekte militaire paden uit de eerste
wereldoorlog. Steeds kan je terugkeren
met de lijnbus, zoals je ook altijd het
parcours kan onderbreken door een stuk
van de weg af te leggen met een shuttle
of een lijnbus. Tussen haakjes: het
openbaar vervoer is bijzonder efficiënt:
vanuit Wörgl (Oostenrijk) loopt een
stoptrein langs alle stations van het dal;
je kan ook een 7-dagen busrittenkaart
kopen: Mobilcard Pustertal of MC Süd
Tirol.
De kers op de taart: de
Kronplatzberg
De parel van het Pusterdal is natuurlijk
de alom zichtbare Kronplatzberg die
goed bestijgbaar is: met de kabelbaan tot
het middenstation of helemaal te voet tot
de top (2.272 m), sedert 2003 bekroond
Een paradijs voor natuurliefhebbers en wandelaars
Langs die brede 40 km lange vallei
zijn een vijftigtal wandelingen in de
adembenemende natuur en de zuivere
Kabelbaan Marchner (foto: archief Kronplatz)
UBJET Info Magazine – Kronplatz, ook in de zomer een paradijs • André Monteyne
27
Place Stanislas Ville de Nancy
door de “Vredesklok” Concordia,
symbool van vreedzaam samenleven
in een streek die meer dan haar deel
gehad heeft van oorlogen, buitenlandse
bezettingen en geweld. Eenmaal boven
geniet je van een uitzonderlijk gezicht
op de ganse vallei. Uiteraard kan men bij
elke fase van de “beklimming” in één
van de talrijke bergrestaurants verpozen
bij een stevige pint, een voortreffelijk
Tirolerwijntje of een lichte maaltijd
(De kabelbanen werken van begin juni
tot einde september). Men kan de berg
zelfs met de fiets beklimmen. Vorig jaar
vond daar de zevende rit plaats van de
“Giro”.
officieel
tweetalig
(Duits-Italiaans)
is.
Maar eigenlijk spreken
de meeste inwoners
Duits. Of toch weer
niet helemaal. Want in
sommige dorpen is het
antieke Ladinisch een
ambtelijke taal en zijn
de straatnaam-borden
drietalig. Deze taal, die
nauw verwant is met het
Retoromaans - officiële
taal in het Zwitserse
kanton
Graubunden
(Grischun) -, gaat terug tot een volk
uit de vroege Bronstijd dat zich in de
eerste eeuw na Christus vermengd heeft
met de Romeinse veroveraars. Het
Ladinisch ontstond uit het samengaan
van hun taal en het volkslatijn. De
gemeente St. Martin in Thurn huisvest
een Ladinisch museum (Ciastel de Tor);
St. Vigil is bekend om zijn Ladinische
keuken.
Een gastvrije bevolking
Kasteel Bruneck (foto: Udo Bernhart)
De derde taal van het Pusterdal
Veel Belgen zullen een déjà-vu gevoel
hebben, als zij vaststellen dat de streek
Het gebied van de Kronplatz biedt
meer dan duizend voortreffelijke
logiesmogelijkheden van 4**** hotel
tot gasthof, ontbijtpension of op-deboerderijvakantie. De bevolking is
bijzonder gastvrij en het klimaat,
eenmaal voorbij de Brennerpas,
“mediterraans”. Als het uitzonderlijk
Ski plezier (foto: Martin Schoenegger)
toch regent, of zelfs bij het gewone
goede weer, is een bezoek aan te bevelen
aan een van de musea van de historische
bisschopsstad Bruneck of van de
dorpen, zoals het openluchtmuseum van
Dietenheim. Men kan ook interessante
uitstappen maken buiten het Pusterdal :
een “must” is een bezoek aan “Ötzi”,
de voorhistorische jager die gaaf in
het ijs teruggevonden werd en nu rust
in het archeologiemuseum van Bozen
(Bolzano), of aan het woonhuis van de
toondichter Gustav Mahler in Toblach.
Voor info over zomerconcerten,
boerenmarkten, folklorefeesten en
andere evenementen: Tourismusverband
Kronplatz, Michael Pacher Strasze 114,
39031 Bruneck. tel 0039 0474555447;
www.kronplatz.com ; email: artur.
[email protected] ■
Een wandeling in de natuur (foto: Laurin Moser)
28
UBJET Info Magazine – Kronplatz, ook in de zomer een paradijs • André Monteyne
Lorraine
Par: Claudine Clabots
En passant par la Lorraine…
Quelle région riche en découvertes,
trop souvent traversée au pas de course,
et qui vaut largement un long séjour,
tant les possibilités sont nombreuses.
Les Offices de tourisme sont très
professionnels, et passionnés par
leur ville ou région. L’accueil y est
chaleureux.
Vic-sur-Seille
Localité attachante, à une demi heure
de route de Metz et de Nancy, elle est
surtout connue depuis 2003 grâce au
musée Georges de La Tour. Les évêques
de Metz y établirent leur administration,
puis leur résidence, du 13e au 17e
siècle. Au 15e siècle, elle devait sa
prospérité à ses gisements salins. Sur
la place du Palais s’élève la maison de
la Monnaie, de style gothique du 15e
siècle, et l’ancien couvent des Carmes
du 17e siècle. La maison de la Monnaie
possède une superbe façade restaurée,
et une très belle « Vierge à l’enfant ».
A l’intérieur, la salle d’honneur est
décorée de divers blasons, et d’une
belle cheminée. Vic-sur-Seille est le lieu
de naissance du peintre Georges de La
Tour (1593). Par son mariage en 1617,
il s’introduit dans le milieu des notables
et s’installe à Lunéville. En 1638, il est
nommé peintre de Louis XIII, et occupe
un atelier aux galeries du Louvre. On est
alors en pleine Guerre de Trente ans et
dans une période d’épidémies. La paix
revenue, il se réinstalle à Lunéville où il
décède en 1652. Il laisse une production
rare qui a marqué la première moitié du
17e siècle.
Le nouveau musée départemental ouvre
ses portes au public en juin 2003. Il est
situé place Jeanne d’Arc. Les sous-sols
sont occupés par les collections vicoises,
résultat des fouilles archéologiques,
dont « le trésor de vie », un bel
ensemble d’ornements sacerdotaux,
et de remarquables sculptures. Trois
étages sont occupés par des peintures
dont plusieurs oeuvres m’ont marquée.
Il y a bien sûr le « Saint Jean-Baptiste
dans le désert » de G.de La Tour,
émouvant jeune homme nourrissant
un agneau, mais aussi de très beaux
portraits, dont celui d’un homme âgé,
un autoportrait de J.Stella avec sa mère,
une dame à la mante noire, portant de
superbes dentelles, quelques portraits
réalistes peints par Léon Bonnat, une
touchante « Nourrice rousse ». Dans
un couloir, on peut admirer une très
imposante statue de saint Christophe
Nancy – l’Arc de Triomphe
(la plus grande de Lorraine). Parmi les
boutons du costume, un seul peut se
tourner. Le jeune homme, ou la jeune
fille, qui, sans hésiter, tourne ce bouton,
se mariera dans l’année !
La raison principale de ma visite à Vicsur-Seille est l’exposition temporaire
« Emile Gallé, nature et symbolisme
– influences du Japon ». C’était
un véritable enchantement ! Cette
exposition a nécessité plus de 2 ans de
préparation. 130 œuvres proviennent
du Japon, de la Cour du Danemark, de
Russie (collection du Tsar Nicolas II),
de collections privées.
Qui était Emile Gallé ?
Il naît à Nancy en 1846. Son père
Charles l’initie très tôt à l’art de la
céramique. Passionné dès son plus jeune
âge par la nature, grâce à sa mère qui lui
transmet sa fascination pour les fleurs,
il se lie aussi d’amitié avec le botaniste
Lemoine, un des pères de l’hybridation.
Il rédige des traités de floriculture. Il
apprend l’allemand et poursuit des
études de minéralogie à Weimar, puis
il part à Meisenthal, pour s’initier à
l’art du verre (les premières boules de
Noël y sont fabriquées). Ses dessins de
plantes et d’insectes sont extrêmement
précis et peuvent être comparés à
ceux de Redouté, ou de Fabre. Le
soir, il lit des recueils de poésie, dont
on retrouve plusieurs extraits sur ses
vases (notamment des textes de Victor
UBJET Info Magazine – Lorraine • Claudine Clabots
29
Hugo). Il s’engage sur le plan politique.
Protestant d’origine, il condamne
publiquement le génocide arménien
(un précurseur !), défend les Juifs de
Roumanie et Alfred Dreyfus, crée des
œuvres qui parlent du rattachement de
l’Alsace-Lorraine à la France.
Il se lie d’amitié avec un artiste japonais
et est très inspiré par les œuvres
d’Hokusai. Sa devise « mes racines
sont au fond des bois » se retrouve
dans la plupart des œuvres qui montrent
des fleurs : l’iris, fleur messagère des
dieux, l’orobanche une plante parasite
sans chlorophylle, les orchidées, les
hortensias, les chrysanthèmes, symboles
de la royauté au Japon, le chardon,
emblème de Nancy, les ombellifères
et les monnaies du pape, si appréciées
par l’Art Nouveau. Ses libellules (toute
vie prend racine dans l’eau) et autres
insectes sont aériens et légers. Les
mouvements du verre reproduisent les
vagues de l’eau ou les vibrations de
l’air. C’est un artiste complet, célèbre
dans le monde entier pour sa faïence, sa
verrerie et son ébénisterie. Cet homme
que j’admire beaucoup décède à Nancy
en 1904, à l’âge de 58 ans. Il meurt
d’une leucémie. Il repose au cimetière
de Préville à Nancy. Cette exposition
est une totale réussite, tant par la
qualité des éclairages, la clarté des
explications en français et anglais, que
par la beauté des œuvres. Elle s’attache
à montrer le symbolisme qui se cache
derrière l’œuvre de Gallé. Elle donne
aussi envie de découvrir les œuvres
entreposées dans le Musée des BeauxArts de Nancy, et celles du musée de
l’Ecole de Nancy, merveilleuse vitrine
de l’Art Nouveau. On peut notamment
y admirer la chambre à coucher avec le
lit monumental « aube et crépuscule »
œuvre créée quelques semaines avant sa
mort, montrant deux superbes papillons
incrustés de nacre, palissandre et ébène.
Louis Majorelle à Nancy
Parallèlement à l’exposition Gallé
j’ai visité l’exposition « Majorelle,
un art de vivre » à la galerie Poirel à
Nancy. J’ai pu y découvrir de très belles
créations de cet ébéniste de génie. Louis
Majorelle est né en 1859 à Toul et meurt
en 1929 à Nancy. Il est influencé par
Gallé qui donne à sa production un
nouvel élan. On y retrouve le fameux
30
première demi-heure est
gratuite – www.velostan.
com. Pour la gastronomie,
j’ai
particulièrement
apprécié le repas en terrasse
sur la place Stanislas, une des
plus belles d’Europe depuis
sa restauration (après notre
Grand-Place bien entendu !)
dans le restaurant « le Grand
Café Foy », brasserie au rezPlace Stanislas – Ambiance de nuit Ville de Nancy
de-chaussée et restaurant au
premier. Le ballet de tartes,
« coup de fouet » de Victor Horta. Il
dont la fameuse tarte aux mirabelles en
ajoute à son entreprise un atelier de
saison, vous donne le tournis. Les plats
fer forgé pour produire les poignées de
sont raffinés, et la clientèle élégante.
meubles, charnières… Il réalise aussi
Menus à 25 € (32 € avec vin). Vaut le
des rampes d’escalier, balcons… et
déplacement, surtout pour sa situation.
participe à l’exposition universelle de
1909. En 1898, il confie à l’architecte La Saint Nicolas à Nancy
Henri Sauvage l’élaboration des plans
de sa maison à Nancy. Ce sera la A ne manquer sous aucun prétexte. Saint
première maison entièrement de style patron de la Lorraine, il est fêté chaque
Art Nouveau de Nancy, construite par premier week-end de décembre. La ville
L.Weissenburger. Elle va bientôt être s’illumine de 1000 feux en son honneur.
restaurée et va retrouver une partie de Le samedi, des animations musicales
son mobilier d’époque, et s’ouvrira à sont organisées et, à partir de 20 h, un
nouveau au public.
superbe spectacle pyrotechnique de
près de 30 minutes enflamme la place
Un circuit pédestre, un circuit cycliste, Stanislas. Le dimanche, le traditionnel
et un autre en minibus, permettent défilé traverse la ville. Saint-Nicolas est
d’admirer les maisons Art Nouveau, accueilli par le maire qui lui remet les
dont une partie est accessible lors des clés de la cité. Il faut réserver l’hôtel
journées du patrimoine. Un circuit Art longtemps à l’avance car cette fête est
Nouveau européen a été lancé. Pour très appréciée, aussi bien par les enfants
toute information, consultez le site que par leurs parents. Elle dépasse de
www.rutadelmodernisme.com. Fin juin loin nos fêtes de Noël. La rue Goncourt
des visites Art Nouveau sont prévues à est particulièrement décorée et animée.
Nancy.
Informations : www.ot-nancy.fr – Place
Renseignements pratiques
Stanislas – BP 810 – 54011 Nancy
cedex – tél 0383352241. La carte
Logement : l’hôtel Etap sud – Allée de « ambassadeur Lorraine » donne droit
la Genelière 6, 54180 Houdemont – tél à de nombreuses réductions dans toute
0892683125. L’accueil y est charmant. la Lorraine : www.tourisme-lorraine.fr A quelques minutes se trouve l’arrêt du contact : Peter Boendermaker.
bus 139 qui vous mène en 20 minutes
au centre ville (attention : dernier Comité régional du tourisme – Abbaye
bus vers 20h !). Une piste cyclable des Prémontrés – BP 97 – 54704 Pontest accessible et permet de rejoindre à-Mousson Cedex – tél 0383800180.
aisément le centre. Les pistes cyclables
sont nombreuses à Nancy, et très bien Musée de Vic-sur-Seille – Delphine
indiquées. Un plan est offert à l’Office Sculier – tél. 0387780530 – Musée
de Tourisme place Stanislas. Itinéraire départemental Georges de La Tour,
Nancy Art Nouveau à vélo à consulter Place Jeanne d’Arc- 57630 Vic-sursur le site de l’association EDEN – seille. Delphine m’a guidée à travers
www.as.eden.free.fr. Si vous désirez cette exposition et ses explications
louer un vélo en ville, l’équivalent du étaient passionnantes. Elle apprécie
velolib de Paris existe sous le nom de beaucoup notre pays et son folklore et
velostan. De nombreux points de départ particulièrement Mons et son Doudou. ■
sont prévus (25 stations au total). La
UBJET Info Magazine – Lorraine • Claudine Clabots
Turkije,
een gastvrij land
Bodrum
Eens een vergeten, onbelangrijk
kuststadje, waar de bevolking tot
1960 hoofdzakelijk leefde van het
duiken naar sponsen, vissen en van
de citrusplantages, werd terug op de
kaart gezet dankzij de ontdekking van
het antieke scheepswrak in Geldonya.
Het wrak en zijn inhoud bestaande uit
juwelen, metalen, kruiden, wijn enz.
ligt nu te pronken in het onderwateren archeologisch
museum dat is
ondergebracht in het Middeleeuwse
kasteel. Bodrum is nu een gezellige stad
met een mooie marina waar honderden
jachten en zeilboten liggen. In het hart
van de oude stad is het een wirwar van
winkelstraatjes met ook vele tavernes
en bars.
Door: Annemarie Persoons
gedurende het Romeinse Rijk. De stad
raakte in verval nadat de Turken ze
innamen in 1420! Door de verzanding
van de haven, werd de economische
positie van de stad onhoudbaar en werd
de stad uiteindelijk verlaten. Efeze werd
en wordt nog steeds door Oostenrijkse
archeologen verder opgegraven.
Vlakbij, hogerop gelegen, op de berg
Koressos, ligt het Huis van de Maagd
Maria. Volgens de overlevering heeft
Maria, na uit Jeruzalem vertrokken te
zijn, haar laatste jaren hier doorgebracht.
Het heropgebouwde huis is nu een
bedevaartsplaats voor zowel christenen
als moslims.
Capadocië
De wieg van de beschaving in Turkije
was het laatste deel van de reis en werd
ook het orgelpunt. Aangekomen in
Nevsehir, ging het naar het CCR of
Capadocia Cave Resort een 6* luxe
hotel, gelegen op de flank van een heuvel
met een panoramisch zicht op de roze
vallei van Goreme en de uitgedoofde,
met sneeuw bedekte 4000 m hoge
vulkaan berg:’Erciyes’. www.ccr-
Ephesus/Efeze
Is één van de best bewaarde antieke,
beschermde steden van Anatolië,
waarvan de ruïnes ten zuiden van
de Selçuk vallei liggen. Het is het
belangrijkste archeologisch gebied
van Turkije. Dat de streek reeds
bewoond was tijdens de prehistorische
tijden blijkt uit de opgravingen op de
acropoolheuvel. Het waren de Griekse
kolonisten die er zich vestigden,
maar Efeze kende zijn bloeitijd pas
UBJET Info Magazine – Turkije, een gastvrij land • Annemarie Persoons
31
Anatolische hoogvlakte en één van
Turkije’s oudste en meest conservatieve
steden. Het was de thuishaven van
Mevlana, een beroemde filosoof en
stichter van de orde van de dansende
Derwisjen. Het graf van deze filosoof
bevindt zich in het mausoleum, nu ook
museum en heiligdom .We verbleven in
het mooie, moderne 5* hotel Dedeman.
www.dedeman.com
Aan tafel
hotels.com. Duizenden jaren geleden,
toen deze vulkaan nog actief was,
bedekte de uitgestoten lava een regio
van 20.000 km2. Sinds deze later een
dode vulkaan werd, werd de bodem er
uitgesleten door water en wind en werd
de vallei bedekt door een laag vulkanisch
as, grind en kleine rotsdeeltjes. Aldus
ontstonden canyons, heuvels en
ongewone rotsformaties. De streek lijkt
uit een andere planeet te komen door de
vele uit de rots gehouwen woningen,
ondergrondse steden en de rotsen;
feeënschoorstenen genoemd. Vanuit
een heteluchtballon hadden we een
prachtig zicht op de gehele omgeving.
Deze was tijdens de Romeinse tijd een
toevluchtsoord voor de eerste christenen
en raakte in de Byzantijnse tijd bekend
voor de uit steen gehouwen kerken,
die nu het openluchtmuseum vormen.
De ondergrondse steden kan men
bezichtigen, enkel indien men soepel
genoeg is en niet aan claustrofobie
lijdt. De relatief veilige ondergrondse
steden werden door middel van
ventilatieschachten voorzien van verse
lucht. Ook voorraadkamers, keukens,
eetzalen, stallen en zelfs
wijnopslagkamers
waren
voorzien in dit ondergronds
labyrint.
Wie handgeknoopte tapijten
wil kopen, in wol of katoen
en geweven op de traditionele
manier,
met
dubbele
knopen, is hier aan het
goede adres. Verzendkosten,
garantiebewijs en dedouaneringskosten zijn voor de
rekening van de leverancier.
www.bazaar54.net. Ook de
befaamde
keramiektegels
gemaakt met Kizilimak
klei, in de Guray shop,
zijn een bezoek waard!
Avanos is dan ook
gekend als Pottenstad.
www.gurayseramiek.
com.tr.
Alle toeristen -en luxe hotels serveren
in Turkije de internationale keuken,
maar het loont de moeite de diversiteit
van de Turkse keuken te ontdekken.
Slow Food wordt meer en meer bekend
en de bereidingen zijn aangepast aan
de seizoenen met toch een voorkeur
voor kebab; gegrild vlees, dat flinterdun
en met de hand wordt gesneden.
Verschillende slaatjes worden dagvers
en in alle variëteiten aangeboden met
aubergine, yoghurt, tomaat, paprika,
ui, olijfolie en komijnzaad en met
vers gebakken pizzabrood of Durum.
Wij proefden ook van de Keuken van
de Sultans die opnieuw in ere wordt
hersteld en die heerlijke gerechten
op tafel tovert zoals; gegrilde vis of
inktvis met safraan en courgette of
lamsravioli met gevulde paprika. De
desserten die wel overzoet zijn, smaken
heerlijk bij een Turkse thee of koffie.
Het roomijs of Dondurma gemaakt van
geitenmelk met tapiocawortels wordt
hier koud en zelfs warm gegeten: een
delicatesse! Het is een stevig ijs en het
smelt zo traag dat je er extra lang kan
van genieten. Het is een attractie om te
zien hoe de ijsventers dit koude, stevige
ijs bewerken met een speciale metalen
stang. Ook de Turkse wijnen, zowel
rood als wit, zijn lekker en zeker het
proeven waard! ■
CitySightseeing
Brussels
13 Stops Including
Atomium
Sablon
Manneken PIS
Adult:
Senior (60+)
€20
€18
Student:
Child:
€18
€10
OUR
TY T
CI
Tel: 0032 (0) 2 466 11 11 www.open-tours.com
Operated by
UBJET Info Magazine – Turkije, een gastvrij land • Annemarie Persoons
Royal Palace
Cinquantenaire
European Parliament
Prices
We eindigden de reis met
een verblijf in de stad
Konya, gelegen in het
midden van de vruchtbare
32
Hop On
Hop Off
www.citysightseeingbrussel.be
�������������
33
RAAD VAN BESTUUR – CONSEIL D’ADMINISTRATION
Voorzitter – Président
Bestuurders – Administrateurs
Walter Roggeman
Guldenstraat 29, 2800 Mechelen
tel. 015.43.04.26 – fax. 015.43.20.82. – 0475.76.14.27
[email protected]
Michel Annys
Molenborre 44 B6, 1500 Halle
tel. 02.361.80.32 – [email protected]
1 Vice-Président – 1 Vice-Voorzitter
Jean-Marie Chavée
Rue Sainte-Odile 19, 6723 Habay
tél. 0496/530 492 – [email protected]
er
1951 - 2011
ste
Gilbert Menne
Avenue des Buissonnets 54, 1020 Bruxelles
tél. 0478.990 143 – fax. 02.387.22.64
[email protected]
Vice-Voorzitter - Penningmeester
Vice-Président - Trésorier
20 jaar Voorzitterschap
20 Ans de présidence
Uiteindelijk kan deze viering maar plaats vinden
omdat er zo velen, zolang zo intensief hebben
meegewerkt aan opstart en blijvende groei en bloei.
Nous fêtons les 60 ans de l’UBJET, mais cette
célébration peut seulement avoir lieu maintenant
car certains ont, depuis si longtemps, travaillé à son
maintien et à son développement.
Uiteraard horen in dit rijtje de stichters en
medestichters thuis zoals Raph Alofs en Bernard
Henry maar die worden elders –terecht- in de
bloemetjes gezet.
Maar nu reeds gedurende een derde van de
totale bestaansgeschiedenis van UBJET hebben we
dezelfde kapitein, dezelfde voortrekker, dezelfde
voorzitter!
Walter Roggeman, de beer met de grote
aaibaarheidsfactor, de polyglot, de man die deuren
opent die anders gesloten blijven, die contacten
legt, onderhoudt en gebruikt ter meerdere eer en
glorie van UBJET, de persoon die, steeds aimabel,
UBJET richting gaf en opnieuw op de kaart zette,
de banden met FIJET herstelde en de vereniging
professionaliseerde maar met een menselijk gezicht.
Walter Roggeman, haast heel zijn leven bezielend
bewoner van Mechelen, auteur van drie boeken
(Brussel – Windkracht 7; De getuigen van Julova;
Het vermoeide model) en een toneelstuk (Op
weg naar Zinder); stichter van Galerij RO en eigen
Business Travel Magazine; inrichter en initiatiefnemer
voor talloze tentoonstellingen; met graagte gelezen
toeristisch schrijver en publicist (Autotoerist, Libelle,
Snoecks …) is werkelijk het uithangbord, eyecatcher
van de vereniging.
Met deemoedige eerbied en onvolprezen
enthousiasme
danken
alle
leden,
actief,
effectief of sympathiserend de houding en de
leiderscapaciteiten van hun, dus onze voorzitter.
Beste Walter, blijf en leidt verder, organiseer en stippel
de richting en de weg verder uit en overschouw …
binnen nogmaals twintig jaar, dat het goed gaat
met UBJET, onder jouw deskundige leiding. Les fondateurs, comme Raph Alofs et Bernard
Henry, ont déjà été fêtés. Par contre, depuis un
tiers de l’existence de l’UBJET, nous avons le même
capitaine, le même pionnier, le même président :
Walter, le polyglotte, l’homme qui ouvre les portes
qui autrement resteraient fermées, qui établit les
contacts, qui entretient la réputation de l’UBJET.
La personne qui, toujours aimable, donne une
orientation nouvelle, qui a rétabli les liens avec la
FIJET, et qui a professionnalisé l’association tout en lui
gardant un visage humain.
Walter Roggeman, habitant inspiré de Malines,
auteur de trois livres (Bruxelles – Force 7 ; les Témoins
de Julova – Le Modèle fatigué) et d’une pièce de
théâtre : « En chemin vers Zinder » ; le fondateur
de la galerie RO et du magazine Business Travel ;
l’organisateur de nombreuses expositions, l’écrivain
touristique et publicitaire apprécié (Autotoerist,
Libelle, Snoecks…). Il est vraiment l’emblème, le
porte-drapeau de l’UBJET.
Tous les membres, actifs, effectifs et sympathisants,
saluent donc avec respect et enthousiasme l’attitude
et les capacités de leader de leur président.
Cher Walter, poursuis la tâche, organise et maintiens
le gouvernail, garde le cap pour encore 20 ans,
pour le bien de l’UBJET, sous ton experte direction.
Bon vent !
Patrick Perck (Traduction : Claudine Clabots)
Patrick Perck
Te Boelaerlei 105, bus 3B, 2140 Borgerhout
tel./fax. 03.322.28.66 – 0486.14.57.70
[email protected]
Secretaris-generaal – Secrétaire-général
Frans Rombouts
Donkerstraat 56, 3071 Erps-Kwerps
tel./fax 02.759.65.10. – 0486.33.34.35
[email protected]
Secrétaire-général adjoint
Adjunct secretaris-generaal
Claudine Clabots
Clos du Vieux Moulin 19, 1410 Waterloo
tél. 02.354.31.27.– [email protected]
Jean-Claude Couchard
Avenue du Fort Jaco, 26, 1180 Bruxelles
tél. 02.646.29.99. ; fax. 02.646.88.80
[email protected]
Charles Labalue
Avenue des Thermes 65, 4050 Chaudfontaine
tél. 04.365.85.67.- fax.04.361.56.40.
[email protected]
Louise-Marie Libert-Vandenhove
Avenue Neptune 22/7, 1190 Bruxelles
tél./fax. 02.347.07.35.
[email protected]
André Monteyne
Van Bortonnestraat 31 1090 Brussel
tel.02/ 427 18 88 – fax.02/426 45 24
[email protected]
Louis Nusselein, Schaverdijnstraat 51, 9000 Gent,
tel.0477.457.224
[email protected]
Rédacteur en chef
Editeur responsable
HOOFDREDACTEUR
Gilbert Menne
Avenue des Buissonnets - Braambosjeslaan 54,
1020 Bruxelles-Brussel
Tél. 0478/990 143 – Fax. 02/387.22.64
[email protected]
Siège social – Maatschappelijke zetel
Avenue des Buissonnets – Braambosjeslaan 54
1020 Bruxelles-Brussel
Dépôt légal – Wettelijk depot :
N° BD 45462
Numéro de compte – Rekening
BE 63 2100 1634 0108 BIC GEBABEBB
Patrick Perck
34
UBJET Info Magazine
35
W I J GE V EN U GR A A G RENDE Z-V OUS...
2000 M2 STIJVOLLE DESIGN
GEZELLIGE LOUNGE BAR
& SALON
EXCLUSIEVE SIGAREN LOUNGE
20 METER LANGE
PANORAMISCHE KEUKEN
REGIONALE PRODUKTEN EN
SEIZOENSPECIALITEITEN
TRENDY OESTERBAR
4 SALONS VOOR PRIVATE EVENTS
OF VERGADERINGEN
T +32(0) 2 526 88 00
F +32(0) 2 526 88 01
36
26, VICTOR HORTA PLEIN
B-1060 BRUSSEL
[email protected]
WWW.MIDISTATION.EU
D E M E E S T KO S M O P O L I S C H E E V E N T B R A S S E R I E VA N B R U S S E L
BUSINESS LUNCH – HAPPY HOUR – LIVE MUSIC – DJ’S – SPECIAL EVENTS – PUBLIC PARKING – WIFI & AUDIOVISUAL FACILITIES